De impact van de kwijtschelding van de huurgelden op de btw-aftrek · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

55015938C 31 maart 2021

Zoeken

De impact van de kwijtschelding van de huurgelden op de btw-aftrek

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55015938c-impact-kwijtschelding-huurgelden-btw-aftrek-cb8e

Nummer
55015938C
Datum
31 maart 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Mondelinge parlementaire vraag nr. 55015938C van de heer Joy Donné d.d. 31.03.2021

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2020-2021, CRIV 55 COM 433 d.d. 31.03.2021, blz. 39

De impact van de kwijtschelding van de huurgelden op de btw-aftrek

Joy Donné: Met ingang van 1 januari 2019 is het mogelijk dat een verhuurder een gebouw of een gedeelte van een gebouw, opteert om die huurovereenkomst aan btw te onderwerpen (artikel 44, § 3, 2°, d) Wbtw). Omdat de verhuurder de verhuurovereenkomst op basis van voormelde bepaling optioneel aan btw onderwerpt, heeft hij ook recht op aftrek van de btw geheven met betrekking tot de kosten die voor deze btw-belaste verhuur worden gemaakt.

In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp 54K3254 wordt de impact besproken van incidenten in de looptijd van de huurovereenkomst op het recht op aftrek van de verhuurder. Zo wordt toegelicht dat niet tot een herziening moet worden overgegaan in het geval van huurvrije periodes die worden aangeboden aan de huurder als een vorm van commerciële korting om tot een huurovereenkomst te komen.

Een incident dat toen, uiteraard, niet kon worden voorzien is de huidige coronacrisis. Ingevolge deze crisis heeft de regering in het wetsontwerp 55K1851 een bepaling opgenomen die moet zorgen voor een belastingvoordeel voor de kwijtschelding van de huur op het gebied van de inkomstenbelastingen. De bedoeling hiervan is verhuurders aan te moedigen om vrijwillig de huur kwijt te schelden en zo de betrokken huurders te ondersteunen.

Op het vlak van btw is er geen duidelijkheid over de impact van zo'n tijdelijke huurkwijtschelding op het recht op btw-aftrek in hoofde van de verhuurder bij een huurovereenkomst die optioneel aan de btw is onderworpen. In principe leidt een 'gratis' terbeschikkingstelling tot een verlies van recht op aftrek en dus mogelijks tot een herziening die de verhuurder ten voordele van de Staat moet doorvoeren. Bent u bereid om, in het kader van de ondersteuning van ondernemingen ingevolge de coronacrisis, te aanvaarden dat bij een huurovereenkomst die optioneel aan de btw is onderworpen overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, d) Wbtw en waarbij de verhuurder de huur tijdelijk kwijtscheldt om de huurder te ondersteunen, er zich in hoofde van de verhuurder geen reden voordoet om over te moeten gaan tot een herziening van de afgetrokken btw ten voordele van de Schatkist?

Zo ja, geldt dit dan enkel als die huurkwijtschelding in aanmerking komt voor het met het wetsontwerp 55K1851 onder hoofdstuk 4 beoogde belastingvoordeel, of in alle gevallen van huurkwijtschelding door de verhuurder om de huurder te ondersteunen?

Minister Vincent Van Peteghem: Uw vraag heeft betrekking tot huurovereenkomsten die optioneel aan de btw zijn onderworpen. Een belastingplichtige verhuurder moet in dat geval normaliter een herziening van genoten aftrek verrichten wanneer hij het gebouw gedurende het herzieningstijdsvak gedeeltelijk of geheel gebruikt voor handelingen die geen recht op aftrek verlenen. De gratis terbeschikkingstelling van de gebouwen wordt in beginsel aanzien als een handeling die geen recht op aftrek verleent. In het geval van een huurcontract is de huurder periodiek gehouden tot het betalen van huurvergoedingen. Wanneer de partijen bij de uitvoering van het huurcontract overeenkomen dat de huurder tijdelijk ontheven is van de betaling van huurgelden, neemt de administratie in de regel aan dat er sprake is van een prijsvermindering of een korting op de huurprijs en dat het niet gaat om een gratis terbeschikkingstelling.

In het geval van een prijsvermindering of een korting, zal de verhuurder dan ook niet gehouden zijn tot het verrichten van een herziening van de genoten aftrek van voorbelasting. Bovenstaande principes gelden niet enkel voor de maatregelen die worden genomen in het kader van de COVID-19-pandemie, maar ook voor gevallen van vermindering of kwijtschelding van huur, voor zover blijkt dat de overeenkomst onder bezwarende titel wordt gesloten.

De tijdelijke gratis terbeschikkingstelling van een gebouw of een gedeelte van een gebouw in het kader van de uitvoering van een huurcontract wordt dus in de regel door de administratie beschouwd als een prijsvermindering of een korting op de huurprijs en niet als een gratis terbeschikkingstelling. De verhuurder moet geen herziening van de afgetrokken btw ten voordele van de schatkist doen wanneer hij in het kader van de COVID-19-pandemie de huur enkele maanden kwijtscheldt om de huurder te ondersteunen.

Joy Donné: Ik dank de minister voor zijn duidelijke antwoord.