Tarief van 12 pct. in sector sociale privé-woningen. Gezinsvriendelijke aspecten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

380 4 april 1996

Zoeken

Tarief van 12 pct. in sector sociale privé-woningen. Gezinsvriendelijke aspectenTarief van 12 pct. in sector sociale privé-woningen. Gezinsvriendelijke aspecten.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/380-tarief-pct-in-sector-sociale-5e99

Nummer
380
Datum
4 april 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 48, blz. 6615-6616

Tarief van 12 pct. in sector sociale privé-woningen - Gezinsvriendelijke aspecten.

VRAAG

In het kader van het sociaal beleid dat de federale regering wenst te voeren werd een tijdelijk verlaagd BTW-tarief ingevoerd voor de "sociale woningen". Die maatregel is, blijkens de opmerkingen van de Bond van grote en jonge gezinnen, wel van toepassing op eigenaars van tweede verblijven maar niet op de grotere gezinnen die nood hebben aan een grotere woonoppervlakte. Hierbij verwijst de Bond naar de normen van het Vlaams woningfonds voor grote gezinnen, die een bijkomend volume van 20 mü of een oppervlakte van 10 m² toelaten vanaf het derde, en per volgend kind ten laste.

1. Waarom wordt de noodzakelijke minimale verhoging van de maximaal toegelaten oppervlakte voor gezinnen met kinderen niet toegelaten ?

2. Zou het vanuit sociaal oogpunt niet aangewezen zijn de BTW- verlaging prioritair toe te staan voor het bouwen van de eerste gezinswoning ?

ANTWOORD

Bij het bepalen van de maximum toegelaten oppervlakte voor de toepassing van het BTW-tarief van 12 % in de sector van de sociale privé- woningen werd rekening gehouden met gezinnen met meerdere kinderen. Ik verwijs het geacht lid in dit verband naar mijn antwoord op de vraag van de heer volksvertegenwoordiger Jos Dupré met betrekking tot de mogelijkheid tot inbreng van gezinsvriendelijke aspecten bij de recente bouw-relancemaatregelen (Beknopt Verslag, Kamer, GZ 1995-1996, COM 18 maart 1996 - 22 maart 1996, AC 11.).

2. Ter zake dient eerst en vooral opgemerkt te worden dat ongeveer 85 % van de eigenaars slechts één onroerend goed bezitten; iets meer dan 15 % bezitten er twee en minder dan 5 % bezitten er drie of meer.

Door een maatregel zoals voorgesteld door het geacht lid zouden bovendien de bescheiden huurwoningen worden uitgesloten van de gunstregeling, hetgeen uit strikt sociaal oogpunt niet wenselijk zou zijn.