---
title: "Parlementaire vraag 56016882C · De afbraak en wederopbouw bij het bezit van een woning in blote"
description: "De afbraak en wederopbouw bij het bezit van een woning in blote eigendom. Parlementaire vraag nr. 56016882C van 16 juni 2026 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/56016882c-afbraak-wederopbouw-bezit-woning-in-028f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/56016882c-demolition-reconstruction-cas-possession-habitation-d93d"
---

# De afbraak en wederopbouw bij het bezit van een woning in blote

**Nummer**

56016882C

**Datum**

16 juni 2026

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

Mondelinge parlementaire vraag nr. 56016882C van mevrouw Charlotte Verkeyn d.d. 16.06.2026

**Kamer, Integraal verslag – Commissie voor Financiën en Begroting, 2025‑2026, CRIV 56 COM 390 d.d. 16.06.2026, blz. 40**

*De afbraak en wederopbouw bij het bezit van een woning in blote eigendom*

## **VRAAG**

Als stimulans voor bouwbedrijven na de covidpandemie werd met de programmawet van 20 december 2020 een verlaagd btw‑tarief van 6 % ingevoerd voor de afbraak en wederopbouw van een woning vanaf 1 januari 2021. In [circulaire 2025/C/48](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2025-c-48-nieuwe-regeling-btw-tarief-afbraak-90a2) herneemt de fiscus het standpunt dat het bezit van de blote eigendom van een andere woning een zogenaamd verhinderend bezit vormt. De bouwheer‑natuurlijke persoon die nog andere onroerende goederen bezit in volle of blote eigendom komt in aanmerking zolang het geen woning betreft. Die vereiste geldt niet in het geval van sociale verhuur of langdurige verhuur aan particulieren.

Er is nu een recent vonnis van de rechtbank van Antwerpen van 1 april 2026 dat stelt dat de wet feitelijk alleen voorschrijft dat de woning die na afbraak wordt heropgebouwd de enige en hoofdzakelijke eigen woning van de bouwheer‑natuurlijke persoon moet zijn, die hij zelf betrekt of gebruikt. Volgens de rechtbank moet bijgevolg alleen rekening worden gehouden met woningen die effectief worden gebruikt. Aangezien men in een blote eigendom niet kan wonen, vormt een woning die geheel of gedeeltelijk in blote eigendom wordt aangehouden geen verhinderend bezit.

Heel wat burgers zijn echter getroffen door die kwestie en menen dat het anders zit. Er zijn zelfs situaties waarbij de blote eigendom van een woning of vakantiehuis wordt geschonken nadat de afbraak en wederopbouw werd aangevat, waardoor men geconfronteerd wordt met een navordering door de fiscus. Daarom heb ik de volgende vragen.

Wat is uw standpunt met betrekking tot de blote eigendom van een woning als verhinderend bezit voor de toepassing van het verlaagde btw‑tarief van 6 % voor afbraak en wederopbouw?

Zal uw administratie nog beroep aantekenen tegen dat vonnis?

Welke stappen dienen andere bouwheren te zetten om hun rechten te vrijwaren in afwachting van de verdere evolutie van de rechtspraak en een eventueel hoger beroep?

## **ANTWOORD**

(van Jan Jambon, vice‑eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen)

Om het verlaagde btw‑tarief van 6 % toe te passen in het geval van afbraak en wederopbouw van een woning, is het in sommige gevallen noodzakelijk dat een nieuw opgerichte of aangekochte woning de enige woning is van de bouwheer of de koper.

Deze voorwaarde vinden we zowel terug bij de tijdelijke regeling waarover de rechter zich heeft uitgesproken als bij de permanente regeling. Om te bepalen of de heropgerichte woning in de context van deze regeling de enige woning is die de bouwheer-natuurlijke persoon, of de koper-natuurlijke persoon, zelf betrekt, moet men rekening houden met alle gebouwen die geheel of gedeeltelijk worden gebruikt als woning en waarop de bouwheer of de koper gehele of gedeeltelijke eigendomsrechten kan doen gelden.

Daar de blote eigendom van een woning wel degelijk een eigendomsrecht is, vormt het bezit van de blote eigendom van een gebouw een belemmering voor de toepassing van het verlaagde tarief. Enkel indien de blote eigendom verworven is ingevolge een erfenis voorziet de regeling uitdrukkelijk in een afwijking hiervan.

De administratie meent dat de rechter in eerste aanleg de voorwaarde van enige woning echter verkeerd geïnterpreteerd heeft door ten onrechte een gebruiksvereiste te koppelen aan het bezit van dat eigendomsrecht. De personen die menen dat de interpretatie van de administratie fout is, kunnen in afwachting van een beslissing in hoger beroep, reeds hun recht op teruggave uitoefenen overeenkomstig de normale regels teneinde hun rechten te vrijwaren.

## **CONCLUSIE**

(van Charlotte Verkeyn)

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik vrees dat uw antwoord voor velen hard zal aankomen, daar we tussen de lijnen horen dat uw administratie van mening is dat ze beroep zal moeten aantekenen tegen dit vonnis van de rechtbank van eerste aanleg. De interpretatie staat haaks op de interpretatie van de rechter. Ze zegt dat het vonnis in feite een verkeerde interpretatie weergeeft.

Ik hoor in uw antwoord enkel en alleen dat het wel degelijk gaat over eigendom én gebruik, niet eigendom of gebruik, en dat er dus twee cumulatieve voorwaarden zijn. Het wordt zeer interessant welk verder gevolg de rechtspraak daaraan zal geven.
