---
title: "Parlementaire vraag 41 · Aangifte voor de ontheffing van de voorraad. Inventaris van de stock. Statistiek"
description: "Aangifte voor de ontheffing van de voorraad. Parlementaire vraag nr. 41 van 8 maart 1972 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/41-aangifte-ontheffing-voorraad-inventaris-stock-4976"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/41-presomption-legale-chiffre-affaire-determination-c618"
---

# Aangifte voor de ontheffing van de voorraad. Inventaris van de stock. Statistiek. · Aangifte voor de ontheffing van de voorraad. Inventaris van de stock. Statistiek. Omzet. Wettelijk vermoeden

**Nummer**

41

**Datum**

8 maart 1972

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1971-1972 blz. 512**

*Aangifte voor de ontheffing van de voorraad - Inventaris van de stock - Statistiek - Omzet - Wettelijk vermoeden*

## **VRAAG**

De directie III/4 van het bestuur van Directe Belastingen heeft zijn diensten een ambtelijk rondschrijven nr. CIBT/258.414 toegezonden aangaande de inkomstenbelasting en houdende sommige richtlijnen betreffende het gebruik dat door de diensten van directe belastingen kan worden gemaakt van de voorraadaangiften inzake B.T.W.

Komt de Minister bij voorbeeld tot hetzelfde besluit als ik in het hierna uiteengezette geval ?

Praktisch toepassingsgeval van de artikelen 33 en 34:

Inventaris op 31 december 1970 (talrijke inkopen dateren van vσσr de invoering B.T.W. ): fr. 2.000.000

Inkopen over het jaar 1971: fr 500.000

fr. 2.500.000

Inventaris op 31 december 1971: fr. 1.500.000

De voorraad op 31 december 1970, die 2.000.000 beloopt, dient op het stuk van de directe belastingen als vroeger verkocht te worden beschouwd. Dat geeft:

Inkopen voor 1971: fr. 500.000

Inventaris op 31 december 1971: fr. - 1.500.000

Verkocht en belastbaar voor 1971: fr. - 1.000.000

Mijn besluit: de belanghebbende moet voor het aanslagjaar 1971 geen belasting betalen en mag zijn verlies op het aanslagjaar 1972 overdragen.

## **ANTWOORD**

Het in fine van nr. 34 van de circulaire d.d. 21 januari 1972, nr. CI.BT/258.414, gemaakte voorbehoud strekt ertoe, de dubbele aanslag te voorkomen die zou kunnen ontstaan - in de gevallen waar de belastbare inkomsten worden vastgesteld door een winstmarge toe te passen op het bedrag van de inkopen - doordat voor de vroegere berekening van de genoemde inkomsten, de koopwaren die in de voorraad per 31 december 1970 zijn opgenomen, werkelijk als verkocht werden beschouwd.

De taxatieambtenaar dient bijgevolg uit te maken, op zicht van de gegevens van het aanslagdossier, of een dergelijke dubbele aanslag bestaat en, in voorkomend geval, in welke mate. Het komt er dus op aan, voor het jaar 1971 de waarde van de verkochte koopwaren te bepalen, er de verwezenlijkte winstmarge op toe te passen en van de uitkomst de winsten af te trekken die reeds vroeger werden belast voor de koopwaren die in de inventaris per 31 december 1970 zijn opgenomen, zonder dat die aftrek aanleiding kan geven tot een bedrijfsverlies in de zin van artikel 43, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

De oplossing van het door het geacht Lid aangehaalde geval zal derhalve afhangen van de feitelijke omstandigheden die zich voordoen.

De in de vraag verstrekte gegevens maken het niet mogelijk een preciezer antwoord te geven.
