---
title: "Parlementaire vraag 43 · Huurkoop. voertuig. brandstoffen"
description: "Huurkoop. voertuig. brandstoffen. Parlementaire vraag nr. 43 van 16 september 2010 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/43-huurkoop-voertuig-brandstoffen-dirk-der-632d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/43-location-financement-vehicule-combustibles-dirk-f17b"
---

# Huurkoop. voertuig. brandstoffen

**Nummer**

43

**Datum**

16 september 2010

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

*Huurkoop*

*Voertuig*

*Brandstoffen*

## **VRAAG**

1\. Hoe dient een "all in"-contract voor de (operationele of financiële) leasing van een wagen te worden behandeld voor btw-doeleinden na 1 januari 2010?

2\. Meer bepaald, wat is de btw-behandeling van dergelijke contracten waarbij alle kosten (inclusief brandstof) voor een enige prijs worden aangerekend?

3\. Maakt het verschil of de brandstof slechts tot een bepaalde prijs of hoeveelheid is begrepen in de leasingprijs (dit wil zeggen een forfait, bij overschrijding waarvan er dient te worden bijbetaald)?

## **ANTWOORD**

In de sector van de operationele of financiële leasing van wagens komt het voor dat aan de leasingnemer de mogelijkheid wordt geboden een wagen te huren tegen een vaste periodieke vergoeding (een zogenaamde all-in overeenkomst).

Deze vaste prijs kan naast de huurvergoeding bijvoorbeeld eveneens de verzekering, het onderhoud, het herstellen van het voertuig, de wegenbelasting en dergelijke omvatten.

In de gevallen die aan de administratie bekend zijn komt het voor dat, zoals het geachte lid het klaarblijkelijk bedoelt, de leasinggever de mogelijkheid biedt een overeenkomst inzake brandstofbeheer te sluiten waarbij de leasingnemer, middels het gebruik van een tankkaart, rechtstreeks aan de pomp brandstof kan kopen op naam en voor rekening van de leasinggever.

De leasingnemer wordt periodiek een forfait als voorschot van de vermoedelijke jaarlijkse brandstofkosten aangerekend.

Het werkelijke verbruik wordt jaarlijks afgerekend.

Wanneer het werkelijk verbruik het reeds in rekening gebrachte forfait overschrijdt, vraagt de leasinggever de meerprijs aan de leasingnemer.

Het hiervoor omschreven geval dient te worden beoordeeld in het licht van het arrest van 6 februari 2003 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gewezen in de zaak [C-185/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-185-01-arrest), Auto Lease Holland BV.

In deze zaak heeft het Hof voor recht gezegd dat aangezien het de leasingnemer is die als een eigenaar beschikt over de brandstof en hij zelf beslist over het hoe of het wanneer van het gebruik, er geen levering van brandstof aan de leasinggever plaatsvindt.

Er vindt daarentegen een levering van brandstof plaats rechtstreeks aan de leasingnemer, zelfs al gebeurt die levering namens en voor rekening van de leasinggever.

Wat de levering van brandstof betreft wordt de plaats van de handeling bepaald overeenkomstig [artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15).

De plaatsbepaling van de terbeschikkingstelling van een voertuig gebeurt, naargelang het geval, krachtens artikel 21, § 2, en § 3, 5°, of artikel 21bis, § 1, en § 2, 7°, van het zelfde Wetboek.

Indien het geachte lid een bijzondere situatie beoogt, nodig ik hem uit mij alle elementen in rechte en in feite mee te delen zodat ik ze door de administratie kan laten onderzoeken.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 1 voorkomen

[C-185/01, arrest van 6 februari 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-185-01-arrest) 1 voorkomen
