---
title: "Parlementaire vraag 55003795C · De btw-controle m.b.t. de esthetische ingrepen of behandelingen De btw-heffing op esthetische"
description: "De btw-controle m.b.t. de esthetische ingrepen of behandelingen De btw-heffing. Parlementaire vraag nr. 55003795C van 3 juni 2020 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55003795c-btw-controle-esthetische-ingrepen-behandelingen-300f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/55003795c-controle-tva-interventions-traitements-esthetiques-c629"
---

# De btw-controle m.b.t. de esthetische ingrepen of behandelingen De btw-heffing op esthetische

**Nummer**

55003795C

**Datum**

3 juni 2020

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

30 paragrafen

Samengevoegde mondelinge parlementaire vragen nr. 55003795C van mevrouw Kathleen Depoorter, nr. 55003799C van mevrouw Kathleen Depoorter en nr. 55003801C van mevrouw Kathleen Depoorter d.d. 03.06.2020

**Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2019-2020, CRIV 55 COM 194 d.d. 03.06.2020, blz. 34**

*De btw-controle m.b.t. de esthetische ingrepen of behandelingen*

*De btw-heffing op esthetische ingrepen of behandelingen en de terugbetaling door het RIZIV*

*De uitsluiting van de btw-vrijstelling voor esthetische ingrepen of behandelingen*

**Kathleen Depoorter**: Mijnheer de minister, mijn vragen gaan over de btw op esthetische ingrepen. De eerste gaat over de btw-controle met betrekking tot esthetische ingrepen of behandelingen. Zoals u weet, kan een esthetische ingreep als medische verzorging worden aangemerkt wanneer deze therapeutische doeleinden heeft. Wanneer een esthetische ingreep niet aangemerkt is als een medische verzorging is deze sinds 1 oktober 2019 onderworpen aan btw.

Wat de controle betreft, stellen we vast dat het Hof van Justitie oordeelt dat de beoordeling of een medische ingreep nu een behandeling is met therapeutische doelen of niet, moet worden vastgesteld door gekwalificeerd personeel. De patiënt is uiteraard niet bevoegd om dat zelf te gaan beslissen.

Toch heb ik hierbij een aantal vragen, mijnheer de minister. Het zou de bedoeling zijn dat inspecteurs van uw administratie die controles gaan uitvoeren en dat de identiteit van de patiënt, om het medisch beroepsgeheim te beschermen, verborgen zou blijven. Is het dan de bedoeling dat de fiscale inspecteurs zelf de medische beoordeling gaan uitvoeren of een esthetische ingreep of behandeling al dan niet therapeutisch is? Is een btw-controle door een fiscale inspecteur die niet-medisch gevormd is niet in strijd met de bewoording van het Hof van Justitie met betrekking tot de medische vaststellingen die dienen te gebeuren door daartoe gekwalificeerd personeel?

Heeft de FOD Financiën fiscale inspecteurs in dienst met deze vereiste beroepskwalificaties? Als een inspecteur in een proces-verbaal schrijft dat de ingreep of de behandeling van niet-medische aard is en de btw dient te worden betaald, primeert dan zijn woord of het woord van de behandelende arts of tandarts, bij een eventueel dispuut?

Dat brengt mij bij mijn tweede vraag. Is het de bedoeling om een parallel na te streven tussen de btw-heffing en een eventuele terugbetaling door het RIZIV van esthetische ingrepen of behandelingen die opgenomen zijn in de RIZIV-nomenclatuur? Met andere woorden, wanneer een behandeling niet als medische verzorging wordt aangemerkt, dient hierop btw betaald te worden, maar zal het RIZIV dan alsnog blijven tussenkomen in de terugbetaling van deze behandeling? Welke afspraken zijn er gemaakt tussen uw administratie en het RIZIV om bij een controle tot dezelfde uitkomst te komen over het medisch karakter van de ingreep of de behandeling?

Ten slotte, dient een besnijdenis van een jongen om louter religieuze redenen te worden aangemerkt als niet-medische verzorging bij gebrek aan therapeutische doeleinden? Dient hierop dan btw betaald te worden?

Is bijvoorbeeld het herstel van een maagdenvlies, wat vaak ook louter vanwege culturele druk of om religieuze redenen wordt uitgevoerd, een niet-medische verzorging? Moet dat aan btw worden onderworpen?

Idem voor een zwangerschapsafbreking die niet wordt uitgevoerd omwille van medische redenen, noch voor de vrouw, noch voor de foetus, en die niet aangevinkt wordt als medische verzorging bij gebrek aan therapeutische doeleinden. Moet daarop btw betaald worden?

Is de uitvoering van een haarimplantaat bij kalende mannen een niet-medische verzorging bij gebrek aan therapeutische doeleinden en dus onderworpen aan btw-heffing?

**Minister Alexander De Croo**: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Depoorter, wat uw eerste vraag betreft, het is absoluut niet de bedoeling dat de fiscale ambtenaren beoordelen of een bepaalde medische ingreep al dan niet een esthetisch karakter heeft en dus al dan niet van vrijstelling van btw is uitgesloten. Ik wil niet vooruitlopen op de noodzakelijke wijziging van die vrijstellingsbepalingen in het Btw-Wetboek, maar uit het arrest van het Grondwettelijk Hof blijkt dat esthetische ingrepen slechts vrijstelling kunnen genieten indien zij therapeutisch van aard zijn. Wanneer voor die handelingen de vrijstelling van btw wordt ingeroepen, dient de behandelende arts in eer en geweten het therapeutisch doel van de ingreep of behandeling te bepalen en is de behandelende arts daarvoor btw-technisch aansprakelijk. Tot slot wens ik te benadrukken dat de behandelende arts in geval van een betwisting alle verweermiddelen die belastingplichtigen ter beschikking staan kan gebruiken, gaande van een administratief bezwaar tot een gerechtelijke procedure.

