---
title: "Parlementaire vraag 353 · Minder-validen en gehandicapten. Regularisatie van de BTW"
description: "Minder-validen en gehandicapten. Regularisatie van de BTW, invalide. Parlementaire vraag nr. 353 van 26 september 1980 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/353-minder-validen-gehandicapten-regularisatie-btw-c8f8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/353-invalides-handicapes-regularisation-taxe-circulation-1820"
---

# Minder-validen en gehandicapten. Regularisatie van de BTW

**Nummer**

353

**Datum**

26 september 1980

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer**

*Minder-validen en gehandicapten - Regularisatie van de BTW*

## **VRAAG**

Voor bepaalde categorieën van groot-invaliden en zwaar gehandicapten wordt bij aankoop van een autovoertuig, uitsluitend bestemd voor persoonlijk gebruik door de invalide, een BTW-tarief toegepast van 6% dat bovendien op verzoek van de betrokkene terugbetaald wordt. Anderzijds wordt in zulk geval ook vrijstelling van verkeerstaks toegekend.

Zo de invalide later afziet van de vrijstelling van de verkeerstaks, bijvoorbeeld wegens het feit dat zijn gezondheid hem niet meer toelaat steeds in het autovoertuig aanwezig te zijn, ook al wordt dit te zijnen dienste gebruikt, dan wordt door de administratie der directe belastingen de volledige BTW van 25% gevorderd op de volledige aankoopsom van het betrokken voertuig, ook al is dit bijvoorbeeld 3 of 4 jaar oud.

Kan de heer Minister me mededelen of deze handelwijze beantwoordt aan de bestaande wetgeving terzake? En zo ja, is de heer Minister dan niet van oordeel dat deze regel sociaal noch humaan verantwoord is. Immers de invalide verliest niet alleen een voordeel (de vrijstelling van de verkeerstaks) doch wordt bovendien gestraft met het betalen van de BTW op een waar, die niet meer bestaat. De auto is in vergelijking tot de aankoop aanzienlijk in waarde gedaald, en zou bij eventuele verkoop slechts zijn huidige waarde opbrengen.

Is het billijk dat voor een soortgelijke auto van bijvoorbeeld vier jaar oud, nog de volledige BTW aangerekend wordt op de aankoopprijs van een nieuwe wagen? Kan het niet volstaan de BTW te betalen op de huidige verkoopwaarde?

## **ANTWOORD**

Krachtens het bepaalde in rubriek XXII, 1, laatste lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, kunnen de invaliden en gehandicapten die voldoen aan de voorwaarden om vrijstelling van de verkeersbelasting te genieten maar die vrijwillig die belasting betalen, alsmede zij die aan het voertuig een bestemming geven waardoor de verkeersbelasting verschuldigd wordt, het voordeel van de tariefverlaging niet behouden.

Deze bepaling laat er geen twijfel over bestaan dat de invalide of gehandicapte, in die gevallen, ertoe gehouden is zijn fiscale toestand te regulariseren en, zoals iedere andere verbruiker, de BTW moet voldoen die normaal bij de aankoop van het voertuig zou verschuldigd geweest zijn, indien hij de gunstregeling niet had ingeroepen. Die regularisatie moet worden gedaan, zelfs indien de verkeersbelasting pas een zekere tijd nadat de automobiel in het verkeer is gebracht werd betaald.

Wel is het zo dat, billijkheidshalve, mijn administratie in de praktijk geen naheffing inzake BTW meer doorvoert wanneer de verkeersbelasting meer dan vijf jaar na het tijdstip van de levering van de automobiel aan de invalide, verschuldigd wordt of vrijwillig wordt betaald.

In de huidige stand van de wetgeving is het niet mogelijk de regularisatie te beperken zoals door het geacht Lid wordt gevraagd. Alhoewel ik begrip kan opbrengen voor zijn bezwaren, wens ik er niettemin toch zijn aandacht op te vestigen dat de gunstregeling op het stuk van de BTW, ingesteld ten voordele van bepaalde invaliden en gehandicapten, reeds een uitzondering betreft op de normale regels van het BTW-stelsel, en derhalve, zoals alle uitzonderingen, strikt dient te worden toegepast, omwille van de noodzaak zorg te dragen voor het behoud van de rechtvaardigheid in de belasting.
