---
title: "Parlementaire vraag 358 · Verkoop van vuilniszakken"
description: "Verkoop van vuilniszakken. Parlementaire vraag nr. 358 van 23 mei 2000 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/358-verkoop-vuilniszakken-fournaux-efc2"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/358-revente-sacs-poubelles-fournaux-4cab"
---

# Verkoop van vuilniszakken

**Nummer**

358

**Datum**

23 mei 2000

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 48, blz. 5674-5676**

*Verkoop van vuilniszakken.*

## **VRAAG**

1\. Wanneer een gemeente vuilniszakken verkoopt waarop de naam van de gemeente is afgedrukt, is op die levering BTW verschuldigd?

2\. Wanneer een detailhandelaar diezelfde gemeentelijke vuilniszakken verkoopt waarop de naam van de gemeente is afgedrukt, is op de verkoop van die vuilniszakken door winkels of schoonmaakbedrijven BTW verschuldigd? Zo ja, op welke grondslag berust die heffing en welk BTW- tarief is dan van toepassing ?

## **ANTWOORD**

Overeenkomstig [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) worden de Staat, de gemeenschappen en de gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.

De Koning merkt ze evenwel als belastingplichtige aan voor deze werkzaamheden of handelingen voor zover een behandeling als niet- belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.

Het derde lid van voornoemd artikel 6 verleent bovendien aan de Koning de macht om bovengenoemde lichamen als belastingplichtige aan te merken voor de handelingen die Hij bepaalt voor zover deze niet van onbeduidende omvang zijn.

Het koninklijk besluit nr. 26, van 2 december 1970, met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt de gevallen waarin die instellingen aan de belasting zijn onderworpen.

Aangezien de verkoop door een gemeente van vuilniszakken (evenmin als het ophalen van huisvuil) geen handeling is die bedoeld is in bovengenoemd koninklijk besluit nr. 26, heeft de gemeente ten aanzien van deze activiteit niet de hoedanigheid van BTW-plichtige.

Wanneer een handelaar of een schoonmaakbedrijf tegen een door de gemeente vastgestelde prijs vuilniszakken levert waarop de naam van de gemeente is vermeld en waarvan het gebruik door de inwoners is verplicht, merkt de administratie de handelaar of het bedrijf aan als lasthebber van de gemeente. Het commissieloon dat de gemeente in voorkomend geval voor de verkoop van de vuilniszakken toekent is aan de BTW onderworpen tegen het normale tarief dat thans 21 % bedraagt.

De BTW mag evenwel onder bepaalde voorwaarden aan de Schatkist worden betaald door de gemeente zelf, voor zover zij inzonderheid in het bezit is van een vergunning uitgereikt door de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit - sector BTW. De aanvraag van de vergunning moet worden gericht aan de centrale diensten van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit - sector BTW - directie II/3, RAC Financietoren, Kruidtuinlaan 50 bus 61, 1010 Brussel.

Ik vestig er nog de aandacht van het geachte lid op dat, wanneer de som die een schoonmaakbedrijf voor het onderhoud van een gebouw in rekening brengt, de prijs van de gebruikte vuilniszakken bevat, die prijs overeenkomstig [artikel 26 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26), een element van de maatstaf van heffing van de dienst vormt en dus onderworpen is aan het tarief van toepassing op die dienst (in principe het normale tarief dat thans 21 % bedraagt).

Wanneer de prijs van de door deze onderneming gebruikte vuilniszakken evenwel afzonderlijk en voor een bedrag gelijk aan de door de gemeente vastgestelde prijs op de factuur aan de klant wordt aangerekend, mag dat bedrag voor de toepassing van de BTW als een voorschot beschouwd worden en is het bijgevolg niet aan de belasting onderworpen. In dit geval, blijft de belasting evenwel opeisbaar op de eventueel door de gemeente aan het schoonmaakbedrijf betaalde som en kan op de hiervoor vastgestelde wijze worden vereffend.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 1 voorkomen
