Schriftelijke vraag en antwoord nr : 563 - Zittingsperiode : 55
Auteur : Josy Arens, LENGAG (00866)
Departement : Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een beperking, Armoedebestrijding en Beliris
Titel : Toepassing van het koninklijk besluit van 8 februari 2006.
Datum indiening : 23/03/2023
Vraag
Verscheidene burgers en in medische expertise gespecialiseerde artsen van mijn provincie stellen me vragen over de toepassing van het koninklijk besluit van 8 februari 2006 houdende bepaling van de wijze waarop een volledige blindheid, een volledige verlamming van de bovenste ledematen of amputatie van de bovenste ledematen en een blijvende invaliditeit die rechtstreeks is toe te schrijven aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt, wordt vastgesteld voor het verkrijgen van een parkeerkaart of een btw-attest voor voertuigen.
Velen betwisten de toepassing van de in dat koninklijk besluit omschreven methode om een invaliditeit te evalueren die het verkrijgen van een parkeerkaart rechtvaardigt. Sommige artsen-experts beweren dat deze methode gesimplificeerd en niet omvattend is.
1. a) Wat is de wettelijke procedure om een parkeerkaart of een btw-attest voor voertuigen te verkrijgen?
b) Zijn alle artsen-experts ertoe gemachtigd de nodige medische vaststellingen te doen?
2. Waarom moet er soms een beroep gedaan worden op een gerechtsdeskundige?
3. a) Moet er in de vaststelling noodzakelijkerwijs en uitsluitend naar de vaststellingsmethode verwezen worden zoals die in het bovenvermelde koninklijk besluit beschreven staat?
b) Kunnen er andere parameters in aanmerking genomen worden om een blijvende invaliditeit van 50 % vast te stellen? Zo ja, welke?
4. Waarom moet men een blijvende invaliditeit van 50 % hebben om een parkeerkaart te kunnen krijgen? Volgens mij beperkt een blijvende invaliditeit van 30 % de mobiliteit van de betrokkene al voldoende om de toegang tot dat recht te rechtvaardigen.
5. Werd de relevantie van het koninklijk besluit al tegen het licht gehouden? Heeft men daartoe de intentie?
Antwoord
Publicatie antwoord : B112 · Publicatiedatum : 26/05/2023
1. a) Voor beide attesten geldt dat je ze kan bekomen door een aanvraag in te dienen bij DG Han. Enkel voor een parkeerkaart wordt er gevraagd om zelf kort je mobiliteitsbeperkingen te beschrijven. Vervolgens wordt voor beide attesten (para)medische informatie opgevraagd bij de gekozen behandelende geneesheer. Dit gebeurt grotendeels digitaal. Op basis van de bekomen informatie beslist het multidisciplinair regionaal evaluatieteam op basis van hogergenoemde criteria of er recht is op het attest. Dit kan gebeuren aan de hand van de documenten als deze voldoende duidelijk zijn of na een onderzoek in het regionaal centrum.
b) Het aanleveren van de medische informatie kan door alle medici gebeuren. Dit is uiteraard afhankelijk van de aard van de pathologie. Zo is het bijv. duidelijk dat voor het criterium blindheid een verslag van een oogarts moet aangeboden worden. Voor het criterium 50 % medische schade van de onderste ledematen zal het eerder over verslagen van orthopedie, fysische geneeskunde, reumatologie of neurologie gaan. Ook een functioneel bilan van een kinesist is hier relevant. We merken wel frequent dat de criteria voor het bekomen van deze attesten door externe medici niet goed gekend zijn.
Wat betreft de erkenning van het recht op deze attesten door DG Han: dit gebeurt door ofwel een arts van DG Han ofwel door een multidisciplinair evaluatieteam onder de eindverantwoordelijkheid van een arts. Gezien de aard van sommige criteria kan het bijv. de evaluator-ergotherapie of de evaluator-kinesist zijn die een advies formuleert.
2. Indien een persoon met een handicap niet akkoord gaat met het feit dat hij/zij het gevraagde attest niet heeft bekomen, kan hij/zij zich richten tot de arbeidsrechtbank. De rechter zal het dossier bekijken en bijna steeds een deskundige aanduiden om advies te geven. Er is een grote verscheidenheid in de aangestelde deskundigen en in de praktijk is al gebleken dat ze niet allemaal even bekend zijn met de handleiding van het koninklijk besluit van 8 februari 2006 of met de manier waarop deze moet toegepast worden.
3. a) In de veronderstelling dat deze vraag gaat over het verslag dat de deskundige van de rechtbank moet opstellen, is dit voor het attest btw auto inderdaad het geval en moet de handleiding in het koninklijk besluit van 8 februari 2006 gevolgd worden. Indien het over de parkeerkaart gaat, moet de deskundige het koninklijk besluit volgen voor de betrokken criteria, maar ook andere criteria buiten dit koninklijk besluit, zoals hierboven vermeld.
- grote moeilijkheden op de rubriek verplaatsing in de medisch-sociale schaal;
- minstens 12 punten op de medisch-sociale schaal;
- verlamming beide bovenste ledematen;
- amputatie beide bovenste ledematen;
- een blijvende invaliditeit van 50 % rechtstreeks toe te schrijven aan de onderste ledematen.
Deze criteria worden vastgesteld door DG Han. Daarnaast zijn er nog bijkomende criteria:
- een toelating via de mutualiteit of gewesten voor de aankoop van een mobiliteitshulpmiddel met een specifiek nomenclatuurnummer;
- een erkenning van 80 % in het oude stelsel;
- oorlogsinvaliditeit van minstens 50 %.
b) Neen, voor het criterium 50 % medische schade ter hoogte van de onderste ledematen moet zowel voor het attest btw auto als de parkeerkaart het koninklijk besluit van 8 februari 2006 gevolgd worden.
4. Voor het bekomen van een parkeerkaart zijn er naast het criterium van 50 % medische schade aan de onderste ledematen nog andere criteria (zie hoger). 30 % is daar niet bij. De meeste toekenningen voor een parkeerkaart gebeuren op basis van het criterium grote moeilijkheden op de rubriek verplaatsing. Mogelijks kan iemand met 30 % medische schade van de onderste ledematen dan voor dit criterium in aanmerking komen.
5. Dit koninklijk besluit maakt deel uit van een geheel aan wetteksten. Het is hierop dat de FOD Financiën zich baseert om op te treden in het kader van zijn bevoegdheden en de toekenning van fiscale voordelen. Het is aan de minister van Financiën om te beoordelen of deze wettelijke basis nog relevant is of dat er andere criteria in overweging moeten worden genomen. Zoals hierboven uiteengezet, zijn de voorwaarden voor de toekenning van de parkeerkaart ruimer dan die waarnaar het koninklijke besluit verwijst.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer