De civiele lijst · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

356 22 mei 2015

Zoeken

De civiele lijst

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/356-civiele-lijst-veerle-wouters-vrijstelling-0693

Nummer
356
Datum
22 mei 2015

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/068 d.d. 04.04.2016, blz. 277

De civiele lijst.

VRAAG

Op 5 juni 2013 kondigde de regering Di Rupo aan een akkoord te hebben bereikt over de dotaties aan de leden van de koninklijke familie. De tekst van dit akkoord vermeldt uitdrukkelijk: "Les membres de la famille royale payeront également la TVA et les accises". Blijkbaar geldt dit akkoord voor de dotaties toegekend aan de leden van de koninklijke familie, maar niet voor de civiele lijst.

Uit meerdere parlementaire vragen is gebleken dat aankopen ten laste van de civiele lijst vrijgesteld zijn van btw en accijnzen (antwoord minister van Financiën Vanackere, CRIV 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting, dinsdag 12 juni 2012, 26).

Minister Vanackere verwijst voor deze vrijstelling naar een interpretatie van artikel 89 van de Grondwet. Artikel 89 van de Grondwet regelt echter geenszins het fiscaal statuut van de civiele lijst.

De minister verwijst ook naar een beslissing van 19 juli 1993 vanwege de directeur-generaal van de BTW en op 27 november 1988 door de minister van financiën (antwoord minister van Financiën Vanackere, CRIV 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting, 7 februari 2012, 11).

De wet van 27 november 2013 houdende vaststelling van de civiele lijst voor de duur van de regering van Koning Filip bevat op dit punt geen nadere bepalingen met betrekking tot accijnzen en btw.

1. Zijn de aankopen ten laste van de civiele lijst onderworpen aan de btw?

2. Zijn de aankopen ten laste van de civiele lijst onderworpen aan accijnzen?

3. Indien de aankopen ten laste van de civiele lijst onderworpen zijn aan accijnzen en btw, sedert wanneer is dit het geval?

4. Wat is de juridische grondslag die aan de basis ligt van de beslissing van 19 juli 1993 vanwege de directeur-generaal van de BTW? Idem voor wat betreft de beslissing van de minister van Financiën van 27 november 1988.

ANTWOORD

van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 04.04.2016,

1. Ja.

2. Ja.

3. Sedert 22 juli 2013.

4. Er wordt verwezen naar de talrijke antwoorden gegeven door verschillende ministers van Financiën waarnaar het lid zelf refereert.