---
title: "Parlementaire vraag 587 · Onderwijs. Vrijstelling. Dactylolessen"
description: "Onderwijs. Vrijstelling. Dactylolessen. Parlementaire vraag nr. 587 van 2 oktober 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/587-onderwijs-vrijstelling-dactylolessen-willems-dactyloles-cb76"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/587-enseignement-prestation-service-exemption-art-7eb5"
---

# Onderwijs. Vrijstelling. Dactylolessen · Onderwijs. Vrijstelling. Dactylolessen.

**Nummer**

587

**Datum**

2 oktober 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, nr. 60, 1996-1997, blz. 7994-7996**

*Onderwijs - Vrijstelling - Dactylolessen.*

## **VRAAG**

Bij aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993 werd de BTW- vrijstelling inzake onderwijs ingeperkt. Deze aanschrijving heeft tot doel de vrijstelling van [artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) in overeenstemming te brengen met de zesde BTW-richtlijn. De vrijstelling geldt enkel nog voor het verstrekken van onderwijs door publiekrechtelijke instellingen of door privaatrechtelijke instellingen die geen winstoogmerk hebben.

In de voornoemde aanschrijving is echter ten behoeve van de privé- scholen voor taalonderricht een uitbreiding van de vrijstelling opgenomen: de vrijstelling geldt voortaan voor "iedere vorm van taalonderwijs ongeacht de juridische vorm van de dienstverrichter, de hoeveelheid en frequentie van de gegeven lessen of hun inpassing in een normale lessencyclus" en dit "omwille van de fundamentele aard van het taalonderricht in het kader van de opvoeding, de vorming en de intellectuele ontwikkeling van de mens".

1.

a) Bent u niet van oordeel dat ook voor onderricht in dactylografie een dergelijke zienswijze gepast zou zijn, gelet op het feit dat onze maatschappij meer en meer geïnformatiseerd is en de kennis van dactylografie onontbeerlijk is bij het gebruik van een computer ?

b) Kunnen dactylolessen niet aanzien worden als van even fundamentele aard dan taallessen en derhalve genieten van een zelfde BTW-vrijstelling ?

2\. Is het geoorloofd dat ten gevolge van de circulaire de vrije mededinging in het gedrang komt ? Dactylolessen die worden verstrekt door vzw's (zonder toepassing van het BTW-stelsel) werden namelijk aanmerkelijk goedkoper dan de dactylolessen verstrekt door handelsvennootschappen (met toepassing van het BTW-stelsel). De zesde richtlijn biedt in elk geval de lidstaten de mogelijkheid een BTW- vrijstelling afhankelijk te maken van de voorwaarde dat zij niet leidt tot concurrentievervalsing ten nadele van commerciële ondernemingen.

## **ANTWOORD**

1\. Het geacht lid zal het met mij eens zijn dat talenkennis in onze huidige maatschappij van uitzonderlijk belang is en thans inzonderheid in het kader van de Europese integratie onontbeerlijk is voor een verdere intellectuele en culturele ontwikkeling.

In het licht daarvan kan taalonderricht fundamenteel worden gelijkgesteld met de traditionele vormen van onderwijs. Dit is dan ook de reden waarom taalonderricht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld dactylolessen zonder evenwel afbreuk te doen aan het belang van laatstgenoemd onderricht, in dezelfde mate als school- en universitair onderwijs in het algemeen van de belasting wordt vrijgesteld op basis van [artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

2\. De vrijstelling inzake onderwijs is ten aanzien van dactylolessen alleen van toepassing wanneer aan de twee hierna gestelde voorwaarden is voldaan.

Vooreerst dienen deze lessen te worden gegeven gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academisch jaar, met inachtname van een pedagogisch programma en, normaliter, met het organiseren van een afsluitend examen of test met het oog op het afleveren van een geschrift (diploma, getuigschrift, attest, enz.). Indien er niet wordt geëxamineerd moet uit het afgeleverde geschrift wel blijken dat het verstrekte onderricht voldoet aan de in de [aanschrijving nr. 25/1993](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/25-1993-aanschrijving-485b) gestelde voorwaarden.

Anderzijds kan de vrijstelling inzake onderwijs in hoofde van privaatrechtelijke instellingen slechts gelden wanneer deze laatsten onder dezelfde omstandigheden handelen als de publiekrechtelijke instellingen. Hieruit volgt dat ten aanzien van privaatrechtelijke instellingen de vrijstelling inzake onderwijs slechts kan gelden wanneer deze instellingen niet systematisch het maken van winst beogen en, zo er toch winst wordt gemaakt, dan mag deze niet worden uitgekeerd maar moet zij worden aangewend voor de instandhouding of de verbetering van de diensten, die worden verstrekt, in casu onderwijs.

Wanneer bijgevolg onderwijs wordt verstrekt door een privaatrechtelijke instelling die de juridische vorm heeft van een handelsvennootschap is de vrijstelling inzake onderwijs in principe niet van toepassing tenzij tot voldoening van de administratie wordt aangetoond dat niettegenstaande het "handelskarakter" van de instelling zij niet het systematisch nastreven van winst beoogt en de winsten die in voorkomend geval toch zouden worden gerealiseerd, niet worden uitgekeerd. Anderzijds geldt de vrijstelling evenmin wanneer de dienstverrichter de juridische vorm van een vzw heeft aangenomen doch aan de hand van de gevoerde boekhouding wordt vastgesteld dat wel degelijk ernaar wordt gestreefd systematisch winst te maken.

Er mag evenmin uit het oog worden verloren dat verenigingen zonder winstoogmerk die van de BTW vrijgesteld onderwijs verstrekken geen recht hebben op aftrek van de BTW geheven van de verkrijging van goederen en diensten die worden gebruikt voor de uitoefening van hun onderwijsactiviteit.

Commerciële ondernemingen ten aanzien waarvan de vrijstelling, tenzij dan voor taalonderricht, niet geldt, kunnen daarentegen alle voorbelasting volgens de gewone regels in aftrek brengen.

Uit wat voorafgaat blijkt dat inzake het al of niet toepasselijk zijn van de vrijstelling inzake onderwijs iedere dienstverrichter die onder dezelfde exploitatievoorwaarden handelt inzake BTW principieel op dezelfde wijze wordt behandeld zodat er in dergelijke omstandigheden geen sprake is van concurrentieverstoring.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 2 voorkomens
