De btw voor de horecasector Het btw-tarief voor de horecasector Het verlaagde · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

55019592C 28 september 2021

Zoeken

De btw voor de horecasector Het btw-tarief voor de horecasector Het verlaagde

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55019592c-btw-horecasector-tarief-verlaagde-toepassing-55db

Nummer
55019592C
Datum
28 september 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

47 paragrafen

Samengevoegde mondelinge parlementaire vragen nr. 55019592C, nr. 55020999C van mevrouw Kattrin Jadin, nr. 55020345C van de heer Kurt Ravyts, nr. 55021092C van de heer Denis Ducarme, nr. 55021186C van de heer François De Smet en anderen d.d. 28.09.2021

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2020-2021, CRIV 55 COM 580 d.d. 28.09.2021, blz. 1

De btw voor de horecasector

Het btw-tarief voor de horecasector

Het verlaagde btw-tarief van toepassing op de restaurant- en cateringdiensten tot 30 september 2021

Het einde van het verlaagde btw-tarief van 6 % in de horeca

Het einde van het tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6 % in de horeca

De verhoging van de btw in de horeca

François De Smet: Sinds 8 mei 2021 geldt het verlaagde btw-tarief van 6 % in de horeca. Die tijdelijke maatregel, die ertoe strekte de sector zuurstof te geven, loopt echter af op 30 september, terwijl de crisis voor de horeca nog lang niet achter de rug is. Per 1 oktober geldt opnieuw het btw-tarief van 12 % voor maaltijden en 21 % voor dranken.

Los van de eventuele hogere rekening voor de consument, is het gevaar voor een sociaal bloedbad niet geweken. In de horeca werken er meer dan 180.000 mensen. Doordat de – uiteraard noodzakelijke – socialdistancingmaatregelen in acht genomen moesten worden, konden de horeca-uitbaters bovendien sinds de heropening niet op volle kracht werken.

Zal de maatregel verlengd worden en zal de horeca het verlaagde btw-tarief van 6 % mogen blijven toepassen tot 31 december 2021? Zo niet, welke compenserende maatregelen zal de regering dan treffen om een sociaal bloedbad te voorkomen? Beschikt u over een raming van de btw-ontvangsten voor de horeca tijdens de zomermaanden in de voorbije drie jaar? Beschikt de regering over cijfers met betrekking tot de huidige financiële situatie van de horecasector? Zo ja, kunnen die cijfers meegedeeld worden?

Wouter Vermeersch: Het actualiteitsdebat wordt een stuk gemakkelijker. De afwezigen hebben echter altijd ongelijk.

Als we de pers mogen geloven, alsook de verklaringen van de minister in De zevende dag, zal er op 1 oktober een einde komen aan het verlaagde btw-tarief van 6% in de horeca. Vanaf die dag geldt immers opnieuw het tarief van 12% of 21%.

Ik heb u hierover gisteren al een vraag gesteld omdat ik vind dat er uit de btw-hervormingen van andere landen conclusies kunnen worden getrokken. Nadat Frankrijk de btw in de horeca verhoogde, stegen de prijzen voor de consument.

Hoe zullen we vermijden dat de tijdelijke btw-verlaging tot een blijvende stijging van de prijzen in restaurants veroorzaakt?

Heel wat horecazaken hebben helaas nog niet ten volle van die maatregel kunnen gebruikmaken, enerzijds omdat ze in mei al zijn opengegaan, zij het niet op volle capaciteit, anderzijds omdat sommige zaken pas op 1 oktober weer openen, bijvoorbeeld de nachtclubs.

Wat met horecazaken die nu opnieuw worden geconfronteerd met nieuwe beperkingen? In Brussel wordt namelijk het Covid Safe Ticket ingevoerd, iets waar de horeca onder te lijden krijgt. Dat is jammer, omdat die maatregel net is ingevoerd om de door eerdere maatregelen geleden schade te compenseren. Net op het moment dat horecazaken hun geleden schade wat kunnen dempen, wordt een steunmaatregel opgeheven. Dat betreuren wij. Vooral voor de sectoren die onvoldoende hebben kunnen gebruikmaken van die steun.

