---
title: "Parlementaire vraag 489 · Europees recht. Richtlijnen. Omzetting in Belgisch recht"
description: "Europees recht. Richtlijnen. Omzetting in Belgisch recht. Parlementaire vraag nr. 489 van 4 juli 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/489-europees-recht-richtlijnen-omzetting-in-e471"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/489-droit-europeen-directives-transposition-belge-c4ad"
---

# Europees recht. Richtlijnen. Omzetting in Belgisch recht

**Nummer**

489

**Datum**

4 juli 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1996, nr. 046 , blz. 6397**

*Europees recht - Richtlijnen - Omzetting in Belgisch recht*

## **VRAAG**

Op 1 maart 1996 maakte de dienst van de omzetting van het Europees recht van het departement van Buitenlandse zaken de volgende lijst van nog niet door uw departement omgezette Europese richtlijnen bekend: - de richtlijnen 95/15/EEG, 93/22/EEG, 93/6/EEG, 90/434/EEG, 77/388/EEG waarvoor ons land door de Commissie in gebreke werd gesteld.

1\. Wat zijn, voor elke richtlijn afzonderlijk, de redenen waarom de omzetting uitblijft?

2\. Welke maatregelen zijn genomen om ze snel om te zetten?

## **ANTWOORD**

Ik heb de eer op de vraag van het geacht lid het volgende te antwoorden.

1\. Krachtens artikel 31 van de richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten, dienden de lidstaten uiterlijk op 1 juli 1995 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen om aan de richtlijn te voldoen. Deze bepalingen dienden uiterlijk op 31 december 1995 in werking te treden.

De Wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs heeft deze richtlijn gedeeltelijk in Belgisch recht geïmplementeerd. Opdat de richtlijn echter volledig zou zijn omgezet, dienden nog een twintigtal koninklijke en ministeriële besluiten te worden genomen. Tal van autoriteiten dienden bij de voorbereiding van deze besluiten te worden geraadpleegd. Sommige van deze besluiten zijn dan ook pas na 31 december 1995 genomen. Momenteel is de omzetting van de richtlijn echter voltooid.

De uiterste data voor de implementatie van richtlijn 93/6/EEG van de Raad van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen en richtlijn 95/15/EG van de Commissie van 31 mei 1995 tot aanpassing van richtlijn 89/647/EEG van de Raad betreffende een solvabiliteitsratio voor kredietinstellingen inzake de technische definitie van «Zone A» en de weging van activa die uit uitdrukkelijk door de Europese Gemeenschappen gegarandeerde vorderingen bestaan waren respectievelijk 31 december 1995 en 30 september 1995. Vooral de omzetting van de richtlijn 93/6/EEG heeft heel wat tijd in beslag genomen, gelet op haar zeer technisch en complex karakter en de verplichte consultatie van verscheidene organismen. De omzetting in Belgisch recht van beide richtlijnen is gebeurd bij de besluiten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 5 december 1995 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en over het reglement op het eigen vermogen van de beursvennootschappen, goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van 31 december 1995. Aangezien deze besluiten zeer omvangrijk zijn, konden ze pas op 22 maart 1996 in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.

Uiteraard is de Europese Commissie onmiddellijk op de hoogte gebracht van de volledige implementatie van de drie voornoemde richtlijnen.

2\. De gedeelten «inbreng van activa» en «aandelenruil» van de richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten werden reeds omgezet in Belgisch recht. Wat het gedeelte «fusies en splitsingen» betreft, wacht België, zoals andere lidstaten, op een regeling voor dergelijke fusies en splitsingen op het stuk van het vennootschapsrecht door middel van een andere richtlijn die nog steeds niet werd getroffen.

Daar in België het vennootschapsrecht voorrang heeft op het fiscale recht wordt geen enkele maatregel overwogen zolang het vennootschapsrecht niet werd aangepast.

3\. De richtlijn 77/388/EEG van de raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag - werd omgezet in Belgisch recht door de Wet van 27 december 1977 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 1977.

De reden waarom deze richtlijn voorkomt op de lijst van richtlijnen die nog niet zijn omgezet in Belgisch recht die het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft medegedeeld aan het geacht lid, heeft te maken met het feit dat de Europese Commissie een ingebrekestelling heeft gericht aan België met betrekking tot de toepassing van een welbepaald punt van deze richtlijn.

De Commissie is immers van oordeel dat België in overtreding is met [artikel 11, C](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11), [1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-1) van de bedoelde richtlijn door aan een belastingplichtige die zich belast heeft met de terugbetaling van een kortingbon, ongeacht het stadium waarin deze belastingplichtige zich bevindt in de distributieketting, te weigeren de maatstaf van heffing te regulariseren. In antwoord op de bijkomende ingebrekestelling door de Commissie, heeft België zijn antwoord van 1 april 1994 aangevuld door te preciseren dat een analoge zaak, waarbij een andere lidstaat betrokken is, op dit ogenblik aanhangig is voor het Europees Hof van Justitie en dat het dan ook niet opportuun is om zijn standpunt op dit moment te herzien.

## Aangehaalde teksten

3

[Zesde richtlijn 77/388 art. 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-1) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 11](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-11) 1 voorkomen

richtlijn 93/22 art. 31 1 voorkomen
