Belastingplichtige. BTW-eenheid · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

542 24 juli 2012

Zoeken

Belastingplichtige. BTW-eenheid

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/542-belastingplichtige-btw-eenheid-peter-luykx-5b97

Nummer
542
Datum
24 juli 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 81 d.d. 17.09.2012, blz. 57

Belastingplichtige

BTW-eenheid

Vraag

In uitvoering van artikel 4, § 2 WBTW (Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde) worden in artikel 1 van koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007 met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een BTW-eenheid vormen, de voorwaarden bepaald waaraan BTW-belastingplichtigen moeten voldoen om deel uit te kunnen maken van een BTW-eenheid om beschouwd te kunnen worden als één belastingplichtige. Eén van de voorwaarden omschrijft dat de ondernemingen organisatorisch en economisch nauw met elkaar verbonden moeten zijn.

1. Is het mogelijk dat een vennootschap - indien de intentie duidelijk omschreven wordt het gebouw te verhuren aan een zusterbedrijf - reeds vanaf het moment van oprichting als een BTW-eenheid erkend wordt?

2. Welke procedures schrijft de FOD Financiën hierover uit?

3. Welke controlemiddelen hanteert de FOD Financiën om de organisatorische en economische verbondenheid vast te stellen en te beoordelen?

Antwoord

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

1. In de mate waarin ze in België gevestigd zijn, kunnen belastingplichtigen in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek, die financieel, economisch en organisatorisch nauw verbonden zijn (drie verbondenheidsvoorwaarden), een btw-eenheid vormen. Deze verbondenheid moet reeds bestaan op het tijdstip van het verzoek tot oprichting van de btw-eenheid en dient, gedurende het bestaan van de btw-eenheid, een permanent karakter te hebben. De loutere bedoeling van een belastingplichtige om een gebouw in oprichting in de toekomst te verhuren aan een andere belastingplichtige is bijgevolg, op het tijdstip van het verzoek tot oprichting van een btw-eenheid, onvoldoende om de nauwe economische verbondenheid tussen belastingplichtigen aan te tonen. Bovendien moet worden opgemerkt dat het verhuren van een gebouw onvoldoende is om de nauwe organisatorische verbondenheid tussen belastingplichtigen aan te tonen. Deze verbondenheidsvoorwaarde heeft immers betrekking op de wijze waarop het bestuur, het beleid en de beslissingsmacht tussen de verbonden partijen worden georganiseerd. Ik verwijs het geachte lid naar het punt 3.2 van de circulaire nr. AOIF 42/2007 van 9 november 2007.

2. en 3.

Het stelsel van de btw-eenheid wordt in werking gesteld middels een gemotiveerd verzoek dat wordt ingediend door de vertegenwoordiger van de btw-eenheid in naam en voor rekening van de leden op het controlekantoor waaronder hij ressorteert. Bij dit verzoek wordt onder meer een lijst gevoegd van de leden die tot de eenheid willen toetreden. Dit verzoek is slechts geldig ingediend als het alle elementen bevat en vergezeld gaat van alle stukken die het de administratie mogelijk maken om te oordelen dat aan alle wettelijke en reglementaire voorwaarden is voldaan om een btw-eenheid te kunnen vormen. Wanneer, gedurende het bestaan van de btw-eenheid, niet meer voldaan is aan één van de drie verbondenheidsvoorwaarden, dient de vertegenwoordiger van de btw-eenheid binnen een termijn van één maand en middels een verzoek tot stopzetting van de btw-eenheid, het controlekantoor waaronder hij ressorteert hiervan ter kennis te brengen.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 42 voorkomens
KB nr. 55 art. 11 voorkomen

Administratieve doctrine

7

« … Deze verbondenheid moet reeds bestaan op het tijdstip van het verzoek tot oprichting van de btw-eenheid en een permanent karakter hebben, wat betekent dat die verbondenheid tijdens het bestaan van de btw-eenheid moet worden behouden (zie bijvoorbeeld de schriftelijke parlementaire vraag nr. 542 van de heer Volksvertegenwoordiger Peter Luykx van 24.07.2012 ). De verbondenheid tussen de belastingplichtigen die een btw-eenheid willen vormen kan evenwel aangetoond worden via belastingplichtigen of niet-belastingplichtigen die zelf geen deel willen of kunnen uitmaken van de btw-eenheid. A. Financiële … »

De belastingplichtige (01.02.2026)Administratieve commentaar01.02.2026

Bekijk de 7 documenten