---
title: "Parlementaire vraag 47 · Minimummaatstaf van heffing voor personenwagens"
description: "Minimummaatstaf van heffing voor personenwagens. Parlementaire vraag nr. 47 van 4 mei 1981 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/47-minimummaatstaf-heffing-personenwagens-peeters-autovoertuigen-7791"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/47-voitures-automobiles-base-minimale-imposition-593a"
---

# Minimummaatstaf van heffing voor personenwagens

**Nummer**

47

**Datum**

4 mei 1981

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Minimummaatstaf van heffing voor personenwagens*

## **VRAAG**

De minimummaatstaf die in aanmerking komt waarop de BTW of inschrijvingstaks moet worden berekend werd wettelijk geregeld bij de verkoop van een personenwagen.

Tot tien jaar bedraagt de minimumbasis 6000 frank en na deze periode zou de minimumbasis op 1000 frank zijn vastgesteld. Nu blijkt echter dat het kontrolekantoor der BTW te Temse richtlijnen zou gekregen hebben van de inspekteur dat de minimumbasis na tien jaar ouderdom moet behouden worden op 4000 frank.

Kan de geachte Minister mij antwoorden op volgende vragen:

1\. Welke is de wettelijke regeling die de minimumbasis vastlegt waarover de BTW of inschrijvingstaks moet worden gekweten?

2\. Zijn de richtlijnen gegeven door de inspekteur aan het BTW-kontrolekantoor korrekt? Welke is de wettelijke basis van deze richtlijnen?

## **ANTWOORD**

1\. De maatstaf van heffing van de BTW bij de levering van een personenwagen wordt, in principe, zoals voor ieder ander goed, bepaald bij [artikel 26 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26), en hij stemt, in geval van verkoop, bijgevolg overeen met de tussen partijen overeengekomen prijs. Deze overeengekomen maatstaf mag echter niet lager zijn dan een minimummaatstaf die als volgt wordt bepaald:

\- voor nieuwe personenauto's, de catalogusprijs die geldt op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt;

\- voor tweedehandse personenauto's, een percentage van de catalogusprijs, dat varieert in functie van de ouderdom van het voertuig met betrekking tot het kalenderjaar waarin de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht.

Indien de tweedehandse personenauto wordt verkocht na het zesde jaar dat volgt op datgene waarin de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht maar voor het verstrijken van het tiende jaar na dat waarin de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht, mag de maatstaf van heffing niet lager zijn dan 6000 frank. Eens die termijn verstreken stelt de BTW-wetgeving geen minimummaatstaf van heffing meer vast, zodat de levering van het voertuig dan onderworpen is aan de BTW, berekend over de tussen partijen overeengekomen prijs (Wetboek, art. 35; koninklijk besluit nr. 17).

2\. Wanneer een personenauto niet onderworpen is aan de BTW maar aan de inschrijvingstaks, voorzien bij titel I van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, wordt de taks geheven over de normale waarde van het goed op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, dat wil zeggen op de dag waarop het inschrijvingsbewijs wordt uitgereikt (voornoemd Wetboek, art. 5).

Deze normale waarde mag echter niet lager zijn dan een percentage van de catalogusprijs dat, zoals voor de BTW, varieert in functie van de ouderdom van het voertuig met betrekking tot het kalenderjaar waarin de auto voor het eerst in het verkeer is gebracht. Indien de aangifte betreffende de inschrijvingstaks wordt ingediend na het zesde jaar dat volgt op datgene waarin het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht en voor het verstrijken van het tiende jaar na dat waarin het voor het eerst in het verkeer is gebracht, mag de maatstaf van heffing niet lager zijn dan 6 000 frank (Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, art. 9 en 10).

Na die termijn voorziet de wetgeving van de inschrijvingstaks in geen minimummaatstaf van heffing meer. De inschrijving van een personenauto is dan onderworpen aan de taks over de enige maatstaf van de normale waarde van het voertuig.

3\. De door het geachte Lid betwiste richtlijn, die erin zou bestaan een minimummaatstaf van 4000 frank op te leggen voor de voertuigen voor dewelke de aangifte wordt ingediend na het verstrijken van het tiende jaar na dat waarin het voertuig voor het eerst in het verkeer is gebracht, heeft enkel betrekking op de toepassing van de inschrijvingstaks.

Het betreft een plaatselijk initiatief dat gesteund is op de overweging dat de normale waarde van een personenauto, zelfs van die ouderdom, ten minste dat bedrag bereikt. Deze richtlijn werd louter ter informatieve titel gegeven.

Inderdaad, bepaalde zeer stevige auto's, met een gevestigde reputatie, kunnen, zelfs na die termijn, deze waarde ruim overschrijden; andere voertuigen daarentegen kunnen een dergelijke waarde niet behouden.

De normale waarde kan derhalve slechts geval per geval worden bepaald, rekening houdend met het voertuig dat aan de inschrijvingstaks is onderworpen, en het bedrag van 4000 frank waarnaar wordt verwezen vertegenwoordigt geenszins een dwingende som.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen
