---
title: "Parlementaire vraag 38 · Boekhouding. Jaarrekening van de ondernemingen. Journaal. Bepalingen inzake boekhoudtechniek"
description: "Boekhouding. Jaarrekening van de ondernemingen. Parlementaire vraag nr. 38 van 26 april 1990 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/38-boekhouding-jaarrekening-ondernemingen-journaal-bepalingen-567d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/38-comptabilite-comptes-annuels-entreprises-livre-9b50"
---

# Boekhouding. Jaarrekening van de ondernemingen. Journaal. Bepalingen inzake boekhoudtechniek

**Nummer**

38

**Datum**

26 april 1990

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Boekhouding - Jaarrekening van de ondernemingen - Journaal - Bepalingen inzake boekhoudtechniek*

## **VRAAG**

De wet van 17 juli 1975 verplicht de ondernemingen die geen "vereenvoudigde" boekhouding voeren, een journaal bij te houden, waarin de boekingen gecentraliseerd worden volgens de techniek van het dubbel boekhouden.

Ik dacht dat ze moesten instaan voor de onomkeerbaarheid van de inhoud, door de synthesebewegingen met de hand weer te geven in een ingenaaid boek dat vooraf door de griffie van de rechtbank van koophandel geviseerd was, al gebeurde de volledige boekhouding op computer.

Ze zouden echter de vellen die hun informaticasysteem hun bezorgen, gewoonweg in dat ingenaaid en geviseerd boek kunnen plakken.

De meningen daarover zijn echter verdeeld.

Gelieve de juistheid van dat bericht te bevestigen of te ontkennen.

## **ANTWOORD**

A. Antwoord van Vice-Eerste Minister en Minister van Economische Zaken en het Plan, belast met de herstructurering van het Ministerie van Onderwijs.

In antwoord op de door het geachte Lid gestelde vraag kan ik bevestigen dat de maandelijkse recapitulatieboekhouding betreffende de gezamenlijke mutaties die in de loop van de periode in het of in de hulpdagboek(en), waarvan de boeking in een centraal boek door artikel 4 van de boekhoudwet van 17 juli 1975 is voorgeschreven, niet manueel moet geschieden.

De methode die erin bestaat informaticabescheiden te plakken in het centraal boek -dat beantwoordt aan de wettelijke voorwaarden - komt overeen met het wettelijk voorschrift, voor zover die aanplakking zodanig geschiedt dat de bestendigheid van de opgenomen gegevens wordt gewaarborgd.

Ik verwijs in dit opzicht naar het advies gepubliceerd door de Commissie voor boekhoudkundige normen in haar bulletin nr. 8 van april 1981.

B. Antwoord van de Minister van Financiën.

De vraag behoort in hoofdzaak tot de bevoegdheid van mijn collega van Economische Zaken, aan wie zij eveneens is gesteld.

Tot al wat dienen kan, laat ik opmerken dat het Wetboek van de inkomstenbelastingen geen bepalingen inzake boekhoudtechniek van handelsondernemingen bevat. Zulks impliceert dat, op het stuk van de inkomstenbelastingen, iedere boekhouding kan worden aanvaard voor zover:

\- de voorgelegde boeken en bescheiden een samenhangend geheel vormen, aan de hand waarvan de belastbare inkomsten nauwkeurig kunnen worden bepaald;

\- alle geschriften door bewijsstukken gestaafd zijn;

\- alle geboekte cijfers met de werkelijkheid overeenstemmen.

Evenmin bevatten het BTW-Wetboek en de uitvoeringsbesluiten specifieke bepalingen aangaande het houden van het bedoelde boek. Overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, dient de boekhouding echter voldoende gedetailleerd te zijn om de toepassing van de BTW mogelijk te maken, alsmede de controle over de juiste heffing ervan.
