Toepassing van de BTW op de honoraria voor bijkomende prestaties van doctors · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

51 19 januari 1973

Zoeken

Toepassing van de BTW op de honoraria voor bijkomende prestaties van doctors

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/51-toepassing-btw-honoraria-bijkomende-prestaties-f1c9

Nummer
51
Datum
19 januari 1973

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Toepassing van de BTW op de honoraria voor bijkomende prestaties van doctors in de rechten

VRAAG

Doctors in de rechten die niet bij een balie zijn ingeschreven, oefenen vaak diverse activiteiten uit, voor het merendeel als rechtskundig adviseur bij een onderneming of bestuur.

Velen onder hen maken zich de specialistische kennis van de rechtstakken waarin zij uitmunten, vaak buiten hun diensturen of na pensionering ten nutte: zij verstrekken niet gespecialiseerde juristen advies, zij onderwijzen recht of schrijven rechtsgeleerde boeken, artikelen, studies, enz.

Voor deze voor hen doorgaans bijkomende activiteit worden zij gehonoreerd.

ANTWOORD

De vrijstelling van de BTW waarin artikel 44, § 1, 1er, van het BTW-wetboek ten behoeve van advocaten voorziet, geldt slechts voor hen die, omdat zij regelmatig bij een Belgische balie zijn ingeschreven, alleen gerechtigd zijn in België de titel van advocaat te voeren.

De doctors in de rechten die niet de titel van advocaat hebben zijn in principe BTW-belastingplichtige ten aanzien van de diensten die zij geregeld en zelfstandig verrichten, tenzij die diensten van de belasting vrijgesteld zijn (verstrekken van onderwijs, contract voor uitgave, enz.) of niet bedoeld zijn in het BTW-wetboek (bijvoorbeeld, het uitvoeren van een statutaire opdracht van beheerder, commissaris of vereffenaar van vennootschappen).

De omstandigheid dat de belastbare handelingen op een aanvullende wijze verricht worden belet niet dat ze aan de BTW onderworpen zijn. Aangenomen wordt echter dat niet als belastingplichtige moet worden aangemerkt, zij die wegens hun voornaamste beroepswerkzaamheid loon- of weddetrekker zijn of die een rustpensioen genieten, wanneer zij op een aanvullende wijze, slechts diensten verlenen aan belastingplichtigen die ertoe gehouden zijn een periodieke BTW-aangifte in te dienen (adm. aanschr. van 22 januari 1971, nr. 19, en van 20 december 1971, nr. 176).

Het zou niet geraden zijn in het BTW-wetboek een vrijstelling op te nemen ten behoeve van de diensten van die doctors in de rechten, alleen gesteund op de aard van het vrije beroep.

Uit bijlage A, 2°, bij de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 april 1967 blijkt immers dat, behoudens in geval van een speciaal genoemde uitzondering, de BTW moet worden geheven ter zake van diensten verleend door titularissen van een vrij beroep.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen