---
title: "Parlementaire vraag 534 · Personenbelasting. BTW. Handelaars. Forfaitair belastingstelsel"
description: "Personenbelasting. BTW. Handelaars. Forfaitair belastingstelsel. Parlementaire vraag nr. 534 van 22 april 1993 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/534-personenbelasting-btw-handelaars-forfaitair-belastingstelsel-a05f"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/534-regimes-forfaitaires-etablissement-absence-inventaires-7036"
---

# Personenbelasting. BTW. Handelaars. Forfaitair belastingstelsel · Personenbelasting. BTW. Handelaars. Forfaitair belastingstelsel.

**Nummer**

534

**Datum**

22 april 1993

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 64, blz. 5939-5942**

*Personenbelasting. - BTW. - Handelaars. - Forfaitair belastingstelsel.*

## **VRAAG**

Een handelaar die als natuurlijke persoon optreedt, ressorteert onder het forfaitaire belastingstelsel. Aangenomen wordt dat hij zijn aangekochte goederen verkocht heeft. Hij wordt het slachtoffer van een inbraak, en een gedeelte van zijn stock wordt gestolen. De verzekeringsmaatschappij waarbij hij verzekerd is tegen diefstal, vergoedt de geleden schade.

Wat moet die belastingplichtige nu doen :

1\. wat de personenbelasting betreft;

2\. wat de BTW betreft ?

## **ANTWOORD**

1\. Inzake inkomstenbelastingen.

Om elk misverstand te vermijden wil ik eerst en vooral duidelijk stellen dat voor de aan de personenbelasting onderworpen belastingplichtigen die inzake inkomstenbelastingen geen geldige goedereninventaris opstellen en waarvan de winst forfaitair wordt berekend op basis van het bedrag van hun inkopen, men beschouwt dat de inkopen van een bepaald jaar tijdens datzelfde jaar verkocht zijn. Daarentegen kan, bij diegenen die jaarlijks een inventaris opmaken van hun goederen in voorraad, het bedrag van hun belastbare winst worden berekend op basis van hun inkopen gedurende het bedoelde jaar, vermeerderd met de waarde van de inventaris op 1 januari en verminderd met de waarde van de inventaris op 31 december van hetzelfde jaar.

In de door het geacht lid bedoelde situatie kan, voor zover enerzijds de omvang en de werkelijkheid van de schade en anderzijds de kostprijs van de gestolen goederen correct zijn vastgesteld, de prijs van de gestolen goederen, per koopwarengroep, van het totaal bedrag van de inkopen van het jaar worden afgetrokken om de basiskostprijs te bekomen waarop de overeenkomstige winstmarge wordt toegepast.

Het eventueel beroepsverlies moet worden bepaald rekening houdend met de kostprijs van de gestolen goederen en het bedrag van de schadevergoeding van de verzekering; het wordt slechts bepaald op het ogenblik van de definitieve vaststelling van de vermelde schadevergoeding en kan slechts mits voorlegging van de nodige verantwoordingen worden afgetrokken. Indien de schadevergoeding de waarde van de gestolen goederen overtreft, dient het excedentaire deel te worden beschouwd als een exploitatiewinst bedoeld in artikel 23, § 1, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

2\. Inzake BTW.

Ingevolge het vermoeden vervat in artikel 9(1) van het koninklijk besluit nr. 2 met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de BTW, wordt de belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling, behoudens tegenbewijs, geacht al de goederen die aan hem werden geleverd, die hij intracommunautair heeft verworven of die hij heeft ingevoerd, te hebben geleverd, al of niet na be- of verwerking, of ze te hebben gebruikt bij de uitvoering van diensten, onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt. Dit vermoeden vindt toepassing op ieder aangiftetijdvak.

Het heeft dus weinig belang dat de goederen effectief zouden zijn verkocht, of de diensten effectief zouden zijn uitgevoerd, opdat de BTW eisbaar zou zijn. Op dit principe bestaat nochtans een belangrijke uitzondering indien een inventaris van de voorraad wordt opgemaakt.

Indien de belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling niet jaarlijks een inventaris van zijn voorraad opmaakt, wordt die laatste geacht constant te zijn gebleven en hebben de goederen, waaruit die voorraad is samengesteld, een vervroegde belasting ondergaan. Indien die belastingplichtige daarentegen jaarlijks een inventaris van zijn voorraad opmaakt, wordt de forfaitaire belasting van zijn aankopen elk jaar herzien om rekening te houden met de voorraadschommelingen tussen twee opeenvolgende inventarissen. Bijgevolg is de voorraad die blijkt uit de laatst opgemaakte inventaris, in dat geval noodzakelijkerwijs belastingschoon.

Zelfs indien geen jaarlijkse inventaris wordt opgemaakt, is het de belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire regeling nochtans toegelaten het bewijs te leveren dat alle goederen die door hem werden aangekocht, die hij heeft ingevoerd of die in zijn hoofde het voorwerp waren van intracommunautaire verwervingen, niet werden geleverd of gebruikt bij de uitvoering van diensten.

In geval van betaling van een vergoeding door een verzekeringsmaatschappij tengevolge bijvoorbeeld van diefstal van goederen, staat de administratie aldus in principe de teruggaaf van de BTW toe die de belastingplichtige zou hebben voldaan op zijn forfaitair berekend omzetcijfer.

Die teruggaaf wordt beperkt tot het verschil tussen de waarde van de goederen in voorraad op het tijdstip van de schade en het bedrag van de laatste inventaris of, bij gebreke aan een inventaris, de waarde van de goederen in voorraad bij de aanvang van de werkzaamheid. Het verschil tussen de aankoopprijs van de aangekochte goederen voor de schade en de waarde aangegeven in de laatste inventaris of op de factuur van overname van het handelsfonds dient te worden berekend voor elk van de koopwarengroepen van de forfaitaire regeling.

De terug te geven BTW wordt, voor elke koopwarengroep, op dezelfde manier berekend door vermenigvuldiging van de inkoopprijs met de forfaitaire coëfficiënt die erop van toepassing is.

Bovendien dient te worden nagegaan of de door de verzekeringsmaatschappij toegekende schadevergoeding enkel de vernieling van de goederen dekt. In de veronderstelling dat een deel van de vergoeding betrekking heeft op investeringsgoederen of allerhande klein materieel, dient dit te worden afgetrokken van het bedrag dat voor teruggaaf in aanmerking wordt genomen.

De regularisatie zal gebeuren door tussenkomst van het bevoegde BTW- controlekantoor;

Indien het geacht lid een welbepaald geval beoogt, ben ik nochtans bereid dat de laten onderzoeken.
