Vr. en Antw., Senaat, 1984-1985, nr. 7, blz. 229-230
Verlaagd BTW-tarief sector privé-woningbouw - Gemengd gebruik van het gebouw - Verlegging van de heffing.
VRAAG
Graag kreeg ik, via het bulletin van Vragen en Antwoorden, de juiste toedracht omtrent volgende problemen.
1. Kan een zelfstandige die maandelijks een bepaald bedrag (b.v. 5.000 frank) stort ter ondersteuning aan zijn moeder, wier overlevingspensioen slechts 12.000 frank is, en verder haar kosten van elektriciteit, gas en waterverbruik betaalt, deze bedragen in zijn eigen boekhouding inschrijven ? Zijn deze bedragen fiscaal recupereerbaar ?
2. Is de premie, die een zelfstandige, ingevolge de vigerende wetgeving ontvangt voor het aanwerven van een bediende belastingvrij ?
3. Hoe wordt de BTW aangerekend van een zelfstandige, die veranderingswerken laat uitvoeren aan zijn woning, wat respectievelijk het privaat en het beroepsgedeelte betreft ?
ANTWOORD
Het geachte Lid gelieve hierna een antwoord te vinden op de verschillende punten van zijn vraag.
Punt 1.
De beoogde geldsommen en kosten zijn, ten belope van 80 pct. van hun totaal, aftrekbaar van de gezamenlijk belastbare inkomsten van de renteplichtige, indien zij de aard hebben van uitkeringen tot onderhoud die voldoen aan de in artikel 71, § 1, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, gestelde voorwaarden. Of dit het geval is kan enkel blijken uit een onderzoek van de feitelijke omstandigheden van de zaak.
Ik zie overigens niet in waarom een zelfstandige dergelijke uitgaven in zijn boekhouding zou opnemen, daar zij geen uitstaans hebben met zijn beroepswerkzaamheid.
Punt 2.
Ik neem aan dat het geachte Lid de arbeidsplaatspremie beoogt die wordt toegekend bij toepassing van artikel 8 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1978 tot uitvoering van artikel 10 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering.
Deze premie wordt als een winstbestanddeel beschouwd, doch de ganse loonlast van de bediende mag onder de bedrijfsuitgaven worden opgenomen.
Punt 3.
A. Inzake BTW.
De maatregel tot verlaging van het BTW-tarief tot 6 pct. voor bepaalde onroerende handelingen met betrekking tot de sector van de privé-woningbouw, is inzonderheid ondergeschikt aan de voorwaarde dat de beoogde handelingen betrekking hebben op woningen, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als privé-woning.
Indien er onroerende werken worden uitgevoerd aan een woning welke gedeeltelijk als privé-woning wordt gebruikt doch die evenzeer in het geheel geïntegreerde lokalen bevat die voor beroepsdoeleinden worden gebruikt, gelden de volgende oplossingen, er rekening mee houdend dat voor appartementsgebouwen de toestand appartement per appartement moet worden beoordeeld.
Zo de werken in kwestie uitsluitend worden uitgevoerd aan lokalen aangewend als privé-woning is, in de relatie tussen de aannemer en de bouwheer, het BTW-tarief van 6 pct. van toepassing.
Daarentegen blijft het tarief van 17 pct. (19,5 pct. vanaf 1 april 1992 en 20,5 pct. vanaf 1 januari 1994) van toepassing indien deze werken uitsluitend aan beroepslokalen worden verricht.
Wanneer de werken worden uitgevoerd aan het geheel van de woning is, in de relatie tussen de aannemer en de bouwheer, het tarief van 6 pct. eenvormig van toepassing voor zover de aanwending van het goed als privé- woning overwegend is.
In het tegenovergestelde geval moet de prijs van de werken worden gesplitst voor de toepassing respectievelijk van het tarief van 6 pct. en van het tarief van 17 pct. (19,5 pct. vanaf 1 april 1992 en 20,5 pct. vanaf 1 januari 1994) met betrekking tot het privé-gedeelte en het beroepsgedeelte.
Om te bepalen of, binnen de woning, de privé-aanwending al dan niet overheersend is, dient men zich te richten naar het in dit opzicht aangenomen standpunt inzake inkomstenbelastingen, meer bepaald wat de aftrek van de algemene kosten betreft.
Tenslotte vestig ik de aandacht van het geachte Lid op het feit dat indien de werken tegelijk aan het privé- en aan het beroepsgedeelte van een onroerend goed voor gemengd gebruik worden verricht en de klant een belastingplichtige is gehouden tot het indienen van periodieke BTW- aangiften, de belasting die over die werken is verschuldigd voor het geheel van de handeling door die klant moet worden voldaan krachtens artikel 17bis (oud) van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Vanaf 1 januari 1993 geldt artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
In dat geval moet de aannemer noch het tarief noch het bedrag van de verschuldigde belasting vermelden op de factuur, maar dient hij er de vermelding "BTW te voldoen door de medecontractant - Koninklijk besluit nr. 1, artikel 17bis" op aan te brengen. Vanaf 1 januari 1993 wordt de volgende vermelding aangebracht : "Belasting te voldoen door de medecontractant, koninklijk besluit nr. 1, art. 20".
In dit geval moet de klant zelf de maatstaven van heffing op de factuur vermelden, de verschuldigde BTW in zijn aangifte opnemen en er de aftrek met betrekking tot het beroepsgedeelte in uitoefenen.
B. Inzake directe belastingen.
1. De zelfstandige is een BTW-belastingplichtige.
De BTW die betrekking heeft op de veranderingswerken van het beroepsgedeelte van de woning wordt volledig als voorbelasting gerecupereerd en blijft zonder invloed op het inkomen dat belastbaar is in de personenbelasting.
2. De zelfstandige is geen BTW-belastingplichtige.
a. Beroepsgedeelte van de woning.
Indien de betrokkene het beroepsgedeelte van de woning fiscaal afschrijft, dan kan hij hetzelfde doen met de verbouwingswerken.
De BTW maakt dan deel uit van de aanschaffingswaarde en kan worden afgeschreven ofwel volledig tijdens het belastbaar tijdperk waarin de kosten werden gedaan, ofwel met vaste annuïteiten die zonder onderbreking jaar na jaar, worden toegepast en waarvan het aantal door de belastingplichtige wordt vastgesteld (artikel 48, § 2, van het eerder vermelde Wetboek).
b. Privé-gedeelte.
De BTW op de verbouwingswerken van het privé-gedeelte van de woning is normalerwijs geen uitgave die in mindering kan worden gebracht van het belastbaar inkomen in de personenbelasting.
Alleen wanneer aan alle voorwaarden van artikel 39 van de wet van 28 december 1983 en van het koninklijk besluit van 22 februari 1984 voldaan is, komt die BTW samen met de eigenlijke kostprijs van de werken ten belope van 20 pct. - en met een maximum per woning van 100.000 frank - in aftrek van de gezamenlijke belastbare inkomsten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.