Vr. en Antw., Kamer, 1987-1988, nr. 2, blz. 69-70
Aansluitingskosten en andere bijkomende prestaties - Levering van elektriciteit - Aard van de prestatie - BTW-tarief.
VRAAG
Wanneer een elektricien werken uitvoert aan een gebouw dat ouder is dan 20 jaar, dan dient hij 6 % BTW aan te rekenen. Wanneer een elektriciteitsmaatschappij echter aan datzelfde gebouw de werken uitvoert die volgens de geldende rechtsregels onder haar uitsluitende bevoegdheid vallen (ondergrondse aansluiting, plaatsen van een nieuwe teller), dan dient daarop 17 % (19,5 pct. vanaf 1 april 1992 en 20,5 pct. vanaf 1 januari 1994) BTW te worden betaald.
Op het eerste gezicht bestaan er dus tegenstrijdigheden in de BTW- wetgeving ter zake. Gaarne vernam ik nu van de Minister welke redenen aan de grondslag liggen van dit onderscheid.
ANTWOORD
Werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen, zoals de levering met aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie, zijn onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 % wanneer aan de overige toepassingsvoorwaarden gesteld in rubriek XXXI van de tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven is voldaan.
De sommen die de bedrijven voor elektriciteitsvoorziening aan hun abonnees vragen voor diverse bijkomende prestaties (aansluitingskosten, goedkeuring, controle of verplaatsing van installaties, gebruik, onderhoud, herstelling, vervanging of verzwaring van de meters, enz.) zijn echter bestanddelen van de verkoopprijs van de elektriciteit. Deze zijn dan ook onderworpen aan het BTW-tarief van 17 % (19,5 pct. vanaf 1 april 1992 en 20,5 pct. vanaf 1 januari 1994).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.