---
title: "Parlementaire vraag 525 · Uitvoer. Vrijstelling BTW. Voorwaarden"
description: "Uitvoer. Vrijstelling BTW. Voorwaarden. Parlementaire vraag nr. 525 van 6 augustus 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/525-uitvoer-vrijstelling-btw-voorwaarden-croo-e0ab"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/525-exportation-livraison-free-on-board-33d6"
---

# Uitvoer. Vrijstelling BTW. Voorwaarden

**Nummer**

525

**Datum**

6 augustus 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 50, blz. 6795-6797**

**BTW-Revue nr. 124, blz. 1007**

*Uitvoer - Vrijstelling BTW - Voorwaarden*

## **VRAAG**

In zijn antwoord op de schriftelijke parlementaire [vraag nr. 106 van de heer W. Peeters van 11 februari 1983](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/106-verkopen-gedaan-clausules-fob-for-9cd9), stelt de minister van Financiën dat overeenkomstig [artikel 39, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) de levering van goederen die door of voor rekening van de leverancier worden uitgevoerd, van de belasting is vrijgesteld.

De minister voegt daaraan toe dat een verkoop onder de clausule FOB een uitvoer inhoudt, overwegende dat de verkoper door een zeeschip te vervoeren goederen levert onder de voorwaarden die niet de minste twijfel laten bestaan omtrent hun uitvoer. Uit het antwoord van de minister blijkt echter dat dit niet geldt voor een verkoop onder de clausule FOR, waarbij volgens de minister de verkoper zich enkel verbindt de goederen in België ter vrije beschikking van zijn klant te stellen.

Sedert 1 januari 1993 kan er geen vrijstelling meer worden ingeroepen wegens uitvoer, tenzij voor de in België gelokaliseerde levering die wordt verricht door een verkoper die deze goederen uitvoert door ze te vervoeren van een plaats in België naar een plaats buiten de Gemeenschap, met zijn eigen vervoermiddelen. De vrijstelling is eveneens van toepassing als er wordt uitgevoerd voor rekening van de verkoper.

De bestaande situatie geeft dan ook aanleiding tot heel wat verwarring. Enerzijds kan er slechts vrijstelling worden toegekend aan de leverancier indien de goederen worden uitgevoerd door de leverancier zelf of door derden - andere dan zijn Belgische klant - voor zijn rekening. Anderzijds staat de administratie toe dat goederen die geleverd worden onder de clausule FOB wel vrijstelling genieten.

Is u niet van mening dat het omwille van de rechtszekerheid aangewezen zou zijn dat het in het antwoord op voormelde parlementaire vraag ingenomen standpunt aangaande de verkoop onder de clausule FOB zou worden uitgebreid tot de clausule FOR (free on rails) en FOW (free on wheels) indien er niet de minste twijfel bestaat dat de goederen worden uitgevoerd naar een bestemming buiten de Gemeenschap ?

## **ANTWOORD**

De levering onder bezwarende titel in België van goederen door een als zodanig handelende belastingplichtige, maakt de Belgische BTW in principe opeisbaar.

[Artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39), zoals dit van toepassing is sedert 1 januari 1993, voorziet in een vrijstelling van de BTW voor de levering van goederen die worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap, hetzij door of voor rekening van de verkoper (artikel 39, § 1, 1°), hetzij door of voor rekening van de niet in België gevestigde koper (artikel 39, § 1, 2°). Dit artikel vormt de omzetting in Belgisch recht van artikel 15, punten 1 en 2, van de Zesde BTW-Richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977.

Bij het wegvallen van de fiscale grenzen tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap op 1 januari 1993, is het begrip uitvoer inzake BTW ingeperkt: er is nog slechts sprake van uitvoer bij een vervoer van roerende goederen buiten de Gemeenschap in plaats van buiten België. Een levering met clausule FOB kan bijgevolg niet langer automatisch en altijd gelijkgesteld worden met een uitvoer, precies omdat de goederen onder die clausule ook intracommunautair geleverd kunnen worden.

De inhoud van de parlementaire [vraag nr. 106 van 11 februari 1983](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/106-verkopen-gedaan-clausules-fob-for-9cd9) moet derhalve genuanceerd worden en ingepast in de huidige bepalingen inzake uitvoer op het stuk van de BTW.

De vrijstelling van BTW wegens uitvoer is enkel van toepassing voor de levering waarbij de verkoper of de niet in België gevestigde koper dan wel iemand voor hun rekening de goederen vervoert of verzendt vanuit België naar een plaats buiten de Gemeenschap. De wijze van vervoer heeft daarbij geen enkel belang. Een levering van goederen die niet gepaard gaat met een vervoer van deze goederen, komt niet in aanmerking voor vrijstelling van de BTW wegens uitvoer.

Een verkoper die in de Gemeenschap goederen ter beschikking stelt van zijn koper, kan enkel rechtmatig aanspraak maken op de vrijstelling van BTW wegens uitvoer wanneer die koper enerzijds buiten België is gevestigd en anderzijds de goederen ingevolge de aankoop die hij heeft verricht, zelf tot buiten de Gemeenschap vervoert of verzendt, dan wel een derde daarmee belast.

De strikte toepassing van deze regels leidt ertoe dat geen vrijstelling van BTW wegens uitvoer kan worden toegepast wanneer de verkoper de goederen in de Gemeenschap ter beschikking stelt van een in België gevestigde medecontractant.

In een zelfde geest van soepelheid zoals die bestond vóór 1 januari 1993 wanneer er geen twijfel was omtrent de uiteindelijke uitvoer van de goederen, wordt de toepassing van de vrijstelling van BTW wegens uitvoer echter aanvaard voor de levering van goederen waarbij de verkoper de contractuele verplichting heeft om de goederen aan de buitengrens van de Gemeenschap af te leveren, dit is op een plaats waar een douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap is gelegen, ongeacht waar de koper is gevestigd.

Deze tolerantie mag enkel ingeroepen worden wanneer de verkoper bij de aanvang van het vervoer op de hoogte is van de uitvoerbestemming van de goederen. Dit moet onder meer blijken uit de uitvoeraangifte die op naam van de verkoper moet worden opgesteld en op een Belgisch douanekantoor moet worden uitgereikt, samen met een kopie van de verkoopfactuur van de verkoper-uitvoerder. Tot slot is de wijze van vervoer van deze goederen tot aan de buitengrens van geen belang.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 2 voorkomens
