---
title: "Parlementaire vraag 354 · Gehandicapten. Aankopen van een wagen"
description: "Gehandicapten. Aankopen van een wagen, invalide, aankoop van een wagen. Parlementaire vraag nr. 354 van 23 april 2004 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/354-gehandicapten-aankopen-wagen-grootenbrulle-invalide-bca8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/354-handicapes-achat-voiture-van-grootenbrulle-26cd"
---

# Gehandicapten. Aankopen van een wagen

**Nummer**

354

**Datum**

23 april 2004

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

15 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 32, blz. 4947-4949**

*Gehandicapten - Aankopen van een wagen*

## **VRAAG**

Bij de aankoop of de invoer in België of een andere Europese lidstaat van een als persoonlijk vervoermiddel gebruikte wagen kunnen personen met een bepaalde handicap een BTW-vrijstelling bekomen (6 in plaats van 21 %, die achteraf wordt terugbetaald). Om dit voordeel te genieten, dient de betrokkene een specifieke handicap te hebben, of oorlogsinvalide te zijn en een invaliditeitspensioen van minstens 50 % te ontvangen.

Zodra de wagen is betaald, kan de betrokkene de 6 % BTW die hij heeft moeten betalen, recupereren. Daartoe moet hij binnen de vijf jaar een hele reeks bewijsstukken bij het BTW-controlekantoor voorleggen.

Voor de betrokkene is dit een erg ingewikkelde procedure. Bovendien worden de door hem voorgeschoten bedragen over het algemeen pas na zes maanden terugbetaald.

Deze procedure weegt gedurende vele maanden op het budget van de betrokkene. Ware het dan ook niet gepaster de BTW van 6 % voor deze personen eenvoudigweg af te schaffen?

Deze administratieve vereenvoudiging zou het leven van personen met een handicap vergemakkelijken. Alvorens zij een wagen kunnen kopen, moeten zij in ieder geval over een invaliditeitsattest beschikken. De persoon met een handicap zou dit attest aan de verkoper of de dienst Douane kunnen voorleggen, in plaats van het document nr. 716 dat door het BTW-controlekantoor wordt afgeleverd.

## **ANTWOORD**

(minister van Financiën, 07.05.2004)

Bij de invoering van het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde, was het niet aangewezen een vrijstelling in te voeren voor de toepassing van de gunstregeling in het voordeel van de invaliden. Rekening houdende met de draagwijdte van artikel 11, lid 2, van de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, en om BTW-technische redenen zou deze oplossing voor de invaliden financieel nadeliger geweest zijn dan het systeem van de teruggaaf.

Ingevolge voornoemd artikel zou in hoofde van de garagist de belasting geheven over de aankoopprijs van het voertuig immers niet aftrekbaar zijn. Derhalve zou bij verkoop van een voertuig aan een invalide, de niet-aftrekbare BTW een element van de verkoopprijs vormen die door de invalide op geen enkele wijze zou kunnen worden gerecupereerd. Bovendien zou de garagist hierdoor een gemengde BTW-belastingplichtige worden.

Door [artikel 17, lid 2, van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) van de Raad van 17 mei 1977 werd dit principe behouden.

Bovendien kunnen de lidstaten slechts een vrijstelling inroepen voor die handelingen expliciet opgesomd in [artikel 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) van deze richtlijn. Daarenboven is ingevolge artikel 12, lid 3, en [artikel 28, lid 2, van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28) zoals gewijzigd bij richtlijn 92/77/EEG het invoeren van een nieuwe vrijstelling met recht op teruggaaf van de voorbelasting uitgesloten.

Het systeem van de teruggaaf biedt het voordeel dat op het moment van de aanvraag tot de teruggaaf wordt onderzocht of de betrokken invalide de vrijstelling van de verkeersbelasting geniet en of het voertuig wel degelijk is ingeschreven op naam van de invalide of, in voorkomend geval, op naam van zijn wettige vertegenwoordiger. Indien deze voorwaarden niet vervuld zijn kan in principe de gunstregeling niet worden toegestaan. Door deze verificatie kan echter, voor zover uiteraard de feitelijke omstandigheden zulks rechtvaardigen, de betrokken invalide alsnog de mogelijkheid worden geboden om de nodige rechtzettingen te verrichten zonder het voordeel van de gunstregeling te verliezen.

Gelet op het voorgaande is dus een vrijstelling zoals het geachte lid beoogt, niet mogelijk.

## Aangehaalde teksten

4

Tweede richtlijn 67/228 art. 11 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 28](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28) 1 voorkomen
