---
title: "Parlementaire vraag 5 · Toepassing wet betreffende openbaarheid van bestuur"
description: "Toepassing wet betreffende openbaarheid van bestuur, Raad van State. Parlementaire vraag nr. 5 van 8 augustus 2024 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/5-toepassing-openbaarheid-bestuur-werner-somers-ae76"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/5-application-publicite-administration-werner-somers-ab87"
---

# Toepassing wet betreffende openbaarheid van bestuur

**Nummer**

5

**Datum**

8 augustus 2024

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

7 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 5 van de heer Werner Somers d.d. 08.08.2024

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/002 d.d. 08.11.2024, blz. 160**

*Toepassing wet betreffende openbaarheid van bestuur*

## **VRAAG**

(van de heer Somers)

Net zoals in haar verslag van 2023 merkt de Europese Commissie in het aan België gewijde hoofdstuk van haar op 24 juli 2024 gepubliceerde verslag over de rechtsstaat (SWD (2024) 801 final) op dat de toegang tot documenten van de overheid in België nog steeds ontoereikend is. Zo is opgemerkt dat de in de Belgische wetgeving neergelegde uitzonderingen op de passieve openbaarheid van bestuur te ruim zijn geformuleerd. Bovendien is met name kritiek geuit op het feit dat de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten enkel een advies mag uitbrengen naar aanleiding van een verzoek tot heroverweging dat is ingediend door een verzoeker aan wie de toegang tot een bestuursdocument is geweigerd door de betrokken administratieve instantie. Derhalve kan deze instantie het advies van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten naast zich neerleggen. Het is namelijk de administratieve instantie die initieel de toegang tot het gevraagde bestuursdocument heeft geweigerd, die beslist om het verzoek tot heroverweging in te willigen dan wel af te wijzen. Daartegen kan de verzoeker weliswaar beroep instellen bij de Raad van State, maar deze administratieve rechter kan enkel het besluit tot weigering vernietigen en is niet bevoegd om de betrokken administratieve instantie te gelasten de gevraagde documenten ter beschikking te stellen van de verzoeker. De administratieve instantie kan de aanvraag dus opnieuw weigeren, waardoor het recht op toegang tot die documenten ad infinitum wordt uitgesteld. De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is van toepassing op federale administratieve instanties. Het begrip "administratieve instantie" verwijst onder meer naar administratieve overheden in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Uw ambt is een administratieve overheid in de zin van deze wetten, zodat het kan worden aangemerkt als een federale administratieve instantie waarop de wet betreffende de openbaarheid van bestuur van toepassing is. 1. Hoeveel aanvragen om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument in de zin van artikel 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur ontving u jaarlijks tijdens de afgelopen drie jaar? 2. Hoeveel van deze aanvragen werden stilzwijgend afgewezen (ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn) als bedoeld in artikel 6, § 5, lid 2, van die wet? 3. Hoeveel van deze aanvragen werden expliciet afgewezen met een beroep op een of meerdere van de in artikel 6 van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur genoemde weigeringsgronden? Om welke van de verschillende in artikel 6, §§ 1 tot en met 3, genoemde weigeringsgronden ging het daarbij? 4. In hoeveel gevallen richtte de verzoeker een verzoek tot heroverweging in de zin van artikel 8, § 2, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur tot u? 5. In hoeveel van deze gevallen bracht de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten een positief advies uit, dat wil zeggen een advies waarbij zij als haar oordeel te kennen gaf dat u de verzoeker toegang diende te verschaffen tot de gevraagde documenten? 6. In hoeveel gevallen wees u het verzoek tot heroverweging expliciet af op een of meerdere van de in artikel 6 van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur genoemde weigeringsgronden, niettegenstaande het positieve advies van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten? Welke van de verschillende in artikel 6, §§ 1 tot en met 3, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur genoemde weigeringsgronden werden daarbij ingeroepen? 