---
title: "Parlementaire vraag 486 · Plaats van de dienst. terbeschikkingstelling van bergruimte"
description: "Plaats van de dienst. terbeschikkingstelling van bergruimte. Parlementaire vraag nr. 486 van 12 maart 2010 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/486-plaats-dienst-terbeschikkingstelling-bergruimte-luk-7150"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/486-lieu-prestation-services-mise-disposition-fe00"
---

# Plaats van de dienst. terbeschikkingstelling van bergruimte

**Nummer**

486

**Datum**

12 maart 2010

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

Plaats van de dienst

Terbeschikkingstelling van bergruimte

## **VRAAG**

Het "VAT Package" zorgt voor een grotere unanimiteit tussen de Europese lidstaten en minder interpretatieverschillen betreffende de kwalificatie van dienstprestaties. Momenteel dreigt evenwel een interpretatieprobleem inzake opslagdiensten. De Belgische Btw-administratie beschouwt elke opslagdienst als verband houdend met de plaats waar het onroerend goed is gelegen. Dit standpunt blijkt uit randnummer 71 van de [Circulaire AOIF nr. 3/2010](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/3-2010-aoif-gewijzigd-c3d6) van 7 januari 2010. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de dienst een terbeschikkingstelling van opslagruimte betreft (passieve terbeschikkingstelling) dan wel een actieve exploitatie inzake het verrichten van opslagdiensten (zogenaamde contracten van "warehousing"). Volgens sommige lidstaten houdt enkel de passieve terbeschikkingstelling van opslagruimte verband met de plaats waar het onroerend goed is gelegen. Warehousingdiensten ressorteren onder het algemeen plaatsbepalingscriterium in het B2B-segment. Deze visie is gesteund op vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.

1\. Kan u bevestigen dat, met het oog op een correcte btw-behandeling, wel degelijk een onderscheid moet gemaakt worden tussen, de terbeschikkingstelling van opslagruimte (passieve exploitatie) en het verrichten van (complexe) opslagdiensten (actieve exploitatie)?

2\. Zo ja, overweegt u uw Administratie ter zake duidelijke instructies te geven?

3\. Gegeven het gepubliceerde standpunt in [Circulaire nr. AOIF 3/2010 (van 7 januari 2010)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/3-2010-aoif-gewijzigd-c3d6) en in afwachting van een eventuele bijsturing ervan, hoe dient een Belgische ondernemer te handelen in volgende gevallen: a) Afname van warehousingdiensten bij, bijvoorbeeld, een Nederlandse of Franse dienstverrichter? Bent u er zich van bewust dat er "dubbele niet-belasting" ontstaat en er een probleem rijst op het niveau van de intracommunautaire gegevensuitwisseling? b) Verrichten van warehousingdiensten door een Belgisch bedrijf voor, bijvoorbeeld, een Nederlandse of Franse afnemer? Bent u er zich van bewust dat er "dubbele belasting" ontstaat en de Belgische sector een concurrentieel nadeel ondergaat ten gevolge van het huidig Belgische standpunt?

## **ANTWOORD**

Overeenkomstig [artikel 21, § 3, 1° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) (hetgeen de implementatie betreft van [artikel 47 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47)) wordt "de plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, aangemerkt waar het onroerend goed gelegen is, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed.

Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° (en dus met inbegrip van 9° de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen) of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden".

Er bestaat bovendien geen twijfel omtrent het gegeven dat de opslag van goederen in principe niet mag worden aanzien als een met een vervoer samenhangende dienst.

De opslag van goederen is niet een activiteiten die, overeenkomstig [artikel 54 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-54), wordt aangemerkt als een met goederenvervoer samenhangende dienst, zoals dit tevens werd herinnerd in artikel 7 van de Memorie van toelichting bij de Wet van 26 november 2009 tot wijziging van het BTW-Wetboek (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 4 december 2009).

In randnummer 72 van [circulaire AOIF 3/2010](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/3-2010-aoif-gewijzigd-c3d6) van 7 januari 2010 wordt echter een nuance aangebracht bij de facturering van globale diensten (tegelijk factureren van goederenvervoer, diensten samenhangend met goederenvervoer en opslag van goederen).

