Waarborgen. Terugbetaling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

587 2 juni 1993

Zoeken

Waarborgen. TerugbetalingBTW. Waarborgen. Terugbetaling.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/587-waarborgen-terugbetaling-eyskens-waarborg-4dce

Nummer
587
Datum
2 juni 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 67, blz. 6326-6327

BTW. - Waarborgen. - Terugbetaling.

VRAAG

De verwezenlijking op 1 januari 1993 van de Europese eenheidsmarkt heeft de fiscale grenzen afgeschaft tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap. Dat heeft belangrijke gevolgen voor de inning van de BTW, toepasbaar op verrichtingen tussen de lidstaten.

Met het addendum van 10 december 1992 bij de circulaires van 11 januari 1973, 24 november 1988 en 22 september 1992 betreffende de inning van de BTW, werden een aantal wijzigingen aangebracht die met zich brengen dat de waarborgen, gestort door ondernemingen, met het oog op de BTW-overdracht voor 1 januari 1993 niet langer verantwoord zijn en bijgevolg door de Schatkist zullen worden terugbetaald. De Schatkist heeft besloten die terugbetaling te spreiden en ze te verrichten in opeenvolgende achtsten, met vervaldag op het einde van elk trimester. In feite betekent dat voor vele ondernemingen een gedwongen lening, die zonder intrest aan de Schatkist dient te worden toegestaan.

1. Gaat het inderdaad om een gedwongen, intrestloze lening ?

2. Zo ja, moet men de ondernemingen dan niet toelaten de gederfde intrest af te trekken van hun belastbaar inkomen ?

ANTWOORD

In het kader van de regeling tot verlegging van de heffing van de ter zake van invoer verschuldigde BTW, ingesteld bij de aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (bijwerking 1988), moet een bedrag aan BTW worden vooruitbetaald dat op forfaitaire wijze de voorfinanciering vertegenwoordigt die elke belastingplichtige moet dragen wanneer hij de BTW bij invoer voldoet volgens de normale regels, zijnde met effectieve betaling van de BTW aan de douane.

Om redenen van praktische aard wordt die forfaitaire voorfinanciering berekend op grond van de invoeren verricht tijdens het verlopen kalenderjaar en dient het bedrag ervan jaarlijks te worden herzien voor 20 april.

Op grond van de regels van de voornoemde aanschrijving nr. 3 moest de vergunninghouder voor 20 april 1993 dat bedrag herzien op basis van de in 1992 gedane invoeren dat wil zeggen met inbegrip van de invoeren uit EEG-lidstaten.

In de aanschrijving nr. 14 van 22 september 1992 werd evenwel aanvaard dat bij de herziening van de vooruit te betalen BTW die voor 20 april 1993 diende te geschieden, slechts rekening moest worden gehouden met de invoeren van goederen afkomstig uit derde landen die in 1992 werden verricht.

De modaliteiten van de teruggaaf van de BTW die werd vooruitbetaald met betrekking tot de invoeren uit EEG-landen, werden vastgelegd bij koninklijk besluit van 17 september 1992 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

De spreiding van die terugbetaling over acht kalenderkwartalen, voor zover het bedrag van de terug te geven BTW meer dan 500.000 Belgische frank bedraagt, heeft derhalve niet het karakter van een renteloze lening.