Marie-Christine Marghem: Die maatregel mag dan al gunstig zijn voor de horeca, maar in die sector is er nog lang geen sprake van een normale hervatting van de activiteit. De klanten blijven nog altijd weg uit de restaurants en de restauranthouders hebben moeite om geschoold en gevaccineerd personeel te vinden. Wat moeten zij doen als een deel van hun personeel niet gevaccineerd is? Mensen ontslaan kost geld en als men niet met de betrokkenen kan voortwerken terwijl ze opgeleid zijn betekent dat een verlies.

Het Covid Safe Ticket zal voor hen ook veel bijkomende administratieve rompslomp meebrengen. Tevens zal het volstaan dat er één klant niet in orde is en ze krijgen een boete.

Hoe ziet u een en ander, in het belang van een voor de economische heropleving essentieel beroep? We zouden er veel baat bij hebben als de horeca het goed doet en we moeten ervoor zorgen dat die sector weer op volle toeren kan draaien.

Minister Vincent Van Peteghem: Dank u wel voor uw vragen. Ik meen dat het duidelijk is dat onze regering heel veel verschillende steunmaatregelen genomen heeft die ten goede kwamen aan sectoren die zwaar getroffen zijn door de covidpandemie. Wij hebben verschillende van die maatregelen een aantal keren verlengd, maar het is belangrijk die vandaag te herbekijken.

Eén van de relancemogelijkheden, want daar gaat het vandaag over, was het verlaagde btw-tarief voor restaurant- en cateringdiensten, met inbegrip van het verschaffen van dranken.

Deze maatregel gaf zuurstof aan de horeca en de gerelateerde sectoren en heeft veel faillissementen voorkomen.

Door de versoepeling van de maatregelen getroffen ter bescherming van de volksgezondheid, is ook de economische activiteit in de samenleving, maar ook in deze sector, krachtig hersteld. Daarover kunnen we toch erg tevreden over zijn. In het algemeen moet er rekening mee worden gehouden dat een verlaging van het btw-tarief noodzakelijkerwijs ook een erg negatieve impact heeft op de begrotingsontvangsten. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden die we hebben gekend, is het zeer belangrijk om deze sector financieel te ondersteunen. In het licht van het economische herstel en rekening houdend met de huidige versoepelingen is het dan ook noodzakelijk om de financiële draagkracht van de Staat bij het vervullen van zijn taken op lange termijn te garanderen.

De regering heeft aangegeven dat de btw-verlaging eind september 2021 zou aflopen. Ik bevestig dat.

De btw-diensten en mijn administratie zijn enkel belast met de correcte toepassing van de btw-tarieven en niet met de controle van de prijsevolutie naar aanleiding van een tariefwijziging. Mijn administratie kan geen raming maken van de btw-ontvangsten die de voorbije zomer in de horecasector gegenereerd werden, aangezien nog niet alle aangiften ingediend zijn.

Het verlaagde btw-tarief moet worden toegepast in overeenstemming met de aard van de dienst en moet bovendien onafhankelijk zijn van de aard of het statuut van wie de dienst verricht, in het bijzonder om het neutraliteitsprincipe inzake btw niet te schenden. De afloop van de tariefverlaging voor restaurantdiensten kan dus ook niet selectief worden uitgesteld zoals bijvoorbeeld voor nachtclubs.

Ik zie niet goed in hoe het gebruik van het Covid Safe Ticket (CST) een bijkomende beperking zou inhouden op het aanbod van restaurantdiensten. Het is daarentegen wel een al met al soepele maatregel, waardoor de restaurants hun diensten kunnen aanbieden onder omstandigheden die de veiligheid van het personeel en de klanten optimaal verzekeren.

Samenvattend en concluderend wil ik nogmaals benadrukken dat de maatregel van bij het begin werd aangekondigd als een tijdelijke maatregel. Vanaf dag 1 heb ik duidelijk gezegd dat de maatregel 1 kwartaal zou gelden.

