Parlementaire vraag nr. 501 van de heer Hagen Goyvaerts dd. 11.07.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/129 dd. 12.09.2013, blz. 289
Fiscale controle van imperatieve dossiers
VRAAG
Op 5 februari 2013 werd de instructie AAFisc nr. 35/2013 aangaande de inkomstenbelastingen en de btw binnen uw diensten verspreid. Deze instructie gaat over de imperatieve dossiers, zijnde dossiers die door de centrale administratie werden geselecteerd voor een controle maar niet kunnen behandeld worden door een bepaalde dienst wegens onvoldoende controlecapaciteit. Het is de bedoeling dat dergelijke imperatieve dossiers behandeld worden door een medewerker van een andere dienst waar nog wel voldoende controlecapaciteit aanwezig is. Uit deze instructie blijkt ook dat de medewerker aan zijn oorspronkelijke dienst blijft verbonden, maar dient voor zijn correspondentie met de betrokken belastingplichtigen het briefhoofd van de andere dienst te gebruiken.
1. Wat is de aanleiding om tot deze instructie te komen?
2. Verhindert deze instructie dat controlediensten op eigen initiatief nog eigen geselecteerde dossiers kunnen onderzoeken?
3. Wordt met deze instructie de territoriale bevoegdheid van de fiscale ambtenaren en de controlediensten versoepeld of opgeheven?
4. Is deze instructie er gekomen met goedkeuring van de voorzitter van het directiecomité vanwege het feit dat hij enkel bevoegd is om de bevoegdheden van de diensten en de ambtenaren te wijzigen? (zie artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 2010 en artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 april 2010).
5. Ontstaat er door het gebruik door een ambtenaar van een controledienst van het briefhoofd van een andere dienst niet een situatie die men kan onderbrengen onder de noemer "machtsafwending" wanneer betrokken ambtenaar buiten zijn ambtsgebied controles uitvoert in naam van een dienst waar betrokkenen in werkelijkheid niet aan gehecht is?
6. Dient de onderzoekende ambtenaar zijn briefwisseling zelf te ondertekenen zonder dat daarbij valsheid in geschrifte wegens het gebruik van een valse briefhoofding kan ingeroepen worden?
ANTWOORD
(van de heer Geens, Minister van Financiën)
1) De belastingplichtigen die hetzelfde risico vertonen moeten dezelfde kans hebben om gecontroleerd te worden, zonder rekening te houden met de controlecapaciteit van de dienst waarvan ze afhangen. Met het oog op het beter respecteren van dit principe, voorziet een nieuwe procedure dat een dienst met onvoldoende controlecapaciteit de mogelijkheid heeft om controleopdrachten te laten uitvoeren door een medewerker van een andere dienst met een overschot aan controlecapaciteit. Hiervoor wordt een dienstorder opgesteld. De bevoegdheid van de diensten blijft onveranderd en de dossiers blijven toegewezen aan hun dienst van oorsprong.
2) Deze instructie brengt de lokale selectie van de te controleren dossiers niet in het gedrang.
3) tot 6) De bedoelde instructie heeft niets gewijzigd aan de territoriale bevoegdheid van de controlediensten. Zij voorziet enkel dat bepaalde ambtenaren worden gemachtigd om controleopdrachten uit te voeren voor een andere dienst die over onvoldoende controlecapaciteit beschikt. De toewijzing van een ambtsgebied aan een ambtenaar is louter een kwestie van interne organisatie en doet geen rechten of verplichtingen ontstaan in hoofde van de belastingplichtigen, zoals overigens wordt bevestigd in het arrest van het Hof van Cassatie van 10.06.2010. De overheid heeft immers het recht zijn diensten te organiseren en het personeel dat zij ter beschikking heeft, toe te wijzen voor de uitvoering van taken en opdrachten in functie van hun competenties en bekwaamheden. De terzake genomen maatregelen beogen enkel de kwaliteit en de efficiëntie van de interne werking van de diensten te regelen. Bovendien vinden de controlebevoegdheid en onderzoeksbevoegdheid van de ambtenaren hun oorsprong in de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en niet in de regeling van de ambtsgebieden. De wet voorziet niet in een territoriale afbakening van de controlebevoegdheid van de fiscale ambtenaren. De betrokken ambtenaren, regelmatig belast met een controle- of onderzoeksopdracht, hun opgedragen via een dienstopdracht, handelen dus in respect met de terzake geldende wettelijke en reglementaire bepalingen. Er is dan ook geen sprake van machtsafwending of valsheid in geschrifte.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.