Winstoogmerk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

366 13 mei 2020

Zoeken

Winstoogmerk

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/366-winstoogmerk-benoit-piedboeuf-ce4d

Nummer
366
Datum
13 mei 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 366 van de heer Benoît Piedboeuf d.d. 13.05.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/020 d.d. 09.06.2020, blz. 169

Vraag nr.366 van de heer volksvertegenwoordiger Benoît Piedboeuf van 13 mei 2020 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

Btw. - Winstoogmerk.

VRAAG

Is de vergoeding voor de inbreng van leden aan een organisatie de essentiële voorwaarde om te bepalen of een "organisatie geen winstoogmerk heeft" in de zin van artikel 44, § 2, 3°, 4°, 6°, 7° en 11°, van het Btw-Wetboek

Of volstaat het dat personen die deelnemen aan het beheer en de administratie van dergelijke organisaties een financieel belang hebben bij de resultaten in de vorm van vergoedingen zoals de tenlasteneming van de persoonlijke uitgaven van een bestuurder, substantiële vergoedingen van de bestuurders, indirecte voordelen toegekend door derden of voordelen toegekend aan met de bestuurders gelieerde personen?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 09.06.2020:

De afwezigheid van winstoogmerk is een expliciet geformuleerde voorwaarde voor de toepassing van de vrijstellingen zonder recht op aftrek bedoeld in artikel 44, § 2, 3°, 4°, a), 6°, 7°, 9° en 11°, van het Btw-Wetboek.

Meer bepaald bestaat de voorwaarde erin dat de instelling geen winstoogmerk mag nastreven. Worden dus bedoeld instellingen onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, een internationale vereniging zonder winstoogmerk of een stichting van openbaar nut.

De essentiële voorwaarde, in de zin van die bepaling, om te beoordelen of een instelling geen winstoogmerk nastreeft, bestaat erin een verrijking van de leden onder de vorm van winstverdeling uit te sluiten. Nochtans mag zij overschotten realiseren of zelfs nastreven, mits deze overschotten niet als winst onder de leden worden verdeeld maar worden aangewend ten behoeve van haar vrijgestelde handelingen.

Dit standpunt van de administratie vloeit voort uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 maart 2002 in de zaak C-174/00, K. G. en C. C., waar de administratie zich bij heeft aangesloten (beslissing nr. E.T.104.780 van 27 november 2003, circulaire AAFisc nr.50/2013 (nr. E.T.124.537) van 29 november 2013, nr.17, inzake onderwijs)

De aard van de vergoedingen die de personen die aan het beleid en het administratief beheer van een organisatie deelnemen ontvangen kan variëren (in geld, in natura of onder een andere vorm, zoals onrechtstreekse voordelen toegekend aan bestuursleden). Het gaat om een feitenkwestie.

Ofwel worden die vergoedingen toegekend in het kader van de winstverdeling en verlenen ze bijgevolg een winstgevend doel aan de betrokken instelling.

Ofwel worden die vergoedingen, als tegenprestatie van werkelijk verrichte diensten, niet toegekend in het kader van een winstverdeling maar bepalen ze mee het resultaat en verlenen ze bijgevolg geen winstgevend karakter aan de betrokken instelling. Die vergoedingen moeten marktconform zijn. Het kan gaan om intellectuele diensten (bijv. op boekhoudkundig vlak) of materiële prestaties (bijv. onderhoud van het materiaal).

Er wordt opgemerkt dat de in artikel 44 van het Btw-Wetboek bedoelde vrijstelling een verplichtend karakter heeft indien aan de erin vermelde voorwaarden is voldaan. Indien de instelling voldoet aan de voorwaarde van het ontbreken van winstoogmerk zoals hiervoor bepaald, kan zij niet opteren om haar activiteiten aan de btw te onderwerpen en zo een recht op aftrek genieten.

Die afwezigheid van winstoogmerk bij een instelling moet van geval tot geval worden beoordeeld, rekening houdend met de kenmerkende specifieke elementen.

Indien u een concreet geval beoogt, nodig ik u uit mij de feitelijke en juridische elementen ervan te bezorgen. Ik zal ze voor onderzoek aan de administratie overmaken.

Aangehaalde teksten

2