Wanneer het goederenvervoer het hoofdvoorwerp vormt van de tussen de partijen gesloten overeenkomst, terwijl de andere gefactureerde diensten niet anders kunnen worden aanzien dan als modaliteiten van dit vervoer, dient deze dienst voor haar geheel te worden aanzien als een goederenvervoer welke overeenkomstig [artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) wordt gelokaliseerd.

In haar arrest van 7 september 2006 in de zaak Heger Rudi GmbH/Finanzamt Graz-Stadt (zaak [C-166/05](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-166-05-arrest)) wijst het Europese Hof van Justitie er op dat [artikel 9, lid 2, sub a van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) niet strikt dient te worden uitgelegd als een uitzondering op een algemene regel (voorzien in [artikel 9, lid 1 van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9)).

Er dient voor elke situatie de vraag te worden gesteld of zij overeenkomt met een van de in [artikel 9, lid 2](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9), van deze richtlijn genoemde gevallen.

Zo niet, dan valt deze situatie onder artikel 9, lid 1 (de artikelen [9, lid 2, sub a)](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) en [9, lid 1](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) van de zesde richtlijn werden sindsdien vervangen door de artikelen [47](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47) en [44](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-44) van richtlijn 2006/112/EG).

Om na te gaan of een dienst al dan niet binnen het eigen toepassingsgebied van [artikel 9, lid 2, sub a van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) valt, dient deze volgens het Hof voldoende rechtstreeks verband te houden met een onroerend goed, hetgeen met betrekking tot de opslag van goederen onmiskenbaar het geval is in verhouding tot het onroerend goed waarin ze werden opgeslagen.

Er werd met andere woorden bij de implementatie van [artikel 9, lid 2, sub a) van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) in het Belgisch recht geen rekening gehouden met enig onderscheid tussen passieve exploitatie (de loutere terbeschikkingstelling van opslagruimte) en actieve exploitatie (de complexe terbeschikkingstelling met bijkomende diensten).

Zodra een opslagdienst een voldoende rechtstreeks verband houdt met een onroerend goed, wordt de actieve dan wel passieve exploitatie overeenkomstig [artikel 21, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) gelokaliseerd.

In reactie op gerezen interpretatie-verschillen met betrekking tot de huidige Europese regelgeving, zal de Belgische administratie enerzijds de problematiek concreet voorleggen aan het BTW-comité (multilateraal overlegorgaan), en anderzijds zal zij, om concurrentieverstoring te vermijden ten nadele van de Belgische ondernemingen, tijdelijk een plaatsbepaling B to B, zijnde de plaats van de ontvanger, aanvaarden tot op het ogenblik dat de centrale diensten, na overleg met de andere lidstaten, hun huidig standpunt bevestigen of aanpassen.

## Aangehaalde teksten

6

[Zesde richtlijn 77/388 art. 9](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) 7 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 3 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 47](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 44](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-44) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 54](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-54) 1 voorkomen

[C-166/05, arrest van 7 september 2006](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-166-05-arrest) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/486-plaats-dienst-terbeschikkingstelling-bergruimte-luk-7150/documenten?type=administratieve-beslissingen)

« … aanvaard dat de plaats van de dienst wordt bepaald op basis van het algemene criterium, zijnde daar waar de ontvanger zijn zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, zoals gedefinieerd in artikel 21, § 2 van het Btw-Wetboek (z. parlementaire vraag nr. 486 van de heer Van Biesen van 12 maart 2010 ). 2. Uitvoeringsverordening nr. 282/2011 De uitvoeringsverordening nr. 1042/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 heeft de uitvoeringsverordening nr. 282/2011 aangevuld onder meer voor wat betreft de plaatsbepaling van diensten met betrekking tot een … »

[Opslag van goederen, Definitie, Plaats van de dienst, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-124-412-opslag-goederen-definitie-plaats-dienst-a097) Administratieve beslissing 02.06.2014

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/486-plaats-dienst-terbeschikkingstelling-bergruimte-luk-7150/documenten)
