---
title: "Parlementaire vraag 467 · Personenbelasting, voordeel van alle aard"
description: "Personenbelasting, voordeel van alle aard. Parlementaire vraag nr. 467 van 14 juli 2011 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/467-personenbelasting-voordeel-alle-aard-belastingstelsel-855d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/467-impot-personnes-physiques-avantage-toute-7635"
---

# Personenbelasting, voordeel van alle aard · personenbelasting - voordeel van alle aard - belastingstelsel van de abnormale en goedgunstige voordelen - belastingstelsel van de voordelen van alle aard

**Nummer**

467

**Datum**

14 juli 2011

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

**Vragen en Antwoorden, Kamer 2010-2011, nr. 41 van 29.09.2011, blz. 6**

*Personenbelasting*

*Voordeel van alle aard*

*Belastingstelsel van de abnormale en goedgunstige voordelen*

*Belastingstelsel van de voordelen van alle aard*

## **VRAAG**

De administratie gaat er traditioneel van uit dat de voordelen van alle aard die worden toegekend aan de kinderen, kleinkinderen of echtgenoot van werknemers of bedrijfsleiders belastbaar zijn ten name van de werknemers of bedrijfsleiders. Het Hof van Cassatie heeft echter in zijn arrest van 17 maart 2011 geoordeeld dat bij de lichting van een aankoopoptie van een wagen door de echtgenote van de bedrijfsleider dit voordeel ten onrechte bij de bedrijfsleider wordt belast (arrest nr. F.10.0044.F).

1\. Gaat uw administratie het standpunt van het Hof van Cassatie volgen en bijgevolg de voordelen die worden toegekend aan de kinderen, kleinkinderen of echtgenoot van werknemers of bedrijfsleiders niet meer belasten ten name van de werknemers of bedrijfsleiders?

2\. Is het standpunt dat wordt ingenomen in artikel 38/33 Com.IB 92 met betrekking tot studietoelagen of studiebeurzen voor schoolgaande kinderen van personeelsleden nog langer verdedigbaar?

3\. In welke mate is randnummer 8 van de voorafgaande beslissing van 30 maart 2010, nr. 2010.045, met name dat indien de echtgenoot of echtgenote van een personeelslid van de verstrekker deelneemt aan reizen, een voordeel van alle aard dient te worden aangerekend op naam van het deelnemende personeelslid, verenigbaar met het cassatiearrest van 17 maart 2011?

4\. Dienen de voordelen van alle aard niet belast te worden als een abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van de verstrekkende vennootschap op basis van artikel 26 WIB 1992?

5\. Kan de "werkelijke waarde" van die abnormale of goedgunstige voordelen naar analogie worden vastgesteld aan de hand van de reglementaire bepalingen en forfaitaire ramingen waarvan sprake in artikel 18 KB/WIB 1992?

6\. Indien uw administratie of de verstrekkende vennootschap bewijst dat de voordelen van alle aard voortkomen uit enige occasioneel of toevallige prestatie of diensten waardoor die in hoofde van het familielid belastbaar worden als divers inkomen, is een taxatie op basis van artikel 26 WIB 1992 in hoofde van de vennootschap nog mogelijk? In het bijzonder wanneer een wagen gratis ter beschikking wordt gesteld, is het niet uit te sluiten dat het familielid niet af en toe een boodschap verricht voor de vennootschap.

7\. Of dienen de kosten gemaakt door de vennootschap voor het verlenen van abnormale of goedgunstige voordelen verworpen te worden op basis van artikel 49 WIB 1992?

## **ANTWOORD**

(van de heer Reynders, Vice-eersteminister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

Ik wens hierbij vooreerst, uitdrukkelijk, de aandacht erop te vestigen dat het arrest van het Hof van Cassatie van 17 maart 2011 betrekking heeft op een zeer specifieke situatie en dat er bijgevolg geen algemene draagwijdte aan kan worden gegeven.

1\. Gelet op deze zeer specifieke omstandigheden waarin het voordeel werd verkregen, meer bepaald de aankoop, tegen spotprijs, van een leasingwagen, door de levensgezellin van de bedrijfsleider, nadat noch de vennootschap noch de bedrijfsleider zelf de aankoopoptie wensten te lichten, kan het door het Hof ingenomen standpunt niet zonder meer uitgebreid worden naar alle voordelen die worden toegekend aan de kinderen, kleinkinderen of echtgenoot van werknemers of bedrijfsleiders. Of een voordeel al dan niet belastbaar is in hoofde van de werknemer of bedrijfsleider zal steeds dienen beoordeeld te worden met inachtneming van de feitelijke en juridische omstandigheden eigen aan elk geval.

2\. Het in nummer 38/33, Com.IB 92, ingenomen standpunt, namelijk dat studietoelagen en studiebeurzen voor schoolgaande kinderen van personeelsleden, ongeacht de schuldenaar, zelfs indien zij rechtstreeks aan de kinderen worden betaald, niet als vrijgestelde sociale voordelen kunnen worden aangemerkt, behoudens wanneer ze wegens uitzonderingsomstandigheden met een niet-periodieke in nummer 38/27, 1°, Com.IB 92, bedoelde hulp kunnen worden gelijkgesteld, dient bijgevolg niet te worden herzien in het licht van het arrest van het Hof van Cassatie van 17 maart 2011 gelet op het zeer strikte feitelijke toepassingsgebied van dit arrest.

3\. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de Federale Overheidsdienst Financiën overeenkomstig de van kracht zijnde bepalingen vaststelt hoe de wet wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De door de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken genomen beslissing nr. 2010.045 van 30 maart 2010 geeft bijgevolg aan welke wettelijke gevolgen er, in dat individueel dossier, verbonden zijn aan een (onderdeel van een) welbepaalde transactie indien die wordt uitgevoerd overeenkomstig de door de aanvrager precies omschreven omstandigheden. Gezien het Hof van Cassatie zich heeft uitgesproken over een zaak waarvan de feitelijke en juridische omstandigheden te zeer afwijken van deze beschreven in de bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken ingediende aanvraag, is de vraag of het door deze autonome dienst ingenomen standpunt verenigbaar is met de uitspraak van het Hof, niet relevant.

4, 6 en 7. De abnormale of goedgunstige voordelen die worden toegekend aan inwoners van het Koninkrijk worden in principe enkel bij de eigen winst van de voordeelverstrekkende vennootschap gevoegd als die voordelen niet in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijgers. De kosten die niet werden gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden zijn geen beroepskosten in de zin van artikel 49, WIB 92. 5. Het bedrag van de abnormale of goedgunstige voordelen moet in principe worden bepaald rekening houdend met de werkelijke waarde (marktwaarde) die die voordelen hebben bij de verkrijger. Bij gebrek aan marktwaarde kan in voorkomend geval gebruik worden gemaakt van de forfaitaire ramingen van anders dan in geld verkregen voordelen van alle aard zoals bepaald in artikel 18, KB/WIB 92.

## Administratieve doctrine

2

[Voorafgaande beslissingen 2](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/467-personenbelasting-voordeel-alle-aard-belastingstelsel-855d/documenten?type=voorafgaande-beslissingen)

[Bekijk de 2 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/467-personenbelasting-voordeel-alle-aard-belastingstelsel-855d/documenten)
