---
title: "Parlementaire vraag 46 · Forfaitaire regelingen. Uitwerking van het forfait der caféhouders"
description: "Forfaitaire regelingen. Uitwerking van het forfait der caféhouders. Parlementaire vraag nr. 46 van 31 juli 1995 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/46-forfaitaire-regelingen-uitwerking-forfait-der-428c"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/46-base-forfaitaire-taxation-cafetier-determination-a5b1"
---

# Forfaitaire regelingen. Uitwerking van het forfait der caféhouders · Forfaitaire regelingen. Uitwerking van het forfait der caféhouders.

**Nummer**

46

**Datum**

31 juli 1995

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 8, blz. 712-714.**

*Forfaitaire regelingen. - Uitwerking van het forfait der caféhouders.*

## **VRAAG**

Caféhouders betalen een forfaitaire BTW-aanslag voor het serveren van bier dat wordt aangekocht in vaten. De fiscus hanteert een fictief cijfer van 200 pinten uit een vat van 50 liter en 120 pinten uit een vat van 30 liter. De caféhouders beweren dat het cijfer van het ministerie van Financiën overschat is. Om hun stelling bewijskracht bij te zetten, organiseerde de cafésectie provincie Antwerpen op maandag 19 juni jongstleden een actie om aan te tonen dat een vat bier minder pinten oplevert dan het fictieve cijfer van Financiën.

Onder toezicht van deurwaarder Briers werd vastgesteld dat uit een vat pils van 50 liter 148 pinten werden getapt, terwijl er maar 85 glazen witbier uit een vat van 30 liter werden gehaald.

1.

a) Heeft die test voldoende waarde om de overschatting door Financiën te weerleggen?

b) Zo neen, welke andere criteria moeten in acht worden genomen?

c) Erkent u de bestaande overschatting door het ministerie van Financiën?

2\. Bent u bereid die forfaitaire belasting te herzien, rekening houdend met het lager aantal effectief getapte pinten dan het fictieve cijfer van Financiën?

3\. Overweegt u ook andere maatregelen om tegemoet te komen aan de vraag van de horecasector om de sector fiscaal te ontlasten?

## **ANTWOORD**

Krachtens [artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-november-betrekking-vaststelling-forfaitaire-grondslagen-abd1#ar2-art1) van 7 november 1969, met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de belasting over de toegevoegde waarde, worden de forfaitaire grondslagen van aanslag, wanneer zulks mogelijk is, door de administratie per bedrijfssector vastgesteld, na overleg met de betrokken bedrijfsgroeperingen.

Inzake inkomstenbelastingen bepaalt artikel 342, § 1, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat, bij gebreke van bewijskrachtige gegevens geleverd hetzij door de belanghebbende, hetzij door de administratie, in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen forfaitaire grondslagen van aanslag kunnen worden vastgesteld.

Voor de uitwerking van het forfait der caféhouders, net zoals trouwens voor de uitwerking van ieder forfait, beschikken de Administratie van BTW, registratie en domeinen en de Administratie der directe belastingen - die samen handelen - over een massa objectieve gegevens die worden opgenomen bij een groot aantal ondernemingen die als representatief voor het beroep of voor de betrokken sector worden beschouwd.

Op basis van deze gegevens worden omtrent de samenstellende bestanddelen van de forfaitaire regeling onderhandelingen gevoerd met de betrokken bedrijfsgroeperingen, welke meestal resulteren in een consensus tussen beide partijen.

Zo vormt het rendement van vatenbier, als onderdeel van een geheel van samenstellende elementen waaruit de forfaitaire regeling inzake caféhouders bestaat, de resultante van een consensus tussen de administratie en de betreffende bedrijfsgroeperingen.

De bewering, gesteund op de gegevens geput uit één enkele actie waarvan het geacht lid gewag maakt, dat het rendement van vatenbier "fictief" en "overschat" zou zijn, is dan ook, in het licht van hetgeen voorafgaat, niet relevant.

Het resultaat van die actie zal ongetwijfeld worden vergeleken met de resultaten van onderzoeken die de hierboven vermelde administraties op dat vlak, sinds het begin van dit jaar en op vraag van de betrokken bedrijfsgroeperingen, via hun gespecialiseerde diensten uitvoeren.

Wanneer deze onderzoeken zijn afgerond zullen de resultaten ervan, in een onderhandelingsronde, worden vergeleken met de resultaten van de door de betrokken bedrijfsgroeperingen verrichte enquêtes.

Indien uit deze besprekingen zou blijken dat het rendement behaald uit vatenbier, zoals dat wordt weerhouden in de forfaitaire regeling van caféhouders, niet meer met de werkelijkheid zou overeenstemmen, dan zullen passende wijzigingen worden doorgevoerd in de genoemde forfaitaire regeling voor het jaar 1996.

Hoe dan ook, de belastingplichtige die oordeelt niet te kunnen instemmen met de gezamenlijke toepassingsregelen van de met de betrokken bedrijfsgroeperingen vastgestelde forfaitaire grondslagen van aanslag kan, inzake BTW, opteren voor toepassing van de normale regeling van de belasting.

Inzake inkomstenbelastingen kan de belastingplichtige die oordeelt niet te kunnen instemmen met de gezamenlijke toepassingsregelen van de in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen vastgestelde forfaitaire grondslagen, onder controle van de administratie, het bedrag vaststellen en aangeven van de door hem werkelijk behaalde winsten.

Anderzijds drukken de belastingplichtigen die in hun aangifte de forfaitaire aanslag verkiezen, door het feit zelf, hun wil uit in te stemmen met de gezamenlijke toepassingsregelen van de in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen vastgestelde forfaitaire grondslagen van aanslag.

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 2 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-november-betrekking-vaststelling-forfaitaire-grondslagen-abd1) 1 voorkomen