Wat een van de opmerkingen betreft: de prijsstijgingen die in Frankrijk werden doorgevoerd, zijn totaal niet te vergelijken omdat daar de btw-verlaging voor een veel langere periode werd doorgevoerd. Dat heeft ertoe geleid dat een deel van de verlaging van de btw eerder bij de leveranciers dan bij de consument terecht is gekomen. Wij hebben daarentegen altijd duidelijk het signaal gegeven dat de regeling maar een kwartaal zou gelden en dat de inspanning moest worden gebruikt om de buffers opnieuw enigszins aan te zuiveren. Als je kijkt naar wat deze maatregel kost voor 1 kwartaal – meer dan 400 miljoen euro –, dan kan ik zeggen: wij hebben ervoor gezorgd dat de horeca weer een buffer ten belope van 400 miljoen kon aanleggen na een bijzonder moeilijke periode. Dat is me dunkt een verdienste van deze maatregel.

François De Smet: We begrijpen dat die maatregelen niet voor eeuwig zijn, maar met wat meer respijt hadden we kunnen voorkomen dat ondernemingen die er net weer wat bovenop komen, nu moeten spartelen om niet kopje-onder te gaan. De financiële gezondheid van de Staat is een terechte bezorgdheid, maar die zou een flinke knauw krijgen als die ondernemingen zouden moeten sluiten.

Ten slotte zullen de discotheken, die één dag na het aflopen van het verlaagde btw-tarief opengaan, nooit een beroep hebben kunnen doen op die maatregel, terwijl ze nochtans erg zwaar getroffen zijn door de crisis.

Wouter Vermeersch: Mijnheer de minister, dat de christendemocraten en vooral de liberalen in deze regering de horeca in de steek laten, is voor het Vlaams Belang compleet onbegrijpelijk op dit moment. Dat jullie van de verlenging van de maatregel, de btw-verlaging voor de horeca, geen breekpunt hebben gemaakt, is voor ons niet uit te leggen aan de vele, kleine café- en restaurantuitbaters.

Vijf maatregelen werden verlengd. Dat heeft de staatssecretaris van Begroting vanmorgen verteld. Dat kost 100 miljoen euro. Die verlengingen zijn haalbaar en betaalbaar. Dat geloven wij echt. Voor veel uitbaters komt deze maatregel veel te vroeg.

De horeca aan onze Vlaamse kust had gehoopt op nog een aantal maanden extra respijt. Zij zijn open gegaan in mei. Zij draaiden in mei en ook nu nog niet op volle capaciteit. De nachtclubs zijn zelfs nog gesloten. De horeca heeft steun gekregen, maar zij hebben toch aan hun spaargeld moeten zitten. Nu ze net uit de crisis komen, hebben ze nog extra kosten en investeringen om zich in regel te stellen met de maatregelen, bijvoorbeeld op het vlak van luchtzuivering. Zij hebben ook plexischermen moeten aankopen van Van Quickenborne. Zij hebben ondertussen ook personeel aan andere sectoren verloren. Zij moeten dus ook opleidingskosten betalen.

Net nu die sector adem begint te krijgen en kan herleven, worden zij weer toegesnoerd omdat de btw opnieuw wordt verhoogd en dat net voor de winter. Dat komt voor veel horecazaken ongelegen, zeker aan onze Vlaamse kust, omdat daar tijdens de winterperiode veel minder volk wordt verwacht. Wij betreuren deze maatregel ten zeerste. Wij pleiten ervoor om de btw-verlaging minstens tot het einde van het jaar te behouden. Dat is het minste wat wij kunnen doen voor alle horecazaken en zeker ook voor de nachtclubs.

Marie-Christine Marghem: Als er een termijn wordt vastgelegd, moet men die respecteren, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een overschrijding rechtvaardigen. De sector is echter nog steeds kwetsbaar en het is niet zeker dat het publiek zal opdagen.

Ik denk niet dat het Covid Safe Ticket ruimte laat voor flexibiliteit en het zou goed zijn dat er meer duidelijkheid is over de vaccinatiestatus.

