---
title: "Parlementaire vraag 561 · Verdeling van de ontvangsten onder de Gemeenschappen"
description: "Verdeling van de ontvangsten onder de Gemeenschappen. Parlementaire vraag nr. 561 van 10 december 1993 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/561-verdeling-ontvangsten-onder-gemeenschappen-bayenet-e198"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/561-repartition-recettes-entre-communautes-bayenet-fb1d"
---

# Verdeling van de ontvangsten onder de Gemeenschappen · BTW. Verdeling van de ontvangsten onder de Gemeenschappen

**Nummer**

561

**Datum**

10 december 1993

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1994, nr. 93**

*BTW - Verdeling van de ontvangsten onder de Gemeenschappen*

## **VRAAG**

Kunt u mij meedelen hoe de BTW-ontvangsten onder de Gemeenschappen worden verdeeld?

Op welke basis gebeurt de ristornering en hoe wordt de verdeelsleutel toegepast voor de BTW betaald in de Vlaamse zetel van een in Wallonië gevestigde firma?

Hoe wordt dit probleem opgelost?

## **ANTWOORD**

In het geheel van middelen ter financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten is de belasting over de toegevoegde waarde ondergebracht bij de «gedeelde belastingen». Artikel 6 van de bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten van 16 januari 1989 definieert een gedeelde belasting als «... een rijksbelasting die op uniforme wijze over het gehele grondgebied van het rijk wordt geheven en waarvan de opbrengst geheel of gedeeltelijk aan de Gemeenschappen wordt toegewezen overeenkomstig de bepalingen van deze wet.»

Wat de BTW-ontvangsten betreft, gaat het om een gedeeltelijke toewijzing. De toewijzingsmodaliteiten zijn - zowel wat de verticale als de horizontale verdeling betreft - in de bijzondere wet zelf vastgelegd, meer bepaald in de artikelen 38 tot 41.

Om tot de verticale verdeling te komen, dienen vooreerst de bij artikel 38 van de bijzondere wet aan elk van de Gemeenschappen toegewezen «basisbedragen» jaarlijks aangepast volgens de in dat artikel vermelde criteria. Het aldus verkregen totaalenter wordt vervolgens uitgedrukt in verhouding tot de totale BTW-ontvangsten, wat meteen de verticale verdeling oplevert.

De horizontale verdeling daarentegen behelst de verdeling van het voormelde totaalcijfer tussen de Gemeenschappen, overeenkomstig de artikelen 39, § 2, en 40, § 2, tweede alinea, van de bijzondere wet.

De vraag van het geachte lid blijkt vooral deze horizontale verdeling te viseren. Uit de hiervoor geciteerde artikelen vloeit voort dat het (horizontaal) verdelingscriterium gekoppeld is aan de verdeling van de onderwijsuitgaven. Meer concreet wordt in de periode 1989-1998 - overgangsperiode genaamd - een verdeelsleutel toegepast, gebaseerd op het respectievelijk aantal leerlingen in beide Gemeenschappen.

De percentages zijn vastgelegd in artikel 39, § 2, van voormelde wet. Vervolgens wordt nog een overgangscorrectie doorgevoerd. Vanaf het begrotingsjaar 1999 wordt de verdeelsleutel aangepast aan de nieuwe verdeling van het aantal leerlingen aan de hand van bij de wet vastgestelde objectieve criteria.

Het probleem, gesuggereerd in het tweede lid van de vraag, stelt zich derhalve niet. **Vr. en Antw., Senaat, 1994, nr. 93**

*BTW - Verdeling van de ontvangsten onder de Gemeenschappen*

## VRAAG

Kunt u mij meedelen hoe de BTW-ontvangsten onder de Gemeenschappen worden verdeeld?

Op welke basis gebeurt de ristornering en hoe wordt de verdeelsleutel toegepast voor de BTW betaald in de Vlaamse zetel van een in Wallonië gevestigde firma?

Hoe wordt dit probleem opgelost?

## ANTWOORD

In het geheel van middelen ter financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten is de belasting over de toegevoegde waarde ondergebracht bij de «gedeelde belastingen». Artikel 6 van de bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten van 16 januari 1989 definieert een gedeelde belasting als «... een rijksbelasting die op uniforme wijze over het gehele grondgebied van het rijk wordt geheven en waarvan de opbrengst geheel of gedeeltelijk aan de Gemeenschappen wordt toegewezen overeenkomstig de bepalingen van deze wet.»

Wat de BTW-ontvangsten betreft, gaat het om een gedeeltelijke toewijzing. De toewijzingsmodaliteiten zijn - zowel wat de verticale als de horizontale verdeling betreft - in de bijzondere wet zelf vastgelegd, meer bepaald in de artikelen 38 tot 41.

Om tot de verticale verdeling te komen, dienen vooreerst de bij artikel 38 van de bijzondere wet aan elk van de Gemeenschappen toegewezen «basisbedragen» jaarlijks aangepast volgens de in dat artikel vermelde criteria. Het aldus verkregen totaalenter wordt vervolgens uitgedrukt in verhouding tot de totale BTW-ontvangsten, wat meteen de verticale verdeling oplevert.

De horizontale verdeling daarentegen behelst de verdeling van het voormelde totaalcijfer tussen de Gemeenschappen, overeenkomstig de artikelen 39, § 2, en 40, § 2, tweede alinea, van de bijzondere wet.

De vraag van het geachte lid blijkt vooral deze horizontale verdeling te viseren. Uit de hiervoor geciteerde artikelen vloeit voort dat het (horizontaal) verdelingscriterium gekoppeld is aan de verdeling van de onderwijsuitgaven. Meer concreet wordt in de periode 1989-1998 - overgangsperiode genaamd - een verdeelsleutel toegepast, gebaseerd op het respectievelijk aantal leerlingen in beide Gemeenschappen.

De percentages zijn vastgelegd in artikel 39, § 2, van voormelde wet. Vervolgens wordt nog een overgangscorrectie doorgevoerd. Vanaf het begrotingsjaar 1999 wordt de verdeelsleutel aangepast aan de nieuwe verdeling van het aantal leerlingen aan de hand van bij de wet vastgestelde objectieve criteria.

Het probleem, gesuggereerd in het tweede lid van de vraag, stelt zich derhalve niet.
