---
title: "Parlementaire vraag 550 · Belastingen. Forfaitaire aanslag. Fraudebestrijding"
description: "Belastingen. Forfaitaire aanslag. Fraudebestrijding. Parlementaire vraag nr. 550 van 25 november 1993 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/550-belastingen-forfaitaire-aanslag-fraudebestrijding-roo-b043"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/550-base-forfaitaire-taxation-fraude-fiscale-1497"
---

# Belastingen. Forfaitaire aanslag. Fraudebestrijding

**Nummer**

550

**Datum**

25 november 1993

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

80 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 1993-1994, nr. 95, blz. 4921-4924**

*Belastingen - Forfaitaire aanslag - Fraudebestrijding*

## **VRAAG**

Recentelijk zijn een aantal fraudedossiers gerechtelijk afgehandeld waarin de betichte fraudeurs vrijuit gingen. We hoeven hier maar te verwijzen naar het dossier-Ceres, de BTW-carrousel, de zaak-K•••••••, ...

In het dossier-Ceres draait de kern van de zaak rond het stelsel van de forfaitaire belastingen. De omzet wordt op een forfaitaire basis berekend voor een aantal vrije beroepen waarbij klaarblijkelijk de omzet onderschat wordt waardoor de verschuldigde belasting en BTW misgelopen wordt.

Met welke beroepsgroepen heeft de administratie forfaitaire grondslagen van aanslag bepaald ?

Wat is het aandeel van de fiscale ontvangsten die binnen dit stelsel van forfaitaire belastingen geïnd worden ten aanzien van de totale fiscale ontvangsten ?

Welke is de evolutie van de fiscale ontvangsten vóór en na de invoering van het stelsel van forfaitaire belastingen ?

Op welke manier wordt de naleving van deze fiscale bepalingen en de controle op de inning georganiseerd door de administratie ?

Op welke manier zullen de leemtes in dit stelsel van forfaitaire belastingen weggewerkt worden ?

## **ANTWOORD**

I. Wat de inkomstenbelastingen betreft :

Vraag 1

Het geachte lid gelieve hierna de nomenclatuur van de forfaitaire grondslagen van aanslag te vinden die voor het aanslagjaar 1993 (inkomsten van 1992), overeenkomstig artikel 342, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, zijn vastgesteld. Er weze opgemerkt dat overeenkomstig vermeld artikel 342, § 1, tweede lid, WIB 92, inzake inkomstenbelastingen zowel het overleg met de betrokken beroepsgroeperingen als het akkoord noodzakelijk is.

A. Forfaitaire grondslagen van aanslag die tot de bevoegdheid van het college, belast met de studie van de forfaitaire grondslagen en met het contact met de betrokken beroepsgroeperingen, behoren (dit college is opgericht bij ministerieel besluit van 13 april 1971 en is samengesteld uit ambtenaren van de administratie der Directe Belastingen en van de administratie van de Belastingen over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen) en die normaal op nationaal vlak zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake BTW worden afgesloten :

•Slager-spekslager;

•Bakker, brood- en banketbakkerij;

•Caféhouder;

•Heren- en dameskapper, herenkapper, dameskapper;

•Schoenhersteller;

•Kleinhandelaar in zuivelprodukten en melkventer;

•Kleinhandelaar in voedingsmiddelen;

•Kleinhandelaar in wild en gevogelte;

•Consumptie-ijsbereider;

•Kleinhandelaar in schoeisel;

•Exploitant van frietkraam;

•Kleinhandelaar in kranten en tijdschriften;

•Kleinhandelaar in diverse textiel- en lederwaren;

•Apotheker;

•Visventer;

•Kleinhandelaar in vis.

B. Forfaitaire grondslagen van aanslag waarvan het onderzoek en de besprekingen met de betrokken beroepsgroeperingen tot de bevoegdheid van de administratie der Directe Belastingen behoren en die uitsluitend geldig zijn inzake inkomstenbelastingen. Forfaitaire grondslagen die gelden voor het ganse rijk :

•Landbouwer;

•Landbouwer-schapenfokker;

•Landbouwer-varkensfokker;

•Bedrijfspluimveehouder;

•Schipper.

Forfaitaire grondslagen die op gewestelijk of provinciaal vlak worden afgesloten inzonderheid in de sector van de land- en tuinbouw :

•Aardbeienteelt:

•Druiventeelt;

•Kriekenteelt;

•Perziken- en pruimenteelt;

•Laagstamfruitteelt;

•Ajuin- en schorseneerteelt;

•Aspergeteelt;

•Witloofteelt;

•Groenteteelt : in open lucht en onder glas;

•Chrysantenteelt;

•Snijbloemteelt;

•Boomkweek;

•Hopteelt;

•Tabakteelt;

•Kalvermesterij;

•Schilders en behangers garnierders.

Vragen 2 en 3

De statistische gegevens waarover de administratie van de Directe Belastingen beschikt, laten niet toe een onderscheid te maken naar de inkomsten van de al dan niet forfaitair belaste belastingplichtigen. De ervaring leert echter dat wanneer belastingplichtigen overstappen naar het gewone stelsel, dit wil zeggen hun inkomsten vaststellen en aangeven aan de hand van bewijskrachtige boeken en bescheiden, er zelden een verhoging van de belastbare basis wordt vastgesteld.

