---
title: "Parlementaire vraag 36 · Egalisatiebelasting. Terugbetaling. Weerslag inzake inkomstenbelastingen. Winsten"
description: "Egalisatiebelasting. Terugbetaling. Weerslag inzake inkomstenbelastingen. Winsten. Parlementaire vraag nr. 36 van 18 maart 1988 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/36-egalisatiebelasting-terugbetaling-weerslag-inkomstenbelastingen-winsten-3623"
lang: "nl"
---

# Egalisatiebelasting. Terugbetaling. Weerslag inzake inkomstenbelastingen. Winsten

**Nummer**

36

**Datum**

18 maart 1988

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

16 paragrafen

**Bull. nr. 676, blz. 1761**

*Egalisatiebelasting - Terugbetaling - Weerslag inzake inkomstenbelastingen - Winsten*

## **VRAAG**

Artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit nr. 19 van 20 juli 1970 bepaalt dat "de kleine detaillist die niet langer aan de egalisatiebelasting over de toegevoegde waarde onderworpen is ... teruggaaf kan verkrijgen van de belasting over de toegevoegde waarde en van de egalisatiebelasting ...".

"De egalisatiebelasting wordt voldaan op de wijze en op het tijdstip bepaald door de voldoening van de BTW op de inkopen ... die door de aan de egalisatiebelasting onderworpen belastingplichtige zijn gedaan " (circulaire 962, hoofdstuk X, 40, § 2).

"De egalisatiebelasting vertegenwoordigt forfaitair het bedrag van de BTW die de bedoelde belastingplichtigen zelf hadden moeten betalen indien zij aan de normale regeling van de BTW waren onderworpen" (circulaire 962, hoofdstuk X, 38, § 3).

De persoon die de egalisatiebelasting (EB) verschuldigd is, schiet dus aan de Staat de BTW voor die verschuldigd is op zijn verkoop; daarbij ..." ... wordt verondersteld dat hij die belasting in zijn verkoopprijzen recupereert" (circulaire 962, hoofdstuk X, 41).

Zolang de goederen niet zijn verkocht, is de BTW en de EB "geen bedrijfslast" (circulaire 962, hoofdstuk X, 41) : boekhoudkundig gesproken blijven die BTW en die EB opeisbaar, dus te recupereren op de klant naarmate de verkoop plaatsheeft.

Wanneer de persoon die de EB verschuldigd is, overgaat naar het gewone BTW-stelsel, moet hij de normale BTW op zijn verkoop betalen, hoewel hij de BTW reeds op forfaitaire basis heeft betaald via de egalisatie.

Om die redenen geeft het bestuur van de BTW hem de BTW en de EB terug op de nog te verkopen goederen in voorraad (inventaris). Die teruggave is dus de betaling van hetgeen opeisbaar is, zoals hierboven omschreven.

In circulaire 962, hoofdstuk I, 3b, staat evenwel te lezen : "de door de belastingplichtige aan de Schatkist betaalde BTW of die welke hem eventueel is teruggegeven, blijft gewoonlijk zonder invloed op de resultaten van het bedrijf".

Kunt u mij meedelen of die laatste bepaling niet van toepassing is op de teruggave aan een persoon die de EB verschuldigd is en overgaat naar de normale BTW-regeling ?

Volgens artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit nr. 19 gaat het om de teruggave "van de belasting over de toegevoegde waarde en van de egalisatiebelasting die hij heeft voldaan bij de aanschaffing ... van goederen die hij voor doorverkoop bestemt en die hij in voorraad heeft op het tijdstip van de wijziging in zijn belastingstelsel ...".

Ik heb immers vernomen dat uw bestuur van belastingen deze teruggave beschouwt als een belastbaar bestanddeel van het beroepsinkomen aangezien "... die belasting van de verkoop werd afgetrokken"; die aftrek is trouwens in overeenstemming met de richtlijnen van hetzelfde bestuur (cf. circulaire 962, hoofdstuk X, 41 ..." In deze laatste (de verkoopprijzen) is de BTW - tegen de normale tarieven - begrepen die moet worden verwaarloosd om de winst of de winstmarge vast te stellen".

## **ANTWOORD**

Wat de toepassing van de inkomstenbelastingen betreft, is de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde en van de egalisatiebelasting waarvan sprake is in artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 19, van 20 juli 1970, tot regeling van de toepassing van de egalisatiebelasting, een neutrale verrichting die in principe geen invloed heeft op het vaststellen van de bedrijfswinsten.
