De schenking aan voedselbanken · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

55027073C 18 mei 2022

Zoeken

De schenking aan voedselbanken

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55027073c-schenking-voedselbanken-mondelinge-nahima-lanjri-29cf

Nummer
55027073C
Datum
18 mei 2022

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Mondelinge parlementaire vraag nr. 55027073C van mevrouw Nahima Lanjri d.d. 18.05.2022

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2021-2022, CRIV 55 COM 791 d.d. 18.05.2022, blz. 56

De schenking aan voedselbanken

Nahima Lanjri: Mijnheer de minister, nooit eerder klopten zoveel mensen aan de bij de voedselbanken als vandaag. Uit het jaarverslag van de Federatie van Voedselbanken blijkt dat maar liefst 177.238 mensen iedere maand langsgingen bij de voedselbank om een pakket met eten of drinken op te halen. Er werd meer dan 22.000 ton voedsel verdeeld. Tegelijkertijd neemt het aantal schenkingen van voedsel door bedrijven verder af. In 2021 ontvingen de voedselbanken zo'n 12 % minder schenkingen. Ze vangen dit dan op door meer voedsel aan te kopen maar ook deze middelen zullen de komende jaren steeds minder worden. Het gaat om een daling van middelen met 30 % vanaf 2024.

De voedselbanken geven zelf aan dat een passage uit de “Circulaire 2020/C/116 betreffende het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen en levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen", een extra belemmering vormt voor het schenken van voedsel aan de voedselbanken. Het gaat om een wijziging van Artikel 3, eerste lid van het Koninklijk besluit nr. 59. Daarin staat als een van de voorwaarden om te kunnen spreken van goederen die niet meer verkocht kunnen worden tegen de normale commercialisatievoorwaarden, dat de houdbaarheidsdatum van het goed ten laatste vijf dagen na de datum van de onttrekking van het goed verstrijkt. Hierdoor wachten heel wat producenten tot de laatste vijf dagen om hun goederen te schenken terwijl ze dat vroeger bijvoorbeeld enkele maanden of weken op voorhand deden. Een periode van 5 dagen tussen de aanbieding van de producten door de schenker en de vervaldatum, is te kort om een tijdige verdeling mogelijk te maken. Het lijkt erop dat deze passage een ongewenst effect heeft veroorzaakt. Het werpt een extra drempel op voor de broodnodige schenking van levensnoodzakelijke goederen. Ik heb dan ook volgende vragen:

Bent u op de hoogte van het probleem met de houdbaarheidstermijn van vijf dagen voor het schenken van goederen?

Werkt u aan een oplossing om de ongewenste effecten van de voorwaarde van de houdbaarheidsdatum van goederen bij schenkingen, weg te werken? Aan welke pistes denkt u?

Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer de voorzitter, volgens de huidige btw-wetgeving mogen enkel voedingsmiddelen worden geschonken die niet meer verkocht kunnen worden tegen de normale commercialisatievoorwaarden, bijvoorbeeld als de houdbaarheidsdatum van het goed verstrijkt ten laatste vijf dagen na de datum van de schenking van het goed. De andere wettelijk bepaalde mogelijkheden om onder de gunstregeling voedingsmiddelen te kunnen schenken, zijn: een beschadigde verpakking, een product dat niet beantwoordt aan de productiestandaard van de fabrikant, of het einde van de gebruikelijke commercialisatieperiode. Zodoende beschikken de belastingplichtige schenkers en begunstigde organisatie over een brede waaier aan mogelijkheden om van de gunstregeling inzake btw op de schenkingen van voedingsmiddelen te kunnen genieten.

Wat het verstrijken van de houdbaarheidsdatum betreft, geeft de sector aan dat de wettelijk voorziene termijn van vijf dagen te kort is. Uit overleg met de FOD Financiën en de sector is gebleken dat een verlenging van de voornoemde termijn van vijf dagen naar vijftien dagen de beste oplossing is voor het logistieke probleem. Zo blijft de gunstmaatregel ook in overeenstemming met de Europese regelgeving ter zake en wordt het risico op fraude en parallelle circuits eveneens niet vergroot. Ik heb dan ook aan mijn administratie de opdracht gegeven om de wettelijk voorziene termijn te wijzigen van vijf naar vijftien dagen. De wijziging van het KB is in voorbereiding en zal zo snel mogelijk worden omgezet en gepubliceerd.

Nahima Lanjri: Mijnheer de minister, ik wil u bedanken dat u aan uw administratie de opdracht hebt gegeven om een oplossing te zoeken.

Ik heb met de sector overlegd, meer bepaald met de heer Vanthemsche en met andere mensen van de Federatie van de Voedselbanken. Die pleiten ervoor om die termijn niet in te voeren. Zelfs vijftien dagen is te kort om de distributie op een goede manier rond te krijgen. Het gaat bijvoorbeeld ook over koekjes of pasta, en die producten zouden kunnen worden weggeschonken als het product nog enkele maanden goed is maar de fabrikant vaststelt dat hij met een overschot zit.

Ik meen dat er in de vorige regeling geen datum stond, ook geen vijf dagen, maar in de rondzendbrief is die er op een of andere manier ingeslopen. Het zou goed zijn als daar geen termijn op stond, ook geen vijf dagen, want het kan ook minder zijn, als men bijvoorbeeld een brood van een bakker of uit de supermarkt wil wegschenken. Misschien moet de administratie dus nog even zijn licht opsteken bij de Federatie van de Voedselbanken om die termijn nog gevoelig te verlengen of weg te laten.

Uiteraard moet men controleren op fraude. Die termijn was er vroeger echter ook niet, dus begrijp ik niet waarom dit nu plots wel zou moeten. Ik meen dat vijftien dagen nog te kort is.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 59 art. 31 voorkomen