---
title: "Parlementaire vraag 353 · Verlies van schuldvorderingen"
description: "Verlies van schuldvorderingen, tenietgaan van de schuldvordering. Parlementaire vraag nr. 353 van 23 mei 2000 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/353-verlies-schuldvorderingen-fournaux-tenietgaan-schuldvordering-5446"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/353-tva-pertes-creances-fournaux-fe35"
---

# Verlies van schuldvorderingen

**Nummer**

353

**Datum**

23 mei 2000

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

23 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 48, blz. 5670-5672**

*Verlies van schuldvorderingen*

## **VRAAG**

1.

a) Wanneer schuldvorderingen op een gefailleerde onderneming definitief verloren zijn, kan de houder dan de BTW op zijn schuldvorderingen van de administratie terugvorderen ?

b) Welke procedure moet de gefailleerde schuldenaar volgen?

2.

a) Wanneer een gefailleerde onderneming een gerechtelijk akkoord verkreeg, kan de houder terugbetaling van de BTW door de administratie verkrijgen ?

b) Leidt dat tot bijzondere verplichtingen voor de onderneming die het gerechtelijk akkoord verkreeg?

## **ANTWOORD**

Overeenkomstig [artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) wordt de belasting die geheven werd van een levering van een goed of van een dienst tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.

Om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen moet de leverancier of de dienstverrichter aan de medecontractant een verbeterend stuk uitreiken met vermelding van het bedrag van de belasting waarvan hij teruggaaf wil bekomen. Wanneer hij van zijn kant, deze belasting in aftrek heeft gebracht, moet de medecontractant deze aan de Staat terugstorten. (Zie [artikel 79 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) en [artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art4) van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake BTW.)

1.

a) De teruggaaf ingesteld bij [artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) wordt toegestaan zodra het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering van de prijs vaststaat. De vraag wanneer het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd, hangt af van de omstandigheden eigen aan ieder geval.

Wat inzonderheid de verliezen van schuldvordering als gevolg van een faillissement betreft, mag het verlies, in principe, maar als een vaststaand feit worden beschouwd op het ogenblik van de sluiting van het faillissement. Het is in de regel immers slechts op dat tijdstip dat het verlies van de schuldvordering met zekerheid kan worden vastgesteld. Wanneer de schuldeiser evenwel in het bezit is van een attest van de curator waarop voor de schuldvordering het bedrag vermeld staat dat met zekerheid beschouwd mag worden als volledig verloren, aanvaardt de administratie dat het verlies, tot dat bedrag, als vaststaand wordt beschouwd vanaf het ogenblik van de uitreiking van dit attest.

Vanaf dat ogenblik mag de belasting geheven van de oorspronkelijke handeling, tot beloop van het bedrag opgenomen in het attest van de curator worden teruggegeven en gelet op de specifieke omstandigheden van een faillissement eist de administratie niet dat de formaliteiten ingesteld bij [artikel 79 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) en artikel 4 van voornoemd koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 worden nageleefd. (Zie punt 30, 4e alinea, van aanschrijving nr. 78 van 24 december 1970, inzake teruggaven.)

b) De administratie eist dus ook niet dat de gefailleerde de in aftrek gebrachte belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten waarvan zijn schuldeiser met toepassing van [artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) terugbetaling bekomt, terugstort aan de Schatkist. (Zie punt 12 van aanschrijving nr. 26 van 31 augustus 1978 inzake de regeling op het stuk van het faillissement, het akkoord en het beslag.)

2.

a) Wat de verliezen van schuldvordering als gevolg van een gerechtelijk akkoord betreft, voorziet artikel 29 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord in het opstellen door de schuldenaar van een herstelplan dat de betalingstermijnen en de schuldverminderingen vermeldt.

Overeenkomstig artikel 35, derde lid, van voormelde wet, bevrijdt de volledige uitvoering van het plan de schuldenaar volledig en definitief van alle in het plan opgenomen schuldvorderingen na goedkeuring van de definitieve opschorting door de rechtbank.

De schuldvermindering vormt bijgevolg voor de concordataire schuldeiser een verlies van schuldvordering dat als zeker mag worden beschouwd vanaf de dag van het vonnis waarin de bevoegde rechtbank de volledige uitvoering van het herstelplan vaststelt, kwijting geeft aan de commissaris inzake opschorting en het einde van de opschorting uitspreekt (artikel 40 van voornoemde wet van 17 juli 1997).

Vanaf dat ogenblik kan de belasting geheven van de oorspronkelijke handeling tot beloop van het bedrag van de schuldvermindering worden teruggegeven op voorwaarde dat de formaliteiten ingesteld bij [artikel 79, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) en artikel 4 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 worden nageleefd.

b) Overeenkomstig de bepalingen van [artikel 79, tweede lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) en onder voorbehoud van wat had kunnen bedongen zijn in het herstelplan, is de concordataire schuldenaar in principe ertoe gehouden aan de Schatkist de belasting terug te storten waarvan zijn schuldeiser teruggaaf verkrijgt in de mate waarin hij oorspronkelijk zijn recht op aftrek heeft uitgeoefend. Gelet evenwel op de haast onbestaande jurisprudentie inzake de draagwijdte van de wet van 17 juli 1997 acht ik het nuttig het advies van mijn collega van Justitie te vragen voor de aspecten van de problematiek welke hem aanbelangen.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 79](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) 4 voorkomens

[WBTW art. 77](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) 3 voorkomens

[KB nr. 4 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen
