---
title: "Parlementaire vraag 578 · Belgische regeling inzake BTW-voorschotten. Arrest Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen"
description: "Belgische regeling inzake BTW-voorschotten. Parlementaire vraag nr. 578 van 6 januari 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/578-belgische-regeling-btw-voorschotten-arrest-f880"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/578-regime-belge-avances-tva-senateur-ffdd"
---

# Belgische regeling inzake BTW-voorschotten. Arrest Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen · Belgische regeling inzake BTW-voorschotten. Arrest Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 20 oktober 1993

**Nummer**

578

**Datum**

6 januari 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1993-1994, nr. 95, blz. 4928**

*Belgische regeling inzake BTW-voorschotten - Arrest Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 20 oktober 1993*

## **VRAAG**

In een arrest dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op 20 oktober 1993 gewezen heeft, wordt de mogelijkheid verduidelijkt die de lidstaten hebben om van de belastingplichtigen "voorlopige vooruitbetalingen" te vorderen inzake BTW.

Zo heeft het Hof van Justitie beslist dat de zesde BTW-richtlijn wel de mogelijkheid biedt "voorlopige vooruitbetalingen" te vorderen (d.w.z. vooruitbetalingen betreffende de BTW op handelingen die al hebben plaatsgevonden), doch geen "voorschotten", (d.w.z. betalingen betreffende de BTW op nog niet uitgevoerde handelingen). Een Staat kan dus alleen de betaling van de invorderbaar geworden BTW eisen.

De Italiaanse BTW-regeling, die de belastingplichtigen verplicht vσσr 20 december een voorschot te storten van 65 pct. op het totale BTW-bedrag dat zij voor december verschuldigd zijn, is dus strijdig bevonden met de tekst van de zesde BTW-richtlijn. De Staat verplicht de belastingplichtigen immers 65 pct. van de BTW te storten die verschuldigd is voor een nog niet verstreken periode.

Volgens de Belgische BTW-wetgeving moet een belastingplichtige die maandelijkse aangiften moet doen, uiterlijk op 20 december een "voorschot" storten dat gelijk is aan het totale BTW-bedrag dat verschuldigd is voor de maand november. Dit "voorschot" zal dan ook zeer waarschijnlijk veel hoger liggen dan de BTW die op 20 december theoretisch invorderbaar geworden is. Deze regeling lijkt dan ook strijdig te zijn met de zesde BTW-richtlijn.

Bent u dezelfde mening toegedaan ?

Is de regering van plan een wijziging van de Belgische regeling inzake BTW "voorschotten" voor te stellen ?

## **ANTWOORD**

Net als het geachte lid, heb ik kennis genomen van het op 20 oktober 1993 door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gevelde arrest in de zaak C 10/92 betreffende de door de Italiaanse wetgeving inzake de belasting over de toegevoegde waarde ter voldoening van de belasting opgelegde betaling van een voorlopig voorschot.

Ik heb de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen opdracht gegeven de weerslag die dit arrest zou kunnen uitoefenen op de Belgische reglementering inzake belasting over de toegevoegde waarde nauwkeurig te onderzoeken en mij binnen korte termijn het resultaat van dit onderzoek, alsmede in voorkomend geval de passende voorstellen, mede te delen.
