Huur van gebouwen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

473 8 maart 1993

Zoeken

Huur van gebouwenBTW. Huur van gebouwen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/473-huur-gebouwen-clippele-6312

Nummer
473
Datum
8 maart 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer G.Z., 1992-1993, nr. 057, blz. 5190

BTW - Huur van gebouwen

VRAAG

Krachtens de wet van 28 december 1992 zijn huurcontracten voor gebouwen principieel onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde wanneer de huurder een BTW-plichtige is die het goed voor zijn bezigheid aanwendt. Tevens is het zo dat uw departement momenteel een koninklijk besluit voorbereidt tot regeling van de modaliteiten voor die noviteit. Zonder voorbarige oordelen te willen vellen over de inhoud van dat besluit in wording, wil ik wijzen op het probleem van de inwerkingtreding ervan. Mijns inziens schuilt daar immers een tegenstrijdigheid.

Indien het koninklijk besluit van kracht wordt na publikatie in het Belgisch Staatsblad , zal de uitvoerende macht zich dan houden aan de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging, dus kennelijk 1 januari 1993? Indien het koninklijk besluit met terugwerkende kracht in werking treedt op 1 januari 1993, hoe zal het dan kunnen worden toegepast op vroegere situaties? In beide hypothesen is er volgens mij een nijpend probleem.

Wat is uw mening ter zake?

ANTWOORD

Buiten het geval beoogd door artikel 44, § 3, 2, b), nieuw, van het BTW-wetboek met betrekking tot de onroerende leasing, bieden de door de wet van 28 december 1992 aan dat wetboek aangebrachte wijzigingen, vanaf 1 januari 1993, op grond van artikel 44, § 3, 2, c), van evengenoemd wetboek, aan de verhuurder die ervoor kiest de mogelijkheid de verhuur van gebouwen aan de belasting over de toegevoegde waarde te onderwerpen wanneer de verhuur wordt gesloten met een belastingplichtige voor de behoeften van zijn economische activiteit.

Die bepaling is evenwel slechts van toepassing op voorwaarde dat een aantal bij koninklijk besluit vast te stellen modaliteiten en voorwaarden worden vervuld die betrekking hebben op de vorm en de wijze van uitoefening van de keuze evenals op de voorwaarden waaraan het verhuurcontract moet voldoen.

De budgettaire weerslag van dergelijke maatregel maakt thans het onderwerp uit van een onderzoek waarvan het resultaat beslissend zal zijn of artikel 44, § 3, 2°, c), voornoemd in werking kan treden en inzonderheid of een uitvoeringsbesluit zal worden uitgevaardigd.

Dat besluit zou geen terugwerkende kracht hebben.

In ieder geval vindt dat artikel bij gebreke van een uitvoeringsbesluit vooralsnog geen toepassing.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen