Tandheelkundig materieel. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

494 5 oktober 2004

Zoeken

Tandheelkundig materieel. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/494-tandheelkundig-materieel-tarief-chastel-e46c

Nummer
494
Datum
5 oktober 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 056, blz. 8719-8720

Tandheelkundig materieel - Tarief

VRAAG

De VZW "Chambres syndicales dentaires (CSD)", de Waalse tegenhanger van het Verbond voor Vlaamse Tandartsen (VVT), heeft onlangs gepleit voor een verlaging van de BTW op de aankoop van professioneel tandartsmaterieel.

De VZW "Chambres syndicales dentaires" vraagt de invoering van een verlaagd BTW-tarief voor het materieel en de producten die bij de mond- en gebitsverzorging gebruikt worden om te ontsmetten, te steriliseren en te reinigen.

De voorzitter van de VZW "Chambres syndicales dentaires", mevrouw Michèle Aerend, onderstreept dat op alcoholvrije dranken, zoals frisdranken en andere zoete dranken, 6% BTW geheven wordt. Dit tarief geldt evenwel niet voor de tandheelkundige producten die dienen om orodentale aandoeningen veroorzaakt door de consumptie van dergelijke dranken te voorkomen of te bestrijden.

Wat is uw reactie op het verzoek van de tandartsen om het BTW-tarief voor producten die onontbeerlijk zijn voor de bescherming van de gezondheid van de consument te verlagen?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 01.12.2004)

Overeenkomstig bijlage H, categorieën 3 en 4 van de (zesde) (BTW-) richtlijn nr. 77/388/EEG kunnen de lidstaten uitsluitend een verlaagd BTW-tarief toepassen voor respectievelijk "farmaceutische producten van een soort die gewoonlijk gebruikt wordt voor de gezondheidszorg, het voorkomen van ziekten of voor medische en veterinaire behandelingen, met inbegrip van voorbehoedsmiddelen en producten bestemd voor de hygiënische bescherming van de vrouw" en "medische uitrusting, hulpmiddelen en andere apparaten, welke gewoonlijk bestemd zijn voor verlichting of behandeling van handicaps, voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten, met inbegrip van de herstelling daarvan, en kinderzitjes voor motorvoertuigen ".

Krachtens rubriek XVII, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, zijn geneesmiddelen die geregistreerd zijn als geneesmiddel door de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft of die door de apotheker in zijn officina worden bereid en verkocht (cijfer 1, a) en c)) en bepaalde medische hulpmiddelen onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief van 6%. In de mate dat producten voor de hygiëne, sterilisatie en ontsmetting aan deze voorwaarden voldoen, zijn zij reeds onderworpen aan het verlaagde BTW-tarief.

Op fiscaal technisch vlak is in principe eenzelfde goed onderworpen aan eenzelfde BTW-tarief. Die regel vloeit rechtstreeks voort uit de Europese richtlijnen ter zake. Omwille van het gelijkheidsbeginsel kan er geen onderscheid worden gemaakt naargelang een medisch hulpmiddel al dan niet in de sector van de tandheelkunde wordt gebruikt.

Wat de medische uitrusting, hulpmiddelen en andere bedoelde apparaten betreft die beoogd worden in categorie 4 moeten zij tegelijkertijd "gewoonlijk bestemd zijn voor verlichting of behandeling van handicaps" én moeten zij bestemd zijn "voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten". Dat betekent dat het niet alleen volstaat dat ze gebruikt worden door een gehandicapte (waaronder eveneens ernstige en langdurige zieken worden verstaan) voor het verlichten van zijn handicap, maar dat bovendien deze goederen hiervoor specifiek ontworpen moeten zijn.

Aangezien instrumenten en toestellen voor hygiëne, sterilisatie en ontsmetting gebruikt in de tandheelkunde niet voldoen aan deze voorwaarden, kan een BTW-verlaging niet in overweging genomen worden.

Ten slotte wil ik het geachte lid meedelen dat de Europese Commissie, die ter zake als enige over een initiatiefrecht beschikt, een voorstel heeft ingediend tot wijziging van voornoemde richtlijn inzake tarieven. Bedoeld voorstel ligt momenteel ter discussie bij de Raad. Bovendien vereist dit voorstel een unaniem akkoord tussen alle lidstaten om te kunnen worden aanvaard. Ik wens evenwel op te merken dat er geen enkel voorstel met betrekking tot deze problematiek werd ingediend.