Vraag 4

De aangiften van belastingplichtigen die overeenkomstig forfaitaire grondslagen van aanslag worden belast, worden zoals de aangiften van de andere zelfstandigen in principe in een tweejaarlijkse cyclus onderzocht. Voor dit onderzoek beschikt de administratie over alle door het WIB 92 ter beschikking gestelde bewijsmiddelen. De taxatieambtenaar kan daarbij onder meer de toepassing van het forfait weigeren indien hij in staat is te bewijzen dat de werkelijke winst aanzienlijk hoger is dan de forfaitair bepaalde winst.

Vraag 5

De forfaitaire grondslagen van aanslag zijn slechts van toepassing bij gebreke van bewijskrachtige gegevens geleverd door belanghebbenden hetzij door de administratie.

Die fiscale bepalingen doen geen afbreuk aan de voorschriften van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, maar richten zich inzonderheid op de werkelijkheid. Zolang sommige handelaars die wetgeving niet naleven, meen ik dat de forfaitaire grondslagen van aanslag een geschikte taxatiemethode blijven voor die belastingplichtigen. Het systeem vereenvoudigt voor de administratie de verificatie zonder dat men hieruit mag afleiden dat het de belastingontduiking in de hand werkt. Indien belastingplichtigen inkopen in 't zwart verrichten, zullen de daaruit voortspruitende ontvangsten noch bij de forfaitair belaste belastingplichtigen noch bij de volgens de gewone regels belaste belastingplichtigen worden aangegeven. Voor het opsporen van de zwarte inkopen beschikt de administratie in beide gevallen over dezelfde controlemiddelen.

II. Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft

De forfaitaire grondslagen van aanslag bedoeld in [artikel 56, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) moeten het eenvoudig mogelijk maken de belastbare omzet te bepalen van de belastingplichtigen die geen gedetailleerde boekhouding voeren en die normaal geen facturen moeten uitreiken, zonder dat de betrokkenen hun ontvangsten van dag tot dag moeten optekenen. Voor de rest blijven de gewone mechanismen van het BTW-stelsel, en inzonderheid het mechanisme van aftrek, in beginsel van toepassing op de kleine ondernemingen die aan de forfaitaire regeling onderworpen zijn.

De forfaitaire regeling is dan ook een vereenvoudigde regeling van belastingheffing die inzake BTW een recht is voor de belastingplichtigen die aan de voorwaarden voldoen om ervan te genieten.

Vraag 1

Benevens deze die gemeenschappelijk zijn voor de administratie der Directe Belastingen en de administratie van de BTW werden inzake BTW nog forfaitaire regelingen uitgewerkt voor volgende sectoren :

•Drogisten;

•Foornijveraars;

•Kleinhandelaars in ijzerwaren en gereedschappen;

•Kleinhandelaars in boeken;

•Kleinhandelaars in tabaksprodukten;

•Geneesheren met geneesmiddelendepot.

Vragen 2 en 3

Voor de niet aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtigen bedroegen de fiscale ontvangsten voor het jaar 1992 volgens de BTW-aangiften (vak 71 min vak 72) 316 586 937 054 frank daar waar deze voor de aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtigen voor datzelfde jaar 1 350 606 805 frank bedroegen.

Aangezien inzake BTW de forfaitaire regelingen reeds bestonden bij de invoering van de BTW op 1 januari 1971 zijn er geen gegevens beschikbaar met betrekking tot de door het geachte lid gevraagde evolutie.

Vraag 4

De inzake BTW vastgestelde forfaitaire grondslagen van aanslag hebben een voorlopig karakter en kunnen zowel in de loop van het jaar waarin ze van toepassing zijn als na het verstrijken van dat jaar worden aangepast om rekening te houden met de gevoelige wijzigingen die ondertussen zouden zijn ingetreden in de samenstellende elementen van het forfait. Voor de uitvoering van de controle beschikt de administratie over de in hoofdstuk X van het BTW-Wetboek voorziene bewijs- en controlemaatregelen, waarvan kan worden gebruik gemaakt naargelang de feitelijke omstandigheden. In dat opzicht zijn de algemene controlerichtlijnen voor de belastingplichtigen onderworpen aan de normale BTW-regeling eveneens van toepassing voor de aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtigen.

Tenslotte, indien tijdens een controletoezicht bij een aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtigen tekortkomingen aan de boekhoudkundige verplichtingen worden vastgesteld, is de administratie niet meer gebonden door de forfaitaire regeling bij het bepalen van de omzet. Hetzelfde geldt indien zou blijken dat de werkelijke ontvangsten gerealiseerd door de belastingplichtige gevoelig zouden afwijken van de forfaitair berekende ontvangsten.

Vraag 5

De belastingplichtigen dienen hun aankopen op te nemen in hun boek voor inkomende facturen. De belastingplichtige die zwarte aankopen verricht zal de hieruit voortspruitende ontvangsten niet aangeven, en dit ongeacht of hij aan de forfaitaire regeling dan wel aan de normale BTW- regeling is onderworpen. De belastingontduiking is dan ook niet inherent aan de forfaitaire regeling.

De namen van natuurlijke personen die leesbaar bleven in de versie die de FOD Financiën verspreidt, worden hier niet opnieuw gepubliceerd: ze zijn tot hun initiaal herleid. De tekst is nergens anders gewijzigd.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 1 voorkomen
