Schoolgebouwen, Huurvergoeding · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

55 5 november 2020

Zoeken

Schoolgebouwen, Huurvergoeding

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/55-schoolgebouwen-btw-huurvergoeding-leen-dierick-0f04

Nummer
55
Datum
5 november 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 55 van mevrouw Leen Dierick d.d. 05.11.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/030 d.d. 09.12.2020, blz. 194

Vraag nr. 55 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Leen Dierick van 05 november 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Schoolgebouwen. - Btw 6 % - Huurvergoeding.

VRAAG

Wanneer de onderwijsinstelling niet zelf eigenaar is van een gebouw, moet de onderwijsinstelling over een duurzaam gebruiksrecht (minstens tijdens de normale schooluren) beschikken teneinde het gebouw als schoolgebouw te kunnen aanmerken in de zin van rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20. Een precair of occasioneel gebruik volstaat niet (bijv. een school gebruikt enkele uren per week de gemeentelijke sporthal die niet op de schoolsite is gelegen, dit is geen schoolgebouw).

Wanneer de eigenaar van een gebouw (bijv. de gemeente) het gebouw permanent verhuurt aan een onderwijsinstelling (die dus het exclusieve gebruiksrecht heeft tijdens de normale schooluren), lijkt de fiscus recent als bijkomende voorwaarde opleggen dat de onderwijsinstelling een marktconforme huurvergoeding betaalt aan de eigenaar van het schoolgebouw. Deze voorwaarde is niet terug te vinden in rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, noch in de Circulaire 2018/C/6 van 18 januari 2018. Vermits het btw-vrijgestelde onroerende verhuur betreft, is een minimale maatstaf van heffing niet aan de orde.

De fiscus lijkt er volstrekt ten onrechte van uit te gaan dat de verhuur niet reëel is indien er geen voldoende hoge huurvergoeding wordt betaald. Bovendien vormt deze extra voorwaarde buiten de wet een zware belemmering voor samenwerking tussen onderwijsinstellingen en eigenaars van schoolgebouwen.

Kan u bevestigen dat een huurovereenkomst, waarvan de inhoud uiteraard dient overeen te stemmen met de realiteit, tussen de onderwijsinstelling en de eigenaar van het schoolgebouw volstaat om aan te tonen dat de onderwijsinstelling over een duurzaam gebruikrecht beschikt tijdens de normale schooluren en dat het bedrag van de huurvergoeding ter zake niet relevant is met het oog op de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 %?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 03.12.2020:

Overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven is een verlaagd btw-tarief van 6 % van toepassing op de leveringen van gebouwen bestemd voor het school- of universitair onderwijs dat op grond van artikel 44, § 2, 4°, a) van het Btw-Wetboek is vrijgesteld alsook op bepaalde werken in onroerende staat of overeenkomsten inzake onroerende financieringshuur die betrekking hebben op dergelijke gebouwen.

Als de onderwijsinstelling een gebouw huurt en hierover kan beschikken als ware ze de eigenaar ervan die ieder ander van het genot van dat recht kan uitsluiten (het louter recht op toegang van het gebouw en gebruik ervan is bijgevolg niet voldoende) dan kan rubriek XL voormeld toegepast worden wanneer dit gebouw hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het verstrekken van vrijgesteld onderwijs.

Om na te gaan of er daadwerkelijk sprake is van een verhuur dient rekening te worden gehouden met alle elementen van de overeenkomst, met inbegrip van de prijs, die een essentieel element is van de huurovereenkomst.

Voor de toepassing van de btw wordt de maatstaf van heffing voor onder bezwarende titel verrichte diensten gevormd door de daartoe door de belastingplichtige werkelijk ontvangen tegenprestatie. Deze tegenprestatie is dus de subjectieve waarde, dat wil zeggen de werkelijk ontvangen waarde, en niet een volgens objectieve maatstaven geschatte waarde, tenzij deze tegenprestatie een symbolisch karakter heeft.

Indien u een concreet geval beoogt kan ik dat uiteraard door mijn administratie laten onderzoeken indien u mij hierover de noodzakelijke informatie bezorgt.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen

Administratieve doctrine

6

« … XL. Hiervoor wordt verwezen naar de schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.398 van de heer Volksvertegenwoordiger Dirk Van Mechelen van 05.01.2017. Met betrekking tot schoolgebouwen die door een onderwijsinstelling worden gehuurd, wordt verwezen naar de schriftelijke parlementaire vraag nr. 55 van mevrouw de Volksvertegenwoordiger Leen Dierick van 05.11.2020 . De Minister heeft aanvaard dat het verlaagde btw-tarief van 6%, beoogd door rubriek XL, van tabel A, ook kan worden toegepast voor de door de PSE-diensten (diensten van gezondheidsbevordering) gebruikte gebouwen (zie de mondelinge parlementaire vraag nr. … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk de 6 documenten