In de horeca ten slotte verschilt het btw-tarief in functie van de geleverde diensten en dat kan de maatregelen ondoorzichtig of tegenstrijdig maken voor de sector, wat de situatie nog ingewikkelder maakt.

Sander Loones: Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik geef een aantal korte gedachten.

Ten eerste, laten we eerlijk zijn, de regering is nooit een grote fan geweest van de verlaging van de btw van 21 % naar 6 %. Dat die maatregel er is gekomen, komt vooral omdat hij is afgedwongen door het Parlement. Er is een meerderheid gevonden, eerst met de Zweedse partijen, waarbij ook de andere fracties zich dan hebben aangesloten, waarvoor dank.

De regering zelf heeft elke kans gegrepen die ze kreeg om zo lang mogelijk te wachten met het invoeren van die maatregel. Dat die maatregel er kwam, is dus te danken aan het Parlement, maar toch ben ik vandaag blij dat u hem verdedigt. U stelt zeer duidelijk dat de maatregel gezorgd heeft voor een extra financiering van 400 miljoen euro in de horecasector. U juicht ook toe dat de horecazaken daardoor een buffer hebben kunnen opbouwen. Het siert u dat u het effect van de maatregelen toch ondersteunt.

Ten tweede, gelet op de voorgeschiedenis en een aantal wat verkeerd begrepen, uit de context gerukte uitspraken van de premier, denk ik dat het voor uw regering belangrijk zal zijn om te blijven tonen en bewijzen dat u de horecasector graag ziet en dat er maatregelen genomen worden om die te ondersteunen. Dat kon met de btw-verlaging en dat kan gerust ook met andere maatregelen, maar de regering heeft echt wel wat werk op dat gebied. Ik hoor helaas bij nogal wat horecaondernemers dat zij zich soms wat in de steek gelaten voelen. Bij deze wil ik dus vooral een oproep doen om uw liefde te betuigen.

Te derde, het valt wel op dat in het verleden vooral de Vlaamse parlementsleden in dit Parlement fors communiceerden over de btw in de horeca, terwijl het vandaag vooral de Franstaligen zijn die dat doen, dus de Waalse en de Brusselse collega's. Ik begrijp dat ook. De horecazaken in Wallonië en Brussel zullen er anders aan toe zijn dan die in Vlaanderen. Dat is nu eenmaal het gevolg van het feit dat de vaccinatiegraad een stuk hoger ligt in Vlaanderen. Laat ons daar niettemin aandacht voor hebben.

Bij deze wil ik graag die oproep nog eens herhalen: laat ons zeer goed bestuderen en kijken welke maatregelen er nodig zijn in de totaliteit van België, maar ook zien wat de impact is van die maatregelen in de verschillende regio's, zodat we er lessen uit kunnen trekken en kunnen zien of de maatregelen die we nemen ook de meest gepaste zijn en het effect sorteren dat we nodig hebben. Ik heb de minister van Begroting daarover vanochtend bevraagd, zij verwijst door naar u, minister Clarinval en minister Dermagne, om dat pleidooi nog eens kracht bij te zetten. Laat ons vooral ook meten en zien welk effect maatregelen hebben. Laat ons de komende maanden kijken naar de maatregelen die wel verlengd zijn: waar en hoe ze gebruikt worden en wat hun impact is.

Om het zeer concreet te maken: stel dat ze ook gebruikt worden in Vlaanderen, dan zou het mij interesseren om dat te weten. Dat zou immers een reden kunnen zijn om ons vragen te stellen bij de causaliteit. Is het effectief zo dat de coronapas voor minder economische activiteit zorgt? Als dat zo is, zou die maatregel minder benut moeten worden in Vlaanderen. Mocht dat toch niet het geval blijken te zijn, is het belangrijk dat we dat met het Parlement ook bestuderen om te kijken wat de precieze gevolgen zijn.

Het gaat dus verschillende richtingen uit. De maskers vallen niet af, integendeel, het is gewoon een pleidooi voor degelijk parlementair en budgettair werk.