---
title: "Parlementaire vraag 358 · Tweedehands voertuig"
description: "Tweedehands voertuig. Parlementaire vraag nr. 358 van 13 januari 1993 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/358-tweedehands-voertuig-perdieu-62fe"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/358-voiture-occasion-representant-perdieu-1215"
---

# Tweedehands voertuig · BTW. Tweedehands voertuig

**Nummer**

358

**Datum**

13 januari 1993

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 48, blz. 3963-3964-3965**

*BTW - Tweedehands voertuig*

## **VRAAG**

Sinds 1 januari 1993 wordt een voertuig als tweedehands beschouwd zodra drie maanden zijn verstreken na de eerste ingebruikneming en meer dan 3.000 km werden afgelegd. Een ontwerp van de 7de BTW-richtlijn bepaalt tevens dat bij tweedehandsgoederen enkel op de winstmarge van de BTW-plichtige-verkoper belasting wordt geheven (terwijl de BTW op tweedehandsvoertuigen in ons land op de totale prijs wordt toegepast). Die 7de richtlijn werd nog niet goedgekeurd en a fortiori nog niet toegepast.

Die situatie dreigt rampzalige gevolgen te hebben voor de Belgische automobielnijverheid en -handel (en voor de fiscale ontvangsten van de Staat). De Europese BTW-regeling bepaalt namelijk dat de particulieren die goederen kopen in een buurland, de in dat land geldende BTW betalen en niet meer worden belast bij hun terugkeer naar België. Sommige buurlanden, en meer bepaald Duitsland en Frankrijk, passen de principes van de verwachte 7de richtlijn echter al toe op tweedehandsvoertuigen. In Duitsland wordt de BTW van 15 % en in Frankrijk de BTW van 18,6 % dus enkel op de winstmarge geheven. In België moeten de handelaars 19,5 % BTW op de totaalprijs vragen. Dat wil zeggen dat al onze handelaars in tweedehandsvoertuigen fiscaal worden gediscrimineerd ten opzichte van hun collega's in de buurlanden.

Die sector van het economisch leven wordt dus bedreigd door :

•het risico dat buitenlandse particulieren (met name Fransen) tengevolge van te hoge belastingen geen tweedehandsvoertuigen meer kopen in België. Men mag niet uit het oog verliezen dat ons land traditioneel veel tweedehandsvoertuigen naar de buurlanden uitvoert;

•het risico dat de Belgen, aangetrokken door een lagere belasting, tweedehandsvoertuigen in de buurlanden kopen;

•het risico dat gespecialiseerde firma's zich aan onze grenzen installeren om er recente tweedehandswagens te verkopen tegen voorwaarden waarmee de Belgische automobielhandel niet kan concurreren.

Welke maatregelen werden genomen om de door BTW-plichtigen verkochte goederen uitsluitend op de winstmarge te belasten en elke discriminatie ten aanzien van de in België geïnstalleerde verkopers op te heffen ?

## **ANTWOORD**

Het is inderdaad zo dat de meeste van onze buurlanden voor de toepassing van de BTW op de levering van tweedehandswagens door BTW-belastingplichtigen het stelsel van het belasten van de winstmarge toepassen, zoals voorzien in het voorstel van de 7de BTW-richtlijn.

In ons land wordt voor de verkopen van tweedehandswagens door garagisten en andere BTW-belastingplichtigen de BTW berekend tegen het tarief van 19,5 % op de volledige prijs, en in voorkomend geval op de minimummaatstaf van heffing voorzien bij artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984 zoals het werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992 (Belgische Staatsblad van 31 december 1992).

Het is dus duidelijk dat belangrijke verschillen bestaan inzake belastingdruk ten aanzien van de verkoop van tweedehandswagens door garagisten. Bovendien is het eveneens juist dat de opening van de grote markt op 1 januari 1993 tot gevolg heeft dat particulieren goederen kunnen aanschaffen in andere lidstaten, er de taksen betalen die er van kracht zijn tegen het tarief dat geldt in die landen en die goederen vrij mogen overbrengen naar België. De enige uitzondering op dat algemeen principe is de aanschaf van nieuwe voertuigen waarvoor de BTW moet worden betaald in het land waar de voertuigen worden ingeschreven.

In dat verband wil ik aanstippen dat op de Europese raad van ministers van financiën van 14 december 1992 een brede consensus werd bereikt om de criteria voor de kwalificatie van de nieuwe voertuigen te wijzigen en de limieten tot 6 maand en 6000 km te brengen. Er is toen evenwel geen enkele formele beslissing gevallen.

Bewust van de negatieve invloed die de toepassing van het huidig stelsel van belastingen voor de Belgische verkopers kan hebben, zoekt de regering een oplossing op Europees niveau in het kader van de bespreking van het ontwerp van de 7de BTW-richtlijn op de belastingregeling van tweedehandse goederen in het algemeen.

Alvorens de 7de BTW-richtlijn aan te nemen en de belasting op de winstmarge toe te passen, wil ik echter van de Commissie de verzekering krijgen dat als nieuwe voertuigen in de zin van de 6de BTW-richtlijn die zullen worden beschouwd die sinds 6 maand ingeschreven zijn of 6.000 km hebben afgelegd.

Anderzijds zal de invoering van een nieuw belastingstelsel op de winstmarge een begrotingsweerslag hebben van de orde van 6 miljard Belgische frank. Het is dan ook van belang dat de commissie toestaat een compenserende taks op tweedehandswagens toe te passen, zoals die in andere lidstaten bestaat.

Het ligt in de bedoeling dat de belasting op de winstmarge en de invoering van een compenserende taks binnen de komende maanden kunnen plaatsvinden.
