---
title: "Parlementaire vraag 466 · Procedure. verjaring. bewijskrachtige gegevens"
description: "Procedure. verjaring. bewijskrachtige gegevens, vervolging. Parlementaire vraag nr. 466 van 13 juli 2011 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/466-procedure-verjaring-bewijskrachtige-gegevens-josy-afcf"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/466-procedure-prescription-elements-probants-josy-79f7"
---

# Procedure. verjaring. bewijskrachtige gegevens

**Nummer**

466

**Datum**

13 juli 2011

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

8 paragrafen

**Vragen en Antwoorden, Kamer 2010-2011, nr. 37 d.d. 02.08.2011 blz. 71**

*Procedure*

*Verjaring*

*Bewijskrachtige gegevens*

## **VRAAG**

[Artikel 81bis, § 1, lid 2, 3° van het Wetboek van de btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) bepaalt dat er verjaring is voor de vordering tot voldoening van de belasting na zeven jaar wanneer bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn. Volgens vaste rechtspraak heeft de verjaringstermijn van zeven jaar enkel betrekking op de vestiging van de belasting en niet op bijkomend onderzoek. De bewijskrachtige gegevens moeten dus zonder bijkomend onderzoek aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er verkeerdelijk belastingaftrekken werden toegepast (zie Bergen, 21 januari 2011, Act. Fisc., 2011, n° 23; Antwerpen, 22 maart 2011, 2009/AR/1758; Rb. Gent, 1 februari 2011, Fisc. Koer. n° 11/185; Rb. Gent, 27 september 2010, T.F.R., n° 397, maart 2011, 2011/20). Recentelijk heeft het Brusselse hof van beroep er nog op gewezen dat, wanneer de btw-administratie onderzoek wil verrichten na het verstrijken van de verjaringstermijn van drie jaar, zij noodzakelijkerwijs gebruik wil maken van de verlengde verjaringstermijn van zeven jaar die geldt in geval van fraude. In dat geval geldt de verplichting van voorafgaande kennisgeving, overeenkomstig [artikel 84ter van het Wetboek van de btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter). (zie Fiscoloog, 2011, n° 1256, blz. 8). Die rechtspraak staat haaks op het standpunt van de administratie, dat uiteengezet wordt in de Btw-Handleiding (nr. 625/5, blz. 1348-1349). 1. Wat is het standpunt van de administratie met betrekking tot de recente, hiervoor geschetste, rechtspraak? 2. Bent u van plan de commentaren in de Btw-Handleiding daarover aan te passen? Er moet, met het oog op de rechtszekerheid van de belastingplichtigen, voor meer duidelijkheid worden gezorgd.

## **ANTWOORD**

(van meneer Reynders, Vice-eersteminister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

De recente uitspraak van het Hof van Beroep te Brussel van 9 juni 2011 waarnaar wordt verwezen, stelt dat wanneer de administratie voornemens is een onderzoek uit te voeren na de driejarige verjaringstermijn, zij voornemens is gebruik te maken van de zevenjarige verjaringstermijn in geval van fraude ([artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis)) en dat bijgevolg dit onderzoek dient voorafgegaan te worden door de schriftelijke kennisgeving bedoeld in [artikel 84ter van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter). Overeenkomstig [artikel 84ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) van het Wetboek moet de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde, indien zij voornemens is de verjaringstermijn bepaald in artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° toe te passen, op straffe van nietigheid van de rechtzetting voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennis geven van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode. De vraag stelt zich nu waaraan de kennisgeving precies moet voorafgaan, aan het onderzoek of aan de rechtzetting inzake btw ? Deze vraag hangt nauw samen met de vraag of er al dan niet onderzoekstermijnen van toepassing zijn inzake btw. In tegenstelling tot de inkomstenbelastingen kent de btw-wetgeving geen onderzoekstermijnen, enkel verjaringstermijnen. De onderzoeksbevoegdheid inzake btw kan derhalve niet uitdrukkelijk ingeperkt worden aan de hand van wel omschreven onderzoekstermijnen. De onderzoeksbevoegdheid is inzake btw in de praktijk alleen beperkt door de bewaringstermijn voor boeken en stukken, zoals voorzien in [artikel 60, § 1 van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60). De voorafgaande kennisgeving bedoeld in [artikel 84ter van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) moet in het kader van de toepassing van de verjaringstermijnen inzake btw worden bekeken en niet inzake de toepassing van onderzoekstermijnen die onbestaande zijn inzake btw. In die logica dient de voorafgaande kennisgeving voor het toepassen van de verlengde verjaringstermijn dus slechts bij het instellen van een btw-vordering te worden verstuurd. Uit de wettekst van [artikel 84ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) van het Wetboek blijkt bovendien nergens dat de voorafgaande kennisgeving een voorwaarde zou zijn voor het uitoefenen van een fiscale controle. De overige rechtspraak die u aanhaalt doelt echter meer op de notie "bewijskrachtige gegevens" die moeten voorhanden zijn opdat de verlengde verjaringstermijn voorzien in [artikel 81bis, § 1, tweede lid, 3° van het btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) van toepassing zou zijn. Ook deze notie kan niet zonder meer worden overgenomen uit hetgeen bestaat inzake inkomstenbelastingen om reden dat de bewijsvoering en de bewijsmiddelen inzake btw verschillend en zelfs uitgebreider zijn. De Administratie overweegt overigens in dit kader een voorziening in Cassatie tegen de uitspraak van het hof van beroep te Antwerpen van 22 maart 2011, teneinde een definitief standpunt te verkrijgen. Aan de wet mogen immers geen bijkomende voorwaarden worden toegevoegd (zie uitspraak van het [Hof van Cassatie van 27 november 2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-zeven-jaar-vervolging-verjaringstermijn-cassatie-brussel-2009-11-27-e64f)).

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 84ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) 5 voorkomens

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 3 voorkomens

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/466-procedure-verjaring-bewijskrachtige-gegevens-josy-afcf/documenten?type=commentaar)

« … AFZ nr. 7/2009 - AOIF nr. 35/2009 van 01.07.2009 en schriftelijke parlementaire vraag nr. 119 van de heer Volksvertegenwoordiger Georges Gilkinet van 20.01.2015). Deze zienswijze is in het verleden betwist in de rechtspraak (zie bijvoorbeeld antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 466 van de heer Volksvertegenwoordiger Josy Arens van 13.07.2011 ). Het Hof van Cassatie heeft deze kwestie definitief beslecht. Er is geoordeeld dat de voorafgaande kennisgeving, die inzake btw vereist is wanneer de administratie zich wenst te beroepen op de verjaringstermijn van zeven jaar in geval van … »

[Verjaringen (01.01.2024)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/verjaringen-1ea4) Administratieve commentaar 23.05.2024

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/466-procedure-verjaring-bewijskrachtige-gegevens-josy-afcf/documenten)