7. In hoeveel gevallen wees u het verzoek tot heroverweging impliciet af (ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn) als bedoeld in artikel 8, § 2, lid 3, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur? 8. In hoeveel gevallen, waarin u het verzoek tot heroverweging (expliciet of impliciet) afwees niettegenstaande een positief advies van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten, stelde de verzoeker beroep in bij de Raad van State overeenkomstig artikel 8, § 2, lid 4, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur? 9. In hoeveel andere gevallen - met andere woorden in gevallen waarin de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten ofwel geen advies uitbracht ofwel een negatief advies uitbracht, dat wil zeggen een advies waarbij zij als haar oordeel te kennen gaf dat u de verzoeker geen toegang hoefde te verschaffen tot de gevraagde documenten - stelde de verzoeker bij de Raad van State de afgelopen drie jaar, jaarlijks, overeenkomstig artikel 8, § 2, lid 4, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur beroep in tegen een expliciete of impliciete afwijzing van een verzoek tot heroverweging? 10. In hoeveel gevallen vernietigde de Raad van State de expliciete of impliciete afwijzing van een verzoek tot heroverweging? 11. In hoeveel gevallen weigerde u opnieuw om toegang te verschaffen tot de gevraagde bestuursdocumenten, ofschoon de Raad van State eerder de expliciete of impliciete afwijzing van het verzoek tot heroverweging vernietigde? 12. In hoeveel gevallen ging het om een expliciete en in hoeveel gevallen ging het om een impliciete weigering om toegang te verschaffen tot de gevraagde bestuursdocumenten? Voor zover u de toegang tot de gevraagde bestuursdocumenten expliciet weigerde door zich te beroepen op een of meerdere van de in artikel 6 van de wet op de openbaarheid van bestuur genoemde weigeringsgronden, om welke van de verschillende in artikel 6, §§ 1 tot en met 3, genoemde weigeringsgronden ging het dan? 13. In hoeveel gevallen stelde de verzoeker voor de tweede keer beroep in bij de Raad van State overeenkomstig artikel 8, § 2, lid 4, van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur? 14. In hoeveel gevallen vernietigde de Raad van State voor de tweede maal de afwijzing van het verzoek tot heroverweging? 15. In hoeveel gevallen weigerde u nogmaals om toegang te verschaffen tot de gevraagde bestuursdocumenten, ofschoon de Raad van State de afwijzing van het verzoek tot heroverweging voor de tweede maal vernietigde? 16. In hoeveel gevallen ging het om een expliciete en in hoeveel van deze gevallen ging het om een impliciete weigering om toegang te verschaffen tot de gevraagde bestuursdocumenten? Voor zover u de toegang tot de gevraagde bestuursdocumenten expliciet weigerde door zich te beroepen op een of meerdere van de in artikel 6 van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur genoemde weigeringsgronden, om welke van de verschillende in artikel 6, §§ 1 tot en met 3, genoemde weigeringsgronden ging het dan? 17. Zijn er gevallen waarin de verzoeker meer dan tweemaal beroep instelde bij de Raad van State naar aanleiding van een en dezelfde (afgewezen) aanvraag?

## **ANTWOORD**

(van de Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale Loterij

Bepaalde algemene administraties van de FOD Financiën, zoals de Algemene Administratie Fiscaliteit en de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie kunnen geen beeld geven van de aanvragen die in toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur aan hen werden gericht. Daardoor kan er geen totaalbeeld gegeven worden voor de FOD Financiën en kan er geen geïntegreerd antwoord worden verstrekt op de punten 1 tot 17. Los van deze vraag schreef de FOD Financiën een geüniformeerd proces en richtlijnen uit betreffende deze wet die alle diensten zullen volgen. Het bijhouden van het wettelijk voorziene register van de schriftelijke aanvragen (artikel 5 van voornoemde wet) is ook opgenomen in die richtlijnen. De uitrol van die richtlijnen is voorzien voor begin 2025.
