---
title: "Parlementaire vraag 555 · Btw in de hippische sector"
description: "Btw in de hippische sector. Parlementaire vraag nr. 555 van 11 december 2008 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/555-btw-in-hippische-sector-055f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/555-tva-application-secteur-equestre-fcc1"
---

# Btw in de hippische sector

**Nummer**

555

**Zittingsperiode**

52

**Datum**

11 december 2008

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 555 - Zittingsperiode : 52

Auteur : Josée Lejeune, MR (00908)

Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

Titel : Btw in de hippische sector.

Datum indiening : 11/12/2008

## Vraag

Aangezien ik nauwe banden heb met hippische kringen, heb ik de debatten over het btw-tarief in de bevoegde commissie met aandacht gevolgd. Vandaag is het zo dat personen van wie de activiteit als landbouwactiviteit wordt aangemerkt, recht hebben op een tarief van 6 procent, terwijl het tarief 21 procent bedraagt wanneer dat niet het geval is.

Hierover ondervraagd, bezorgde u ons al een aantal antwoorden en lichtte u eveneens de in de Europese Unie toepasselijke wetgeving toe. Hoewel de btw in de hippische sector overeenkomstig btw-richtlijn 2006/112/EG in theorie niet kan worden verminderd, stellen we vast dat, in de praktijk, de wetgeving van sommige lidstaten tegen die richtlijn indruist.

In de loop van oktober 2007 startte de Commissie overigens een aantal procedures om de toestand te reguleren. Aanvankelijk vroeg ze Nederland in een gemotiveerd advies zijn wetgeving binnen een termijn van twee maanden aan te passen. Zoniet zou het voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kunnen worden gedaagd. Verscheidene landen, meer bepaald Frankrijk, Oostenrijk, de Tsjechische Republiek, Duitsland, Ierland, Italië en Luxemburg werden in dat verband door de Commissie in gebreke gesteld. Tot op heden werd door de Commissie echter geen nader gevolg gegeven aan die procedures, noch ten aanzien van Nederland, noch ten aanzien van een van de andere betrokken lidstaten.

Ik meen dat er hier sprake is van discriminatie van de Belgische burgers ten aanzien van de burgers van sommige andere lidstaten.

Kan u me zeggen of er op het nationale en/of het Europese niveau denksporen bestaan om een oplossing uit te werken voor dit probleem?

## Antwoord

Publicatie antwoord : B045 · Publicatiedatum : 24/12/2008

In tegenstelling tot de informatie waarover u lijkt te beschikken, heeft de Europese Commissie op 27 november 2008 besloten Nederland voor het Hof van Justitie te dagen wegens de toepassing van het verlaagde btw-tarief op paarden, en met name renpaarden. Tevens opent de Commissie de tweede fase van de inbreukprocedure tegen Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Oostenrijk. De Commissie heeft dus aan deze lidstaten een met redenen omkleed advies gezonden over de onjuiste toepassing van een verlaagd btw-tarief op de levering van bepaalde levende dieren, en met name paarden, die niet zijn genoemd in [bijlage III](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-iii) bij de richtlijn 2006/112//EG. Indien deze lidstaten zich binnen twee maanden niet conformeren aan dit met redenen omklede advies, kan de Commissie hen ook voor het Europees Hof van Justitie brengen. Italië heeft na ingebreke te zijn gesteld, zijn wetgeving aangepast zodat deze vanaf 1 januari 2008 met de richtlijn in overeenstemming is.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · [De vraag op de website van de Kamer](https://www.lachambre.be/kvvcr/showpage.cfm?section=qrva&language=nl&cfm=qrvaXml.cfm?legislat=52&dossierID=52-b045-260-0555-2008200906568.xml)

## Aangehaalde teksten

1

[btw-richtlijn 2006/112 bijlage III](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-iii) 1 voorkomen
