Parlementaire vraag nr. 407 van de heer Kjell Vander Elst d.d. 01.09.2025
Kamer, Schriftelijke vragen en antwoorden, 2024-2025, QRVA 56 COM 025 d.d. 26.09.2025 blz. 202
Vraag nr. 407 van De heer volksvertegenwoordiger Kjell Vander Elst van 01 september 2025 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen:
Toepassing 6 %-btw-tarief op schoolgebouwen
VRAAG
Er bereiken mij signalen dat de strikte interpretatie door de fiscus van de voorwaarden voor het 6 %-btw-tarief op schoolgebouwen ertoe leidt dat nieuwe multifunctionele sporthallen en andere infrastructuur buiten de schooluren minder of zelfs helemaal niet worden gebruikt. Lokale besturen en scholen zouden uit vrees voor bijkomende kosten kiezen voor onderbenutting, wat inefficiënt gebruik van publieke middelen in de hand werkt.
1. Op welke manier maakt de fiscus het onderscheid tussen "schoolgebouwen" en andere gebouwen wanneer het gebruik buiten de schooluren toeneemt?
2. Klopt het dat de fiscus in bepaalde gevallen het aantal schooluren rechtstreeks vergelijkt met het aantal uren gebruik buiten de schooluren om te bepalen of het verlaagd btw-tarief van toepassing is?
3. Is het uw standpunt dat, wanneer een gebouw tijdens de normale schooluren exclusief voor onderwijs wordt gebruikt, het hoe dan ook als schoolgebouw moet worden beschouwd, ongeacht het bijkomende gebruik buiten de schooluren?
4. Welke mogelijkheden ziet u om de interpretatie of toepassing van de regels te versoepelen, zodat nuttig en maatschappelijk verantwoord gebruik van schoolinfrastructuur buiten de schooluren niet fiscaal wordt afgestraft?
5. Kunt u voor elk van de laatste vijf kalenderjaren volgende gegevens meedelen:
- het aantal dossiers waarop het 6 %-btw-tarief voor schoolinfrastructuur werd toegepast;
- de totale belastbare basis en het effectief aan 6 % geheven btw-bedrag;
- een raming van de fiscale uitgaven (verschil tegenover 21 %), telkens opgesplitst per jaar?
6. Hoeveel van deze dossiers werden achteraf gecorrigeerd of geherkwalificeerd (met navordering/boete) wegens gebruik buiten de schooluren, en om welke bedragen ging het per jaar, voor de laatste vijf kalenderjaren?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen van 26 september 2025, op de vraag nr. 407 van De heer volksvertegenwoordiger Kjell Vander Elst van 01 september 2025 (N.):
1 tot 3. Wanneer een sporthal ook voor andere doeleinden wordt gebruikt dan het louter verstrekken van onderwijs of leerlingenbegeleiding dan wordt dat gebouw slechts aangemerkt als een schoolgebouw in de zin van rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven op voorwaarde dat het gebruik voor respectievelijk het verstrekken van vrijgesteld onderwijs of van vrijgestelde leerlingenbegeleiding hoofdzakelijk is.
In het antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 497 van 16 juni 2021 gesteld door de heer Steven Matheï aan mijn voorganger werd reeds de toepassing van dit principe nader toegelicht. Ik wil u dan ook verwijzen naar dat antwoord (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2020- 2021, nr. 62).
4. Een verdere versoepeling is niet mogelijk. Het is immers niet de bedoeling van de maatregel dat de oprichting van gemeentelijke of privatieve sportinfrastructuur het verlaagd btw-tarief van 6 % kan genieten wanneer die infrastructuur niet daadwerkelijk overwegend en exclusief door scholen wordt gebruikt in het kader van het verstrekken van vrijgesteld onderwijs.
Bovendien wordt opgemerkt dat een lokaal bestuur, zoals een gemeente, vanuit fiscaal oogpunt beschouwd wordt als onderscheiden van de autonome entiteiten die het heeft opgericht.
5. Mijn administratie beschikt niet over gedetailleerde gegevens. Bij de toepassing van het verlaagd btw-tarief voor schoolgebouwen is er geen verplichting om dit op voorhand voor te leggen aan de administratie. Hierdoor worden dergelijke dossiers niet systematisch gecategoriseerd. De toepassing van het verlaagd tarief wordt beoordeeld aan de hand van individuele btw-aangiften en controles. Er is geen centrale rapportering die specifiek bijhoudt wanneer en in welke context het 6 %-tarief voor schoolinfrastructuur wordt toegepast.
6. Er is momenteel geen specifieke controleactie lopende die zich richt op het gebruik van schoolgebouwen buiten de schooluren in het kader van het verlaagd btw-tarief van 6 %. Dit onderwerp is ook niet opgenomen in de bestaande controlerichtlijnen.
Controles vinden plaats zowel bij bouwheren als bij dienstverrichters en deze controles gebeuren doorgaans in een bredere fiscale context. Correcties op de toepassing van het verlaagd btw-tarief op schoolgebouwen worden niet systematisch gecategoriseerd of geregistreerd op basis van het motief 'gebruik buiten de schooluren'.
Derhalve beschikt mijn administratie niet over de gevraagde gegevens.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.