---
title: "Parlementaire vraag 572 · Territoriaal toepassingsgebied"
description: "Territoriaal toepassingsgebied, ambtsgebied van de controlecentra. Parlementaire vraag nr. 572 van 10 september 2013 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/572-territoriaal-toepassingsgebied-ambtsgebied-controlecentra-bevoegdheid-bbc3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/572-champ-application-territorial-ressort-centres-8389"
---

# Territoriaal toepassingsgebied, ambtsgebied van de controlecentra · territoriaal toepassingsgebied - ambtsgebied van de controlecentra - bevoegdheid van de controlecentra - taxatiewerkzaamheden - beheer en opvolging van de dossiers - samenwerking tussen de diensten

**Nummer**

572

**Datum**

10 september 2013

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Parlementaire vraag nr. 572 van de heer Wouter De Vriendt dd. 10.09.2013**

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/131 dd. 14.10.2013, blz. 315**

*Territoriale bevoegdheid bij imperatieve fiscale controleopdrachten.*

## **VRAAG**

Ik verwijs naar uw antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 276 van 7 maart 2013 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2012-2013, nr. 107, blz. 236). Dit antwoord roept nieuwe vragen op. Volgens de instructie AAFisc nr. 49/2012 van 20 december 2012 (punt 70) van de FOD Financiën dienen de imperatieve dossiers die door een dienst niet kunnen worden behandeld wegens onvoldoende controlecapaciteit, te worden behandeld door een andere dienst waar wel nog voldoende controlecapaciteit aanwezig is. Nochtans hebben de controlediensten slechts een beperkte territoriale bevoegdheid. Op mijn vraag of het kan dat een medewerker buiten zijn ambtsgebied een onderzoek uitvoert en daarbij zelfs in zijn briefwisseling met de belastingplichtige het briefhoofd gebruikt van de dienst wiens dossier hij tijdelijk heeft overgenomen, antwoordt u dat de overheid het recht heeft om zijn diensten te organiseren en medewerkers aan te duiden om een deel van de activiteiten uit te voeren voor een andere dienst. Dit betekent echter niet dat zij de wettelijke regels niet dient te volgen.

**1.** a) Is de geciteerde instructie nog steeds van toepassing of werd deze sinds 2 april 2013 (publicatiedatum van het antwoord op de vorige schriftelijke vraag) gecorrigeerd of aangevuld met andere bepalingen die op deze materie betrekking hebben ?

b) Zo ja, welke ?

**2.** Gelet op artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 2010 betreffende de oprichting van diensten in de schoot van de Federale Overheidsdienst Financiën, de vaststelling van hun zetel en van hun materiële en territoriale bevoegdheid en artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 april 2010, dat bepaalt dat de voorzitter van het Directiecomité de territoriale bevoegdheid van de diensten (en de ambtenaren) bepaalt, kan geenszins gesteld worden dat ambtenaren van een bepaalde controledienst zonder meer controleopdrachten kunnen vervullen van een andere dienst en buiten hun ambtsgebied. De territoriale bevoegdheid van de diensten en de ambtenaren werd in het verleden immers beperkt door de secretaris-generaal (zie bijvoorbeeld circulaire van 20 oktober 1987) en tot op heden niet uitgebreid door de voorzitter van het Directiecomité. De vraag rijst met andere woorden, hiermee rekening houdende, hoe u motiveert dat bij imperatieve fiscale controleopdrachten de overheid het recht heeft om zijn diensten te organiseren en medewerkers toe te wijzen aan een andere dienst tot zelfs buiten het eigen ambtsgebied (zie uw antwoord op mijn vorige schriftelijke vraag, waarvan sprake) ?

**3.** Uit welke beslissing van de voorzitter van het Directiecomité blijkt dat ambtenaren ook buiten hun ambtsgebied controles mogen uitvoeren en zelfs de hoofding van diensten mogen gebruiken waar zij niet tewerkgesteld zijn ?

**4.** a) In welke mate is het gebruik van een hoofding van een andere dienst wel in overeenstemming met de regels van behoorlijk bestuur ?

b) Onder meer het fair play beginsel tegenover de belastingplichtige ?

## **ANTWOORD**

(van de Minister van Financiën)

**1.** De door het geachte lid aangehaalde instructie is nog steeds van toepassing. Er werden nog aanvullende richtlijnen met betrekking tot de behandeling van imperatieve dossiers ingeval van onvoldoende controlecapaciteit gegeven in twee bijkomende instructies.

**2.** en **3.** Deze instructies hebben niets gewijzigd aan de territoriale bevoegdheid van de controlediensten. Zij voorzien enkel dat bepaalde ambtenaren worden gemachtigd om controleopdrachten uit te voeren voor een andere dienst die over onvoldoende controlecapaciteit beschikt. De toewijzing van een ambtsgebied aan een ambtenaar is louter een kwestie van interne organisatie en doet geen rechten of verplichtingen ontstaan in hoofde van de belastingplichtigen, zoals overigens wordt bevestigd in het arrest van het Hof van Cassatie van 10 juni 2010. De overheid heeft immers het recht zijn diensten te organiseren en het personeel dat zij ter beschikking heeft, toe te wijzen voor de uitvoering van taken en opdrachten in functie van hun competenties en bekwaamheden. De terzake genomen maatregelen beogen enkel de kwaliteit en de efficiëntie van de interne werking van de diensten te regelen. Bovendien vinden de controlebevoegdheid en onderzoeksbevoegdheid van de ambtenaren hun oorsprong in de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en niet in de regeling van de ambtsgebieden. De wet voorziet niet in een territoriale afbakening van de controlebevoegdheid van de fiscale ambtenaren. De betrokken ambtenaren, regelmatig belast met een controle- of onderzoeksopdracht, handelen dus in respect met de ter zake geldende wettelijke en reglementaire bepalingen.

**4.** Gelet op het voorgaande werden de regels van behoorlijk bestuur gerespecteerd.
