---
title: "Parlementaire vraag 365 · Vrijstelling. Diplomatieke vrijstelling"
description: "Vrijstelling. Diplomatieke vrijstelling. Parlementaire vraag nr. 365 van 18 januari 2000 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/365-vrijstelling-diplomatieke-clippele-26c5"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/365-ventes-beneficiant-exonerations-diplomatiques-clippele-8290"
---

# Vrijstelling. Diplomatieke vrijstelling

**Nummer**

365

**Datum**

18 januari 2000

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-46, blz. 2405-2406**

*Vrijstelling - Diplomatieke vrijstelling*

## **VRAAG**

In [artikel 42, § 3, 1º en 2º, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42), staat het volgende :

« § 3. Van de belasting zijn vrijgesteld :

1º de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen;

2º de leveringen van roerende goederen en de diensten, met uitzondering van werk in onroerende staat, aan, alsook de invoeren door de volgende personen, handelend voor hun persoonlijk gebruik en gehecht aan de zendingen en posten bedoeld onder 1º : de leden van het diplomatiek personeel, de leden van het administratief en technisch personeel, de consulaire beroepsambtenaren en de consulaire bedienden. »

Is een belastingplichtige strafbaar indien hij in België goederen levert aan een instelling die om de vrijstelling vraagt bedoeld in het hierboven geciteerde artikel 15 (10) van de richtlijn 77/388/EEG wanneer zijn klant bestelbons voorlegt die formeel weliswaar voldoen, maar die na grondiger onderzoek uitwijzen dat de klant de vrijstelling van BTW ten onrechte aanvraagt ?

## **ANTWOORD**

In antwoord op zijn vraag kan ik het geachte lid het volgende meedelen. Aangezien in de vraag enkel wordt gesproken van « een instelling » zal ik mij in het antwoord beperken tot het officieel gebruik van een diplomatieke zending of een consulaire post.

De bepalingen van artikel 15, tiende lid, van de richtlijn 77/388/EEG, omgezet in Belgisch recht in [artikel 42, § 3, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42), worden nader toegelicht in circulaire nr. 1 van 3 januari 1978 waarnaar dan ook wordt verwezen.

A. Aankopen in België door hier te lande gevestigde instellingen

In deze circulaire wordt vermeld dat een bestelbon moet worden opgemaakt en overhandigd aan de leverancier of dienstverrichter. Een model van deze bestelbon is gevoegd bij de circulaire. Om eenvormigheid te brengen in het aan de handelaars te overhandigen document werd sedert 1 juni 1993 een model opgelegd dat verplicht moet worden gebruikt, met name het document 450, « Aanvraag voor BTW-vrijstelling voor aankopen in België door diplomatieke zendingen, consulaire posten, permanente vertegenwoordigingen en internationale organisaties (officieel gebruik) ». Alle zendingen werden via een verbale nota van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de hoogte gebracht van het te gebruiken document.

Dit document moet niet voorafgaandelijk aan de administratie ter validatie worden voorgelegd, tenzij voor de aankoop van vervoermiddelen en voor officiële recepties.

Dit document 450 dient, behoorlijk ingevuld en ondertekend, te worden overhandigd aan de leverancier of dienstverrichter. Het moet in principe worden ondertekend door het posthoofd. Deze kan echter zijn handtekening delegeren aan een of meer medewerkers. Het ministerie van Buitenlandse Zaken dient echter officieel te worden geïnformeerd van deze delegatie.

Indien een handelaar aldus in het bezit is van een dergelijk, behoorlijk ingevuld document voor de aankoop van goederen die bestemd zijn voor het officieel gebruik van de zending of post, kan de handelaar nadien niets ten laste worden gelegd en kunnen hem geen sancties worden opgelegd indien blijkt dat de vrijstelling ten onrechte werd ingeroepen.

Het spreekt vanzelf dat de handelaar zal moeten aantonen dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. Men mag veronderstellen dat indien iemand zijn zaken goed beheert, hij bij bepaalde bestellingen de nodige vragen stelt indien bijvoorbeeld :

•de bestelde goederen niet moeten worden afgeleverd op het officiële adres van de zending of post;

•de bestelde goederen de normale hoeveelheden te boven gaan;

•de betaling niet wordt verricht door de zending of post;

•de goederen het land verlaten;

•het duidelijk gaat om goederen die door de zending of post niet gebruikt kunnen worden in het kader van het vervullen van hun officiële opdrachten in België;

•...

B. Aankopen door een instelling gevestigd in een andere lidstaat van de EG dan België

Met het opengaan van de grenzen binnen de EG op 1 januari 1993 diende de vrijstelling bij uitvoer naar een andere EG-lidstaat door een aldaar gevestigde diplomatieke zending of consulaire post op een andere manier te worden georganiseerd. Dit gebeurde door het in gebruik nemen van een gemeenschappelijk document in alle EG-lidstaten.

Aldus moet, bij een aankoop in een andere lidstaat, de zending of post een « Certificaat voor vrijstelling van BTW en accijnzen » opstellen en het ter validatie voorleggen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst, dit wil zeggen de lidstaat waar de zending of post is gevestigd. Nadat deze autoriteiten het document hebben gevalideerd, dient het aan de leverancier of dienstverrichter te worden overhandigd zodat deze de vrijstelling kan verlenen.

Indien de handelaar in het bezit is van een dergelijk gevalideerd document en er geen poging tot misbruik van de vrijstelling is met zijn medeweten, kan hem niets ten laste worden gelegd en kunnen hem geen sancties worden opgelegd indien achteraf blijkt dat de vrijstelling ten onrechte werd verleend door de lidstaat van ontvangst.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) 2 voorkomens
