---
title: "Parlementaire vraag 55024613C · De beperking van privacy door de invoering van het CAP"
description: "De beperking van privacy door de invoering van het CAP. Parlementaire vraag nr. 55024613C van 16 februari 2022 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55024613c-beperking-privacy-invoering-cap-naleving-7cea"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/55024613c-limitation-respect-vie-privee-introduction-109e"
---

# De beperking van privacy door de invoering van het CAP · De beperking van privacy door de invoering van het CAP - De naleving van de GDPR-wetgeving door de fiscus

**Nummer**

55024613C

**Datum**

16 februari 2022

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

Mondelinge parlementaire vragen nr. 55024613C van de heer Erik Gilissen en nr. 55025367C van de heer Joy Donné d.d. 16.02.2022

**Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2021-2022, CRIV 55 COM 701 d.d. 16.02.2022, blz. 46**

*De beperking van privacy door de invoering van het CAP*

*De naleving van de GDPR-wetgeving door de fiscus*

## **VRAAG**

(van de heer Gilissen)

Mijnheer de minister, banken moeten vanaf januari 2022 alle saldi van de bankrekeningen en verzekeringscontracten melden aan een centraal register, het Centraal Aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP). De omvang van de mededelingsplicht, in de vorm van een periodieke verslaggeving, wordt door de Gegevensbeschermingsautoriteit als problematisch bevonden. Zij pleit ervoor om de bestaande regels strenger te handhaven in plaats van over te gaan tot een bijzonder verregaande centralisatie van uiterst gevoelige financiële gegevens. De GBA is van oordeel dat de strijd tegen grootschalige en grensoverschrijdende fraude geen verantwoording kan zijn voor de verregaande mededelingsplicht. De bepaling waarbij diensten van openbaar nut, inlichtingen mogen inwinnen die nuttig blijken voor de uitvoering van hun opdrachten, wordt door de GBA ook als te algemeen bevonden. Waarom werd niet ingegaan op de bezwaren van de GBA? Waarom worden persoonsgegevens 10 jaar bijgehouden in het CAP terwijl de aanvragen om informatie slechts 5 jaar worden bijgehouden? Waarom wil de regering over deze gegevens beschikken? Is het de bedoeling een vermogenskadaster op te stellen?

## **VRAAG**

(van de heer Donné)

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Europese GDPR-wetgeving regelt hoe organisaties en overheden moeten omgaan met persoonsgegevens. In een zaak voor de geschillenkamer van de GBA verzocht een boekhoudster uit Luxemburg de BBI om informatie, inzage, rectificatie en beperking van de verwerking van haar persoonsgegevens in een dossier waarin zij naar eigen zeggen ten onrechte werd bestempeld als stroman. De fiscus weigerde in te gaan op haar verzoek waarna de GBA de fiscus in het ongelijk stelde. Daarbij merkte de geschillenkamer van de GBA ook op dat een inperking van de rechten van de burger onder de GDPR-wetgeving enkel kan om een belangrijk belang te vrijwaren dat bovendien evenredig moet zijn en in de tijd beperkt. Volgens verschillende fiscale advocaten verwijst de fiscus te vaak naar het algemeen belang van budgettaire of fiscale aangelegenheden om onder zijn verplichtingen uit te komen. De fiscus blijkt niet te beschikken over interne procedures die een volledig overzicht van alle persoonsgegevens mogelijk maken. Nochtans is de verantwoordingsplicht een hoeksteen van de GDPR waardoor het technisch mogelijk moet zijn om alle persoonsgegevens van iemand op te vragen. Heeft de overheid volgens u geen voorbeeldfunctie te vervullen aangezien ook bedrijven en andere organisaties onderhevig zijn aan de GDPR-wetgeving? Hoe kan de fiscus in de toekomst garanderen dat belastingplichtigen gebruik kunnen maken van de verantwoordingsplicht die organisaties en overheden hebben in het kader van de GDPR-wetgeving?

