Oorlogsinvalide. Tarief. Teruggaaf. Gehandicapte. Minder-valide. Vervoermiddel. Voertuig · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

57bis 4 december 1980

Zoeken

Oorlogsinvalide. Tarief. Teruggaaf. Gehandicapte. Minder-valide. Vervoermiddel. Voertuig

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/57bis-oorlogsinvalide-tarief-teruggaaf-gehandicapte-minder-3236

Nummer
57bis
Datum
4 december 1980

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

VRAAG

80/57bis

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1980-1981 blz. 1281

Oorlogsinvalide - Tarief - Teruggaaf - Gehandicapte - Minder-valide - Vervoermiddel - Voertuig

VRAAG

Buiten een bepaalde categorie van militaire of burgerlijke oorlogsinvaliden komen personen met zware handicaps in aanmerking voor hierna vernoemde voordelen, onafgezien van het feit dat zij al of niet over een behoorlijk inkomen beschikken:

ANTWOORD

- Vrijstelling van verkeersbelasting;

- Voordeel van tariefverlaging van de BTW bij aankoop van een personenauto (koninklijk besluit nr. 20 d.d. 20 juli 1970, tabel A - rubrieken XXII en XXVI-art. 77, § 2, van het BTW-Wetboek);

- Vrijstelling van inschrijvingstaks (art. 8 van Titel I van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen).

De handicaps die in aanmerking komen voor de voordelen zijn: volledig blind zijn, volledig verlamd zijn ofwel geamputeerd zijn aan de bovenste ledematen, een blijvende invaliditeit van ten minste 50% te wijten aan de gebrekkigheid van de onderste ledematen.

Alhoewel ik de ernst van de genoemde handicaps zeker niet in twijfel trek, meen ik toch dat minder-validen met een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100% of personen met een invaliditeit van 100% ook zwaar getroffen worden.

Zou het niet wenselijk zijn, Mijnheer de Minister, deze laatste categorie van minder-validen en invaliden te laten genieten van hogervernoemde voordelen.

Antwoord: De nauwkeurige omschrijving van " gebrekkige ", geldend op het stuk van de door het geacht Lid bedoelde gunststelsels inzake verkeersbelasting, BTW en inschrijvingstaks, duidt klaar aan dat, behalve voor de personen die volledig blind zijn, alleen de gebreken worden beoogd die betrekking hebben op de anatomische voortbewegingsorganen in de beperkte zin van het woord, met uitsluiting van de aandoeningen van het hart, de longen, de hersenen of van andere die in min of meerdere mate de mobiliteit van de betrokkenen aantasten.

Volgens de wetgeving op het stuk van de BTW en de inschrijvingstaks en de rechtspraak op het stuk van de verkeersbelasting moet de invaliditeit of de handicap zodanig zijn dat het voertuig onontbeerlijk is om tegemoet te komen aan de ontoereikendheid van die persoonlijke voortbewegingsmiddelen van de gehandicapte. Het volstaat dus niet getroffen te zijn door een al dan niet bestendige arbeidsongeschiktheid of door een andere invaliditeit van 100%.

De in aanmerking genomen criteria zijn het resultaat van grondige studies door de bevoegde diensten van mijn departement na raadpleging van de administratieve gezondheidsdienst en de aangenomen oplossingen werden geïnspireerd door de bekommernis de belangen van de personen in kwestie te behartigen voor zover die belangen verenigbaar zijn met de noodzaak zorg te dragen voor het behoud van de rechtvaardigheid in de belasting .

Alhoewel ik in dit opzicht de bezorgdheid van het eerbaar Lid om het voordeelregime uit te breiden tot andere groepen van invaliden kan begrijpen, moeten we er ons toch bewust van zijn dat vrijstellingen van deze aard sociale ongelijkheden kunnen doen ontstaan ten koste van de invaliden en gebrekkigen waarvan de inkomsten het zich aanschaffen van een autovoertuig niet toelaten. Daar een uitzondering van deze aard kan leiden tot een progressief voordeel aan de meergegoeden, vraagt men zich reeds af of een meer harmonieuze en juistere oplossing er niet zou kunnen in bestaan aan de gehandicapten sociale voordelen toe te kennen in functie van hun materiële toestand en door middel van rechtstreekse uitkeringen.

Onder die omstandigheden lijkt het mij niet gepast de door het geacht Lid voorgestelde weg te volgen, des te minder omdat het in de huidige conjunctuur niet mogelijk is een uitbreiding te overwegen van het aantal begunstigden van bedoelde uitzonderingsmaatregelen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 771 voorkomen