Aangaande uw tweede vraag, het arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 december 2019 heeft de bepalingen uit het Btw-Wetboek met betrekking tot de vrijstelling van medische verzorging onder tal van aspecten vernietigd. De ministerraad heeft op 16 mei beslist om een voorontwerp, dat de betrokken bepalingen aanpast om tegemoet te komen aan de punten van kritiek van het Grondwettelijk Hof, voor te leggen aan het advies van de Raad van State.

De begrippen die worden gehanteerd in het kader van de vrijstelling van het Btw-Wetboek voor de medische verzorging slaan terug op de Europese btw-richtlijn. Zij moeten daarom strikt worden geïnterpreteerd, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Er zal ongetwijfeld tot op zekere hoogte een parallel bestaan tussen die begrippen en de diensten die voor terugbetaling in aanmerking komen via het RIZIV. Zoals ook blijkt uit de motivering van het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof, mag een dergelijke terugbetaling evenwel niet het enig criterium zijn voor de toepassing van de btw-vrijstelling.

Wat de financiële tegemoetkoming betreft voor ingrepen of behandelingen die buiten het toepassingsgebied van de vrijstelling vallen, verwijs ik u door naar mijn collega, de minister van Volksgezondheid, die daarvoor bevoegd is.

De beoordeling of een medische handeling van die aard is dat zij voor vrijstelling in aanmerking komt, is een delicate evenwichtsoefening. Bij die beoordeling moet er met name voor worden gezorgd dat de rechten van de patiënt en het medisch beroepsgeheim van de betrokken zorgverleners worden gerespecteerd. Als uitgangspunt zal de benadering die tot op heden wordt gehanteerd op basis van de administratieve circulaire met betrekking tot de bestaande vrijstelling verder worden aangehouden.

De FOD Financiën voert in elk geval nog aanvullend overleg met andere administratieve actoren om na te gaan of er op dit vlak nog verbeteringen kunnen worden aangebracht.

Wat uw derde vraag betreft, heeft het Grondwettelijk Hof recent geoordeeld dat de medische vrijstellingen opgenomen in de bepalingen van het Btw-Wetboek te ruim worden toegepast. Zoals daarnet reeds vermeld, blijkt uit het arrest van het Grondwettelijk Hof dat ingrepen en behandelingen enkel vrijgesteld zijn voor zover zij een therapeutisch doel hebben. Op grond van het arrest zijn ingrepen of behandelingen omwille van culturele en religieuze redenen, andere dan deze die een therapeutisch doel hebben, uitgesloten van de vrijstelling.

De behandelende arts bepaalt dus het therapeutisch doel van de ingreep of behandeling. Het komt evenwel aan de wetgever toe om het bedoelde wetsartikel aan te passen. In afwachting van een wijziging van de bedoelde vrijstellingsbepaling kunnen de betrokken beroepsbeoefenaars zich evenwel nog steeds beroepen op de huidige wetsbepaling. Dat betekent dat wanneer een arts tijdens de overgangsperiode een ingreep met een louter esthetisch karakter uitvoert, die ingreep vrijgesteld kan zijn indien de ingreep is opgenomen in de nomenclatuur van het RIZIV en voor terugbetaling in aanmerking komt.

**Kathleen Depoorter**: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is natuurlijk een beetje dubbel.

Ik ben aan de ene kant zeer gerustgesteld dat het uiteindelijk de arts is die bepaalt of een ingreep medisch noodzakelijk is of niet, maar u weet ook dat er druk kan worden uitgeoefend op de arts om een bepaalde beslissing te nemen. Dat is niet altijd evident, zeker wanneer de patiënt het financieel niet zo makkelijk heeft.

Aan de andere kant is het toch heel bijzonder, zeker in tijden waarin de financiering van de volksgezondheid heel erg onder druk staat en waarin wij een nieuwe harmonie zullen moeten zoeken, dat bepaalde ingrepen die niet als therapeutisch noodzakelijk worden beschouwd, wel zouden worden terugbetaald door het RIZIV en de patiënt daarop btw zou moeten betalen. Dat is een heel moeilijke oefening, die echter wel zal moeten worden gemaakt. Met andere woorden, als wij naar de terugbetaling van bepaalde ingrepen kijken, zullen wij heel consequent moeten zijn wat de btw betreft.

Ten slotte, u had het over wetgevende initiatieven. Morgen wordt hierover een wetsvoorstel in overweging genomen met als doel bepaalde ingrepen niet meer terug te betalen. Ik nodig u dan ook uit om dat mee te nemen wat de btw betreft.

Mijnheer de minister, ik heb nog één bemerking. U zei dat ook voor de artsen en tandartsen u inzake de toepassing van de btw zou bekijken of er verbeteringen mogelijk zijn.

Ik nodig u uit zeker met de doelgroepen in overleg te gaan. Het blijkt immers dat het op het terrein heel moeilijk is bepaalde behandelingen, zeker in de tandheelkunde die opgesplitst is in esthetisch en niet-esthetisch, aan de btw-wetgeving te onderwerpen.

Dat is misschien nog een punt om mee te nemen.

*Het incident is gesloten.*