## **ANTWOORD**

(van de Minister van Financiën)

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de motivering zoals die is opgenomen in de memorie van toelichting en het verslag aan de Koning en de respectievelijke koninklijke besluiten. Wat de persoonsgegevens betreft, is de verjaringstermijn van toepassing op gecorrectionaliseerde misdaden en misdrijven wettelijk bepaald. De gegevens worden opgeslagen in het CAP voor een periode van tien jaar. Voor informatieaanvragen is de wettelijke bewaringstermijn in overeenstemming met het Europees recht voorzien op vijf jaar. De mogelijkheid om deze gegevens te consulteren, is bedoeld om een grotere transparantie en billijkheid van ons fiscaal systeem te waarborgen, niet om een vermogenskadaster aan te leggen. De bevraging van het CAP door mijn administratie in het kader van een fiscaal onderzoek behartigt daarmee een taak van algemeen belang in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming. Die noodwendigheden van het fiscaal onderzoek en van de wettelijke opdracht die de fiscale administratie vervult, zijn materieel benoemd in het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Tevens wordt het bijzonder onderzoek van belastingautoriteiten in de algemene verordening gegevensbescherming gevalideerd. Dat is logisch, gelet op de uitdagingen waarmee de fiscale administraties vandaag de dag worden geconfronteerd. De algemene verordening gegevensbescherming voorziet in een uitzondering voor overheidsinstanties waaraan ingevolge een wettelijke verplichting geen dermate strikte interpretatie kan worden verbonden dat de efficiëntie van haar werkzaamheden, die van openbare orde zijn, op de helling zou komen te staan. Mijnheer Donné, de FOD Financiën verstrekt de burgers reeds de verwerkte persoonsgegevens via het MyMinFin-platform. Indien het verzoek betrekking heeft op een lopend belastingdossier, kan de burger betreffende zijn gegevens het dossier raadplegen bij de bevoegde dienst waarvan de contactgegevens aan hem worden meegedeeld. De beslissing van de GBA waarnaar u verwijst, werd volledig verbroken door het hof van beroep te Brussel, afdeling Marktenhof op 1 december 2021. De klaagster in een BBI-onderzoek heeft misbruik gemaakt van haar klachtenrecht conform de GDPR. Het vermelde arrest specifieert over fiscaal onderzoek het volgende: "Het bestrijden van mogelijke internationale belastingfraude en -ontwijking vormt een door de EU erkende doelstelling van algemeen belang in de zin van artikel 52, ten eerste van het Handvest." Ik ben het met u eens dat de overheid een voorbeeldfunctie moet vervullen, maar dat kan geen afbreuk doen aan de uitoefening van het openbaar gezag door de FOD Financiën, wat in het vermelde arrest van het Marktenhof wordt bevestigd.

**Erik Gilissen** : Mijnheer de minister, officieel heet het dat de informatie-uitwisseling tot doel heeft fraudeonderzoeken en dergelijke te vergemakkelijken. Wij zijn het er allemaal over eens dat misdaad en fraude bestreden moeten worden, maar de manier waarop dat mag en kan gebeuren, is een andere zaak. Big brother is watching you. Vroeger was men onschuldig tot bewijs van het tegendeel, tegenwoordig stellen wij vast dat er een evolutie is waarin zowat iedereen als schuldig wordt beschouwd tot bewijs van de onschuld. Er worden in sneltreintempo meer gegevens verzameld over de burger, met een steeds grotere impact op de privacy tot gevolg. De regering heeft het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit ter zake eigenlijk gewoon naast zich neergelegd. U zegt dat er geen vermogensregister zal worden gekoppeld aan het CAP, maar wij vrezen – ministers komen en gaan, beleid komt en gaat – dat het in de toekomst toch wel eens de bedoeling zou kunnen zijn om een vermogensregister op financiële rekeningen in te voeren, met als doel van de vergaarde informatie niet zozeer eerlijke belastingen invoeren, maar wel extra belastingen invoeren. Daar passen wij voor, zeker als er verregaande ingrepen op de privacy voor nodig zijn die zelfs ingaan tegen het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

**Joy Donné** : Mijnheer de minister, ik heb bij het antwoord op mijn vraag geen specifieke opmerkingen meer. Ik heb wel nog een aantal opmerkingen over het bureau van de fiscus en zijn plicht inzake transparantie en dies meer. Ik zou ze echter willen houden tot het moment waarop ik uw antwoord op vraag nr. 55025364C heb gekregen.
