---
title: "Parlementaire vraag 435 · Muziekverenigingen"
description: "Muziekverenigingen. Parlementaire vraag nr. 435 van 19 februari 2010 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/435-muziekverenigingen-7285"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/435-societes-musicales-ab47"
---

# Muziekverenigingen

**Nummer**

435

**Zittingsperiode**

52

**Datum**

19 februari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

30 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 435 - Zittingsperiode : 52

Auteur : Roel Deseyn, CD&V (01030)

Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

Titel : Btw. - Muziekverenigingen.

Datum indiening : 19/02/2010

## Vraag

Lokale muziekverenigingen hebben als doel het beoefenen van muziek te bevorderen. Daarvoor repeteren de leden geregeld samen met het oog op het geven van concerten (winterconcert en lenteconcert) of voor het begeleiden van gemeentelijke activiteiten zoals met carnaval of de plechtigheden op 1 en 11 november. Naast subsidies, giften en sponsoring door de lokale middenstand financiert de vereniging met de inkomsten uit de concerten de werking van de vereniging. Immers het ter beschikking stellen van muziekinstrumenten tegen waarborg aan de muzikanten, de voorfinanciering van duurdere muziekinstrumenten aangekocht door muzikanten, het herstellen en het onderhoud van de muziekinstrumenten, het aanschaffen van uniformen, de huisvesting kosten handenvol geld. Daarnaast kan de vereniging nog randactiviteiten organiseren voor de leden waarvoor inschrijvingsgeld wordt gevraagd voor de kosten die daaraan verbonden zijn. Het mag duidelijk zijn dat dergelijke verenigingen geen winstoogmerk hebben.

Ten aanzien van de toepasselijke btw-regels rijzen volgende vragen:

1\. Dient uit de plaats van randnummer 92 in de btw-handleiding (1 oktober 2007) en randnummer 4/833 en 4/834 in de btw-commentaar en de woorden "belastbare werkzaamheid" (belaste en vrijgestelde werkzaamheid), de organisatoren van culturele of sportieve samenkomsten en van vermakelijkheden niet aan als btw-plichtige te worden aangemerkt onder de voorwaarden zoals die werden opgenomen in de administratieve aanschrijving 13 mei 1971, nr. 81/1971?

2\. a) Wat dient men te verstaan onder de voorwaarde dat "de vereniging of groepering niet mag opgericht zijn speciaal met het oog op de organisatie van culturele of sportieve samenkomsten of van vermakelijkheden"?

b) Is bij de interpretatie van deze voorwaarde van belang of de samenkomsten met publiek (concerten, gemeentelijke feestgelegenheden) of in besloten groep (repetities) plaatsvinden?

3\. a) Wat dient men te verstaan onder de voorwaarde dat "de samenkomsten niet van blijvende aard mogen zijn"?

b) Zijn wekelijkse repetities, samenkomsten van blijvende aard?

c) Is deze voorwaarde verenigbaar met het langetermijn karakter van een vereniging?

4\. Is de voorwaarde dat "de vereniging of groepering niet de hoedanigheid van belastingplichtige wegens andere handelingen mag hebben" om een vereniging aan de btw-plicht te onderwerpen, in deze nog verenigbaar met het feit dat sinds 1 januari 1993 de activiteiten van artikel 44 W.btw 1992 (Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde) aan de btw onderworpen handelingen zijn, weliswaar vrijgesteld van btw en zonder recht op aftrek?

5\. Waarin onderscheidt volgens deze administratieve commentaren de niet-btw-plicht zich van de vrijstelling van artikel 44, § 2, 11° W.btw ten aanzien van de handelingen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, \[...\] door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven?

6\. a) Is een activiteit zoals hiervoor omschreven van een lokale muziekvereniging naar uw mening vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 2, 9° W.btw dan wel op grond van artikel 44, § 2, 11° W.btw?

b) Is het van belang of een in Vlaanderen gevestigde lokale muziekvereniging werd erkend door Vlamo?

c) Wat zijn de gevolgen ten aanzien van activiteiten die gericht zijn ter verkrijging van financiële steun, zoals bijvoorbeeld de sponsoring van de concerten?

## Antwoord

Publicatie antwoord : B106 · Publicatiedatum : 28/05/2010

Het geachte lid wenst te weten of een lokale muziekvereniging voor haar diverse activiteiten de hoedanigheid heeft van btw-belastingplichtige.

Ingevolge [artikel 2 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) zijn de leveringen van goederen en diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden.

Overeenkomstig [artikel 4 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) is een belastingplichtige, eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in het Btw-Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.

Aangezien de hoedanigheid van belastingplichtige slechts geldt ten aanzien van personen die handelen in het kader van een economische activiteit, hebben verenigingen en groeperingen met of zonder rechtspersoonlijkheid zoals harmonieën, fanfares en andere muziekensembles die eigen concerten organiseren of die optreden voor organisatoren van schouwspelen, stoeten en andere feestelijkheden, die hoedanigheid niet wanneer de hierna volgende voorwaarden zijn vervuld:

\- het optreden van de leden van die verenigingen of groeperingen, geschiedt in het kader van hun vrijetijdsbesteding;

\- de prijs die dergelijke verenigingen of groeperingen voor hun optreden aan de organisator vragen, mag slechts de vergoeding zijn voor hun kosten;

\- de door die verenigingen of groeperingen gevraagde vergoeding en/of toegangsgeld mag uitsluitend worden gebruikt voor het verwezenlijken van het doel van de vereniging of groepering (zie [aanschrijving 13/1997](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/13-1997-aanschrijving-artiste-b303), nr. 12).

Aangezien de fanfares niet als belastingplichtige aangemerkt worden op grond van hetgeen voorafgaat is de vraag naar de toepassing van [aanschrijving nr. 81/1971](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/81-1971-aanschrijving-qualite-contribuable-da3c) irrelevant.

Wat tenslotte de sponsoring betreft, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de sponsoring zonder enige tegenprestatie die bijvoorbeeld bestaat in de afgifte van een geldsom door de sponsor en de sponsoring waarbij de tegenprestatie bestaat in het verrichten van met btw belastbare publiciteitsdiensten ten voordele van de sponsor. De eerste vorm van sponsoring is slechts een financiële steun die wordt betaald zonder dat er sprake is van enige dienst. Bijgevolg is terzake geen btw verschuldigd. Bij de tweede vorm van sponsoring worden er belastbare diensten verricht die onderworpen zijn aan het btw-tarief dat momenteel 21 % bedraagt. In dit verband wordt eveneens verwezen naar het antwoord op de parlementaire [vraag nr. 1095 van de heer Leterme van 26 augustus 2002](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1095-vzw-reclame-inkomsten-leterme-sponsoring-5b49) (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18777). In voorkomend geval kan de fanfare zich evenwel beroepen op de vrijstellingsregeling bepaald in [artikel 56, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) en het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992, wanneer de jaaromzet niet meer bedraagt dan 5.580 euro.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · [De vraag op de website van de Kamer](https://www.lachambre.be/kvvcr/showpage.cfm?section=qrva&language=nl&cfm=qrvaXml.cfm?legislat=52&dossierID=52-b100-561-0435-2009201015036.xml)

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 1 voorkomen

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 1 voorkomen
