BTW-vrijstelling voor onderwijs verstrekt door daartoe door de overheid erkende instellingen. Bevoegde · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

405 12 januari 1990

Zoeken

BTW-vrijstelling voor onderwijs verstrekt door daartoe door de overheid erkende instellingen. BevoegdeBTW-vrijstelling voor onderwijs verstrekt door daartoe door de overheid erkende instellingen. Bevoegde overheid. Begrip «instellingen»

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/405-btw-vrijstelling-onderwijs-verstrekt-daartoe-1956

Nummer
405
Datum
12 januari 1990

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1990, nr. 099, blz. 7760

BTW-vrijstelling voor onderwijs verstrekt door daartoe door de overheid erkende instellingen - Bevoegde overheid - Begrip «instellingen»

VRAAG

Volgens artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-Wetboek is het verstrekken van onderwijs door instellingen die door de overheid zijn erkend of die aan dergelijke instellingen zijn verbonden of ervan afhangen, vrijgesteld van BTW.

Bepaalde ambtenaren van de BTW-administratie beweren dat de met de erkenning belaste overheid voor elke vorm van onderwijs de Minister van Financiën is.

Anderen menen nochtans dat voor elke vorm van onderwijs, de Minister, tot wiens bevoegdheidssfeer het betreffende onderwijs behoort, met erkenning moet worden belast. Zo kunnen bijvoorbeeld opleidingen in de culturele sector slechts door de Minister van Cultuur worden erkend en opleidingen door vormingsinstituten voor de middenstand door de Minister van Middenstand.

Wat is de juiste opvatting in deze materie?

ANTWOORD

Volgens artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-Wetboek, genieten slechts de instellingen die school- of universitair onderwijs, beroepsopleiding en -herscholing verstrekken, de vrijstelling wanneer ze door de overheid zijn erkend als instellingen die dergelijke diensten verstrekken.

Aangezien de toepassing van die bepaling moet leiden tot een gelijke behandeling op het stuk van de BTW, van alle instellingen die inhoudelijk dezelfde kennis overbrengen, is de bedoelde overheid uitsluitend de Minister van Financiën.

Zonder dat een voorafgaande bijzondere vergunning verplicht wordt gesteld, wordt als vrijgestelde instelling erkend elke instelling die onderwijs verstrekt als in genoemd artikel 44,§ 2, 4°, vermeld, dit wil zeggen:

1. school- of universitair onderwijs:

a) dit is het onderwijs dat wordt verstrekt in de traditionele onderwijsnetten zoals het bewaarschool-, lager, middelbaar, normaal-, technisch, kunst- (het onderwijs in muziekscholen en balletscholen daaronder begrepen), universitair en buitengewoon onderwijs (onderwijs voor onaangepaste kinderen);

b) dergelijk door een leraar begeleid onderwijs dat anders dan in het kader van het programma van de in letter a) bedoelde onderwijsnetten wordt verstrekt, zelfs wanneer dit laatste slechts een of enkele leervakken behelst (bijvoorbeeld taalonderricht, machineschrijven, enzovoort), op voorwaarde dat het niet om sportonderricht gaat;

2. beroepsopleiding en -herscholing: dit is ieder door een leraar begeleid onderricht met betrekking tot het aanleren van een vak of een beroep, de bijscholing, de herscholing, de voortdurende scholing (permanente educatie).

Onder instelling dient iedere inrichting te worden verstaan die een gehele organisatie omvat die gericht is op het verstrekken van onderwijs en die wordt geëxploiteerd door een rechtspersoon of door een fysieke persoon.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 442 voorkomens