Kinderdagverblijven. Vrijstelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

488 24 oktober 2000

Zoeken

Kinderdagverblijven. Vrijstelling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/488-kinderdagverblijven-vrijstelling-leterme-kinderdagverblijf-0e8f

Nummer
488
Datum
24 oktober 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 80, blz. 9058-9060

Kinderdagverblijven - Vrijstelling

VRAAG

Artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek stelt onder meer vrij van BTW "de diensten en de daarmee nauw samenhangende leveringen van goederen in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen en door instellingen erkend door de bevoegde overheid die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding". Dit betekent dat de kinderdagverblijven die door de bevoegde overheid (in dit geval via de diensten van Kind en Gezin) erkend zijn de vrijstelling van BTW genieten.

In de commentaren op het BTW-Wetboek is er echter wel terug te vinden dat de vrijstelling van BTW slechts geldt wanneer bovendien:

•de instelling van het hele jaar open is;

•en het gaat voor de opvang van kinderen tot en met 7 jaar.

Dit betekent dat in principe kinderdagverblijven die erkend zijn én zowel kinderen opvangen beneden de 7 jaar (dus in veel gevallen gaat het om kinderen die de hele dag worden opgevangen, gezien zij nog niet schoolplichtig zijn) als kinderen boven de 7 jaar (waar het meestal gaat om naschoolse opvang met andere woorden voor de duur van een paar uur na schooltijd en meestal niet onder de middag, omdat deze kinderen op school blijven eten) als organisaties gemengde BTW-belastingplichtigen zijn.

Dit betekent ook in concreto dat voor deze instellingen er een verdeelsleutel moet worden gemaakt én op basis van de verhouding van het contingent kinderen beneden de 7 jaar én het contingent boven de 7 jaar. Bovendien zal een uitsplitsing moeten worden gemaakt tussen het aantal uren dat er kinderen beneden de 7 jaar worden opgevangen en het aantal uren dat er kinderen boven de 7 jaar worden opgevangen.

Daar heel wat kinderdagverblijven in de onwetendheid zijn hieromtrent en bijgevolg geen BTW-nummer hebben betekent dat voor diegene die het ernstig en correct doen een concurrentievervalsing van 6 tot 21 % [al naargelang het kinderdagverblijf ook kinderen waarvan de ouders ziek zijn zou opvangen gedurende de nacht en zij op die basis een verhuur doen van kamers met ontbijt (BTW = 6 %) terwijl voor het verstrekken van maaltijden (middag- en avondmaal) er 21 % moet worden geheven].

Gezien de maatschappelijke evolutie (de beide ouders gaan steeds meer werken dan in het verleden toen deze vrijstellingen in het BTW-Wetboek werden ingevoerd) en gezien de mogelijke concurrentievervalsing in de sector, meen ik dat het aangewezen ware de commentaar op het BTW-Wetboek in die zin te laten wijzigen dat voor instellingen van kinderdagverblijven die erkend zijn door de bevoegde overheid, ongeacht de leeftijd van de kinderen, er geen BTW-plicht ontstaat.

Wat is uw standpunt hieromtrent?

ANTWOORD

Artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek stelt onder meer van de belasting vrij, de diensten en de daarmee nauw samenhangende leveringen van goederen in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen.

Overeenkomstig de administratieve beslissingen strekt deze vrijstelling zich uit tot de personen of instellingen genaamd "bewaarplaatsen", "kindertehuizen " of "kinderdagverblijven" die permanent, dat wil zeggen in beginsel het gehele jaar door, tegen vergoeding, kinderen van minder dan zeven jaar maaltijden verschaffen of in bewaring nemen en die erkend zijn door of handelen onder de controle van hetzij "Kind en Gezin", hetzij "l'Office de la naissance et de l'enfance", hetzij "Dienst für Kind und Familie". Personen die slechts kinderen van familieleden van minder dan zeven jaar permanent bij zich houden, kunnen, ofschoon in dat geval de erkenning niet wordt geëist, eveneens voormelde vrijstelling genieten (zie beslissing van 16 juli 1971, nr. T.4033, BTW-Revue, nr. 4, blz. 485, nr. 172, beslissing van 2 maart 1973, nr. ET 11448, BTW-Revue, nr. 12, blz. 293-294, nr. 392; beslissing van 15 februari 1979, nr. ET 29067, BTW-Revue, nr. 40, blz. 481-482, nr. 694).

Het decreet van 24 juni 1997 tot wijziging van het decreet van 29 mei 1984 houdende oprichting van de instelling Kind en Gezin (Belgisch Staatsblad van 2 augustus 1997) en de bijhorende uitvoeringsbesluiten (Belgisch Staatsblad van 9 september 1997) hebben de leeftijdsgrens voor erkende kinderopvang echter opgetrokken tot twaalf jaar.

Bovendien verplicht het decreet van 8 februari 1999 tot wijziging van het decreet van 30 maart 1983 houdende oprichting van de "Office de la naissance et de l'enfance" (Belgisch Staatsblad van 16 juni 1999) voortaan eenieder die niet tot het familiaal leefmilieu van het kind behoort en de opvang van kinderen van minder dan twaalf jaar wil organiseren, dit te melden aan dit "office" en de kwaliteitscode, vastgesteld door het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 31 mei 1999 (Belgisch Staatsblad van 21 december 1999) in acht te nemen.

Ingevolge deze decreetwijzigingen, van toepassing in de Vlaamse en Franse Gemeenschap, wordt de vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek voor de permanente opvang van kinderen door erkende personen of instellingen uitgebreid tot kinderen van minder dan twaalf jaar, vanaf de datum van inwerkingtreding van de voormelde decreten.

Wat de Duitstalige Gemeenschap betreft, is de opvang van kinderen onder de zeven jaar geregeld door het decreet van 9 mei 1988 tot oprichting van een fonds voor kinderwelzijn, tot overname van sommige personeelsleden van het Nationaal Werk voor kinderwelzijn alsmede tot regeling van het herbergen van kinderen onder zeven jaar (Belgisch Staatsblad van 27 januari 1989), zoals gewijzigd door de decreten van 7 mei 1990 (Belgisch Staatsblad van 19 januari 1991) en 21 januari 1991 (Belgisch Staatsblad van 19 maart 1991), alsook door het besluit van de regering van de Duitstalige Gemeenschap van 24 juni 1999 (Belgisch Staatsblad van 17 februari 2000) betreffende de opvang van jonge kinderen. Het zou de bedoeling zijn van deze regering om de leeftijdsgrens eveneens op twaalf jaar te brengen. In afwachting van de noodzakelijke decreetwijziging beoogt de vrijstelling nu dus slechts de opvang van de kinderen onder de zeven jaar.

De administratieve commentaren worden vanaf heden in deze zin aangepast.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 443 voorkomens

Administratieve doctrine

5

« … van familieleden van minder dan 14 jaar permanent bij zich houden, kunnen, ofschoon in dat geval de erkenning niet wordt geëist, eveneens voormelde vrijstelling genieten (beslissing nr. E.T. 11.448 van 02.03.1973, beslissing nr. E.T. 29.067 van 15.02.1979, schriftelijke parlementaire vraag nr. 488 van de heer Volksvertegenwoordiger Yves Leterme van 24.10.2000 ). Gelet op de mogelijke duur van de erkenningsprocedure neemt de administratie aan dat betreffende instellingen die de erkenning hebben aangevraagd en de voorwaarden vervullen om ze te verkrijgen zich voorlopig op de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, … »

Diensten met betrekking tot maatschappelijk werk en sociale zekerheid (01.03.2026)Administratieve commentaar12.06.2025

Bekijk de 5 documenten