Regels met betrekking tot de opeisbaarheid van de btw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

535 25 juli 2013

Zoeken

Regels met betrekking tot de opeisbaarheid van de btw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/535-regels-betrekking-opeisbaarheid-btw-marie-3ccb

Nummer
535
Datum
25 juli 2013

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/130, blz. 567

Regels met betrekking tot de opeisbaarheid van de btw

VRAAG

De wet van 17 december 2012 wijzigde onder meer de regels met betrekking tot de opeisbaarheid van de btw. Dat de uitreiking van een factuur niet langer als belastbaar feit wordt aangemerkt, heeft vooral gevolgen wanneer er voorschotfacturen worden uitgereikt. De nieuwe maatregelen waren al voer voor discussie. Beslissing E.T. 123.563 van 19 december 2012 voorziet in een overgangsregeling tot 31 december 2013.

Op 24 april 2013 liet u weten dat de definitieve regels weldra zouden worden gepubliceerd.

1. Heeft uw administratie al een definitieve regeling uitgewerkt? 2. Werd die intussen gepubliceerd? 3. Vond er deze keer overleg plaats met de betrokken actoren en werd er ook rekening gehouden met de praktische gevolgen?

In dat verband gaf u eerder aan dat de definitieve regeling niet de verplichting zou inhouden twee afzonderlijke documenten uit te reiken. De voorschotfactuur zou als een volwaardige factuur worden aangemerkt. Er zou evenmin een voorafgaande betalingsuitnodiging moeten worden verstuurd.

4. Uit uw antwoord kan bovendien worden afgeleid dat in situaties waarin geen uitstel van betaling van toepassing is (namelijk wanneer de btw verschuldigd is door de medecontractant) en waarin de voorschotfactuur met btw wordt uitgereikt, de dienstverlener of leverancier zelf kan beslissen de btw te betalen op het ogenblik dat de factuur wordt uitgereikt of dat de btw verschuldigd wordt. De medecontractant kan de btw echter slechts aftrekken nadat ze betaald werd of nadat het belastbare feit heeft plaatsgevonden, ook wanneer de btw reeds werd betaald door de dienstverlener of de leverancier. Een en ander houdt in dat de medecontractant moet nagaan of de voorschotfactuur betaald werd of de dienst effectief werd verricht/het goed effectief werd geleverd wanneer hij zijn recht op btwaftrek uitoefent. Zo niet, zou hij de btw niet mogen aftrekken.

a) Werd die optie in de definitieve regeling behouden?

b) Het klopt dat de hoger geschetste gevolgen zich slechts in specifieke situaties voordoen. Feit is echter dat die nieuwe regeling nog steeds extra administratieve opvolging vergt en dat zodoende voorbijgegaan wordt aan de door de wet beoogde vereenvoudiging. Bent u zich daarvan bewust?

5. Indien die keuze desondanks behouden blijft, wat zijn dan de gevolgen voor de medecontractant indien die de btw aftrekt zodra hij de voorschotfactuur ontvangt en de betaling ervan of de verrichting van de dienst/levering van de goederen niet afwacht?

ANTWOORD

(minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

De oude bepalingen van het Btw-Wetboek voorzagen dat de factuur een oorzaak van opeisbaarheid was wanneer ze uitgereikt werd vóór het belastbaar feit. Deze bepalingen werden opgeheven met ingang van 1 januari 2013 omdat ze niet in overeenstemming waren met de Europese richtlijn (hetgeen trouwens bevestigd werd door een recent arrest van het Europees Hof van Justitie). Voortaan zijn enkel een betaling vóór het belastbaar feit of het belastbaar feit zelf nog oorzaken van opeisbaarheid van de btw, dit staat de dienstverrichter of leverancier toe om de voorfinanciering van de btw voor één van de oorzaken van opeisbaarheid plaatsvindt, te vermijden. In samenhang hiermee ontstaat het recht op aftrek in hoofde van de klant naargelang het geval, op de dag van betaling of de dag van het belastbaar feit.

De oude bepalingen van het Btw-Wetboek voorzagen dat de factuur een oorzaak van opeisbaarheid was wanneer ze uitgereikt werd vóór het belastbaar feit. Deze bepalingen werden opgeheven met ingang van 1 januari 2013 omdat ze niet in overeenstemming waren met de Europese richtlijn (hetgeen trouwens bevestigd werd door een recent arrest van het Europees Hof van Justitie). Voortaan zijn enkel een betaling vóór het belastbaar feit of het belastbaar feit zelf nog oorzaken van opeisbaarheid van de btw, dit staat de dienstverrichter of leverancier toe om de voorfinanciering van de btw voor één van de oorzaken van opeisbaarheid plaatsvindt, te vermijden. In samenhang hiermee ontstaat het recht op aftrek in hoofde van de klant naargelang het geval, op de dag van betaling of de dag van het belastbaar feit.

Mijn administratie heeft een voorstel uitgewerkt waarvan de grote lijnen reeds uitgelegd zijn geweest in mijn antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 17099 van Mevr. Wouters van 24 april 2013 (zie. Kamer, Integraal verslag, - Commissie van Financiën, 2012 - 2013, CRIV 53 COM 728 van 24.04.2013, p. 23). De betrokken organisaties aan wie het ontwerp werd voorgelegd, hebben evenwel gevraagd om voor 2014 het overgangsstelsel te verlengen.

Ik heb voor 2014 een verlenging van dit afwijkend stelsel aanvaard. De praktische modaliteiten van deze verlenging zullen spoedig uiteen worden gezet.

Er zal een nieuw overleg worden georganiseerd met alle betrokken actoren (ondernemingen, boekhouders, ontwikkelaars van boekhoudsoftware) met als doel een definitieve regelgeving inzake opeisbaarheid vanaf het jaar 2015 in te voeren.